De Bijbel vergeleken met de Quran – 2

 

VERGELIJKING VAN BIJBEL EN QURAN

door Dr. Gary Miller – Commentaar van Yusuf Estes

 

De Bijbel is een Verzameling van Geschriften

De Quran is Recitatie van God aan Muhammad

(vrede en zegeningen met hem)

 

Tewijl de Bijbel een verzameling is van geschriften van de hand van verschillende auteurs, is de Quran gedicteerd (of recitatie). De spreker in de Quran – in de eerste persoon – is de Almachtige God (Allah) die zich rechtstreeks tot de mens richt. In de Bijbel zijn er veel mensen die over God schrijven en je vindt hier en daar een woord van God die tot de mens spreekt. Elders beschrijven sommige mensen gewoon geschiedenis of vinden we simpelweg een uitwisseling van informatie tussen twee mensen (Joh. 3). De Bijbel in de Engelse King James Versie bestaat uit 66 kleine boeken. Ongeveer 18 ervan beginnen met te zeggen: ‘Dit is de openbaring die God heeft gegeven aan die en die…’. De anderen zeggen helemaal niets over hun oorsprong. Zo is er bijvoorbeeld het begin van het boek Jona(s), dat opent met de volgende zin: ‘Het woord van Jahwe werd gericht tot Jona, de zoon van Amittai…’ en dan gaat het door gedurende twee of drie pagina’s.

Vergelijk dat met het begin van het Boek Lucas:

(1) ‘Reeds velen hebben getracht de gebeurtenissen te verhalen die onder ons hebben plaats gevonden (2) aan de hand van gegevens, welke ons werden overgeleverd door mensen die van het begin af aan ooggetuigen waren en in dienst van het woord zijn getreden. (3) Vandaar, edele Theofilus, dat ook ik besloot – na van meet af aan alles nauwkeurig te hebben onderzocht – voor u een ordelijk verslag te schrijven, (4) met de bedoeling u te doen zien, hoe betrouwbaar de leer is waarin gij onderwezen zijt.’

We zien de auteur van het Boek ‘Lucas’ die hoofdzakelijk zegt: ‘Veel mensen hebben over die zaken geschreven; het lijkt me passend dat ook te doen.’ Het lijkt alsof ‘Lucas’ denkt dat hij, zelfs al was hij geen ooggetuige, ‘perfect begrip heeft van alle zaken van bij het begin’ – terwijl anderen, die wel ooggetuigen waren, er al over schreven .

Daarom is dit niets meer dan een brief van de ene mens aan een andere, van wie niemand Jezus (vrede met hem) heeft gekend of ooggetuige was van wat er is gebeurd.

[Y. Estes]

Als je dit vergelijkt met een van de vier levensverhalen van Jezus, zie je dat Lucas begint met te zeggen ‘Veel mensen hebben over die zaken geschreven; het lijkt me passend dat ook te doen.’ Dat is alles. Geen bewering in de zin van:  ‘Deze woorden zijn mij door God gegeven; hier zijn ze voor jou; dit is een openbaring’. Nergens wordt iets in die zin vermeld.

Het woord ‘Bijbel’ staat NIET in de Bijbel

De Bijbel bevat geen verwijzingen naar zichzelf. Met andere woorden, het woord ‘Bijbel’ staat niet in de Bijbel. Nergens spreekt de Bijbel over zichzelf. Over sommige teksten van de Bijbel wordt beweerd dat ze wel naar de Bijbel verwijzen. Laten we ze aandachtig bekijken. 2 Tim 3:16 is de favoriet voor wie beweert dat de Bijbel over zichzelf spreekt. Er staat: ‘Elk door God geïnspireerd geschrift…’ en op basis daarvan zijn er die beweren dat de Bijbel over zichzelf spreekt, dat hij zegt geïnspireerd te zijn door God – in zijn geheel. Als je echter de gehele zin leest, begrijp je dat dit een brief is die door Paulus aan Timotheus werd geschreven. De vorige zin zegt aan Timotheus: ‘… hoe gij van kindsbeen af vertrouwd zijt met de helige geschriften’ en zo voort… Toen Timotheus een jongeman was, bestond het Nieuwe Testament nog niet. Het enige wat er toen was en waarover hier wordt gesproken zijn de geschriften – die slechts een deel van de Bijbel zijn – van voor die tijd. Het kan niet doelen op de gehele Bijbel.

De Bijbel vervloekt de Kerkvaders die het Boek Openbaringen/Apokalyps verwijderden

Aan het einde van de Bijbel (Apok. 22:18-19) staat het volgende:

(18) Ik verklaar aan ieder die de profetieën van dit boek hoort voorlezen: ‘Als iemand er iets aan toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek beschreven staan. (19) En als iemand iets afneemt van de woorden van deze profetie, zal God hem zijn deel afnemen van de boom deze levens en van de heilige stad, die in dit boek beschreven zijn.’

[Y. Estes]

‘Moge iedereen die iets uit dit boek verwijdert of er iets aan toevoegt vervloekt zijn’… Ook hiernaar wordt soms verwezen, zeggend: ‘Hier beschouwt de Bijbel zichzelf als een geheel’. Kijk echter nog eens, en je zal zien dat de dreiging aan wie er iets aan verandert gaat over het laatste boek (nr 66 – of in de Catholic Bible het 73°), het Boek der Openbaringen/Apokalyp. Dit kan ook niet anders, want om het even welke referentie zal je vertellen dat dit Boek werd geschreven nog voordat sommige andere delen van de Bijbel tot stand kwamen. Toevallig is het vandaag op het einde geplaatst, maar er zijn delen die hierna zijn gekomen, en dus kan deze tekst niet naar het hele boek verwijzen.

(Toevallig staan er volgens verschillende manuscripten die heel wat ouder zijn dan de King James Versie van de Bijbel andere woorden aan het einde van het Boek der Openbaringen. Dus, hoe zouden we dat dan weer oplossen? – Y.E.)

Nota: Volgens verschillende Concilies van de Kerk werd het Boek der Openbaringen meerdere keren uit de Bijbel verwijderd, vervangen en weer verwijderd, en opnieuw vervangen, doorheen de geschiedenis van de Kerk. Allicht hebben die Kerkvaders die vervloeking aan het einde van het boek niet gelezen?

Wiens woord is het?

Het is een extreem standpunt waaraan slechts enkele Christelijke groepen vasthouden, dat de Bijbel in zijn geheel – van kaft tot kaft – het geopenbaarde woord van God is in elk woord. Ze doen echter iets heel slim, wanneer ze dit beweren. Ze zullen zeggen dat de Bijbel in zijn geheel het woord van God is, zonder fouten, in de oorspronkelijke geschriften.

Dus als je naar de Bijbel grijpt en deze mensen op sommige fouten wijst, zullen ze zeggen: ‘Die fouten waren er niet in het originele manuscript; ze zijn er in de loop der tijd in geslopen.’

Maar dan krijgen ze een probleem met die stelling. Er is namelijk een vers in de Bijbel (Jesaja 40:8) dat zo bekend is, dat het in sommige Bijbels op de binnenkaft werd gedrukt als inleiding. Het zegt: ‘Het gras verdort, de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt in eeuwigheid stand.’ Deze bewering, in de Bijbel, stelt dat het woord van God eeuwig is, dat het niet zal worden gewijzigd noch verloren zal gaan. Als je dus vandaag een fout in de Bijbel vindt, heb je twee mogelijkheden. Ofwel was het een valse belofte toen God zei dat zijn woord niet zou vervagen, ofwel heeft Hij zicht vergist, of het deel van de tekst dat deze fout bevat was gewoon van bij het begin niet het woord van God (want anders had het wegens die belofte nooit veranderd kunnen zijn).

Zijn er fouten?

Ik heb al meerdere keren gesuggereerd dat er fouten staan in de Bijbel, en dan keert die beschuldiging zich snel om: toon me er een. Wel, er zijn er honderden. Als je in detail wil gaan, kan ik je er enkele noemen. Er is bij voorbeeld in 2 Samuel 10:18 een beschrijving van een oorlog, gevoerd door David, waar wordt gesteld dat hij 7.000 man doodde en dat hij bovendien 40.000 ruiters op hun paard doodde. In 1 Kron 19 wordt over diezelfde episode gezegd dat hij 70.000 man doodde, en de andere 40.000 waren niet te paard maar te voet. Het is geen klein onderscheid tussen iemand te voet of te paard.

Hoe is Judas gestorven? Matheus 27:5 zegt dat Judas Iscariot zich heeft opgehangen. Handelingen 1 zegt dat hij van een berg afsprong met zijn hoofd omlaag.

Als student Logica ontmoet je in je cursus een term die ‘onbeslisbare stellingen’ of ‘zinnen zonder betekenis’, of stellingen waarover niet kan worden beslist omdat er geen contextuele fout is. Een van de klassieke aangehaalde voorbeelden heet ‘de paradox van Effeminates’. Deze man was van Kreta en hij zei ‘Kretenzers liegen altijd’. Was die bewering nu juist of fout? Als hij als Kretenzer zegt dat Kretenzers altijd liegen, liegt hij dan? Als hij niet liegt, klopt zijn stelling niet, want dan liegen Kretenzers niet altijd! Zoals je ziet, het is niet mogelijk dat de stelling waar is, maar het is ook niet mogelijk dat ze fout is. De stelling keert zich tegen zichzelf. Het is alsof je zegt ‘Wat ik je nu zeg is een leugen’. Zou je het dan geloven of niet? De stelling heeft geen inhoud die waar is. Het is niet mogelijk dat ze waar is, maar het is ook niet mogelijk dat ze onwaar is. Als ze waar is, is ze altijd fout en als ze fout is, is ze meteen waar… Welnu, in de Bijbel (Titus 1:12) is Paulus de auteur en hij heeft het over de Kretenzers. Hij zegt dat een van hen – een profeet – heeft gezegd ‘Kretenzers liegen altijd’ en hij zegt dat wat deze man zegt waar is. Dit is een kleine fout, maar het gaat erom dat het een menselijke fout is. Als je de inhoud van de stelling grondig onderzoekt, kom je niet tot dezelfde conclusie. De stelling kàn gewoon niet waar zijn.

Wie is de auteur?

Ik keer nu terug naar de Quran. Zoals ik al vermeldde, is de spreker – in de eerste persoon – in de Quran God. Het boek beweert ook voortdurend het woord van God te zijn. 70 keren noemt het zichzelf ‘de Quran’. Het spreekt over zijn eigen inhoud. Het verwijst naar zichzelf. De Quran stelt in de eerste Soera na Fatiha: ‘Dit is een Boek (de Quran) waaraan geen twijfel is, een leidraad voor hen die zich van Allah bewust zijn.’ enzovoort, enzovoort… Op die manier begint de Quran en hij gaat zo door dit steeds weer te onderlijnen.

Er is bovendien een verbazende uitspraak in de Quran, als je aan de vierde Soera komt, vers 82. Dit vers richt zich tot hen die beweren dat de Quran iets anders is dan het woord van God. Het daagt hen uit met de volgende woorden: ‘Denken zij dan niet na over de Quran? En wanneer (die) niet van bij Allah geweest was, dan zouden zij daarin veel tegenstrijdigs vinden.’ Sommigen onder jullie zijn studenten. Zouden jullie een werkstuk durven indienen, nadat je je onderzoek hebt afgerond, en dan onderaan schrijven ‘U zult hierin geen fouten vinden’? Zou je je professor zo durven uitdagen? De Quran doet dat dus wel. Hij zegt: ‘Als je echt denkt te weten waar dit vandaan komt, begin dan maar al naar fouten te zoeken – je zal er geen vinden’.

Nog iets interessants wat de Quran doet, is dat hij zelf al zijn critici citeert. Er is gedurende honderden jaren geen enkele suggestie geweest over de mogelijke oorsprong van de Quran, zonder dat de Quran die objectie zelf al had aangehaald èn beantwoord. Vaak zal de betreffende Ayah iets zeggen in de zin van: ‘Zeggen zij dit en dat, zeg hen dan zus en zo’. In ieder geval is er een antwoord. Meer nog, de Quran stelt dat het bewijs voor zijn oorsprong in hemzelf vervat is, en dat je zal overtuigd zijn als je het Boek zelf bekijkt.

Verschil in bron

Het verschil tussen Christendom en Islam komt dus neer op een verschil in bron en op de authoriteit waarop beroep wordt gedaan. De Christen beroept zich op de Bijbel, de Moslim op de Quran. Je kan niet gewoon zeggen ‘Het is waar omdat mijn Boek zegt dat het waar is’ want dan zegt iemand anders dat iets anders waar is omdat zijn Boek iets anders zegt dan dat van jou. Misschien kan jij het daarbij laten, maar dat doet de Quran niet. De Christenen kunnen naar enkele woorden verwijzen die zeggen dat er is overgeleverd dat Jezus iets zei, en dan zeggen ‘dit is het bewijs voor wat ik stel’. Maar de Moslim opent niet gewoon zijn Boek en zegt: ‘Nee hoor, de Quran zegt het zo’. De Quran ontkent niet botweg iets wat in de Bijbel staat om er iets anders tegenover te stellen. De Quran neemt de vorm aan van een weerlegging, het is Leiding zoals het in zijn openingsvers zegt (Huda lil mutakeen).

Dus voor elke veronderstelling waarvan de Christen zus zegt, reageert de Quran niet met een simpel ‘dat is niet waar’. Hij zegt: ‘Zeggen zij zus, vraag hun dan zo.’ Er is bijvoorbeeld de Ayah die Jezus met Adam vergelijkt. Er zijn er die zeggen dat Jezus misschien wel God (Zoon van God) is geweest, omdat hij geen vader had. Er was een vrouw als moeder, maar hij had geen menselijke vader. God heeft hem het leven geschonken, dus moet hij Gods zoon geweest zijn. De Quran herinnert de Christen er in een korte zin aan: wie was Adam? Wie was zijn vader? en, o ja, wie was zijn moeder? Hij had geen vader maar ook geen moeder. Wat is hij dan? Dat maakt dat de gelijkenis tussen Adam en Jezus erin bestaat dat ze allebei eerst niets waren, dan wel iets werden, en dat zij God aanbaden.

Quran nodig uit – eist niet

Op die manier eist de Quran geen geloof, Hij nodigt ertoe uit – en dat is een fundamenteel verschil. Er wordt niet zomaar iets voorgeschoteld, zeggend ‘Hier is wat je moet geloven’. Doorheen de Quran klinkt het steeds weer ‘O mens, heb je al nagedacht over dit en dat? Heb je zus en zo al overwogen?’ Het is telkens een uitnodiging om op zoek te gaan naar bewijs, en dan te beslissen wat je wil geloven.

‘Speciaal Pleidooi’ in de Bijbel

De vermelding van de Bijbel gebeurt vaak onder de vorm van wat men ‘argumentatie’ noemt: ‘speciaal pleidooi’. Deze term staat voor een situatie waarbij de gevolgen niet consistent zijn, waarbij je op basis van iets tot een besluit komt, maar dat besluit dan later niet toepast in een andere situatie. Om een voorbeeld te geven: Ik heb in publicaties vaak de argumentatie gelezen dat Jezus God was omdat hij wonderen verrichtte. Onder de verschillende wonderen van Jezus vinden we er echter geen enkel waarvan niet een voorbeeld in het Oude Testament kan worden gevonden: eenzelfde wonder maar dan verricht door andere profeten. Zo was er bij voorbeeld Elias die een melaatse genas, een dode jongen terug tot leven wekte en brood vermenigvuldigde om een menigte te voeden. Dat zijn drie van de mirakels die graag over Jezus worden verteld. Als die wonderen bewezen dat Jezus God was, waarom bewijzen ze dan niet ook dat Elias God was? Dat is ‘speciaal pleidooi’, als je snapt wat ik bedoel. De toepassingen van de redenering zijn niet consistent. Wat op één moment in een bepaalde situatie leidt tot een conclusie (wie dat doet is God), moet in een andere gelijkaardige situatie tot dezelfde conclusie leiden. Er zijn er die zeggen dat Jezus Zoon van God is omdat hij ten hemel is opgenomen. Maar de Bijbel zegt ook over Elias dat hij niet is gestorven maar door God in de hemel werd opgenomen. Waar of niet – wie weet – blijft de vraag dat als de hemelvaart een bewijs is dat Jezus God is, waarom bewijst het dan niet dat Elias ook God was? Er is hem net hetzelfde overkomen.

Duidelijke en moeilijke delen van de Bijbel

Ooit schreef ik aan iemand die een boek over het Christendom had geschreven. Ik haalde sommige van de opmerkingen aan die ik nu zonet heb gegeven. Zijn antwoord aan mij was dat ik het mezelf moeilijk maakte, dat er delen van de Bijbel zijn die kristalhelder zijn en andere die moeilijk zijn – en mijn probleem was dat ik naar de moeilijke delen keek in plaats van naar de duidelijke. Het probleem is, dat zoiets een oefening in zelfbedrog is. Waarom zijn sommige delen duidelijk en andere moeilijk? Omdat iemand heeft beslist wat er onder ‘duidelijk’ moet worden verstaan. Maar net dat maakt het heel moeilijk.

Ik geef je een voorbeeld. In Joh. 14 zei een man tegen Jezus; ‘Toon ons de Vader’ en Jezus antwoordde ‘Wie mij ziet, ziet de Vader’. Als hij niet verder leest dan dit, zal de Christen zeggen: ‘Zie je wel, Jezus zegt dat hij God is, want hij zegt dat je God hebt gezien als je hèm hebt gezien.’ Als dat is wat men verstaat onder ‘duidelijk’, dan kom je in moeilijkheden wanneer je slechts een paar pagina’s terugbladert naar Joh. 5, waar een andere man naar Jezus kwam en hem vroeg ‘Toon ons God’. Daar antwoordt hij: ‘Zijn stem hebt gij nimmer gehoord, noch zijn gestalte gezien’ (Joh. 5, 37). Wat bedoelt hij hier dan, als hij in die andere tekst suggereerde dat hij God was? Door over de eerste tekst te beslissen wat hij betekent, heb je de zaken juist moeilijk gemaakt. Wanneer je in Hoofdstuk 14 verderleest, zal je merken dat Jezus nog meer heeft gezegd, namelijk dat je God het dichtst nadert door de werken te zien die hij verricht.

De Bijbel zegt niet dat Jezus beweerde de Zoon van God te zijn

Het is een feit dat Jezus de woorden ‘Zoon van God’ in geen van de eerste drie Evangeliën in de mond neemt. Hij noemde zichzelf de Mensenzoon.

Ik heb een eigenaardige manier van redeneren gezien waarbij men op basis van de Bijbel stelt dat Jezus beweerde God te zijn, enkel vanwege de reactie van de Joden. Zo zou Jezus iets hebben gezegd waardoor de Joden hem beschuldigden van godslastering en van de bewering dat hij God is – en daarom wilden ze hem stenigen. Dus, zo luidt het argument, moet hij wel gezegd hebben dat hij God is, want de Joden wilden hem om die reden doden. Zij hebben gezegd dat hij dat beweerde. Het is interessant dat het enige bewijs voor iemands geloof dan is dat hij zegt: ‘Ik geloof dat Jezus de zoon van God was omdat de Joden, die hem hebben gedood, zeggen dat hij dat beweerde te zijn!’ … Zijn vijanden beschuldigen hem ervan dat te hebben gezegd, dus zal hij het ook wel hebben gezegd – daar komt het op neer. Met andere woorden: aan de ene kant hebben we de woorden van Jezus die zegt dat hij de Wet komt bevestigen, de Wet van Mozes; en we hebben in de Bijbel de reden waarom de Joden hem vermoordden. Heeft hij de Wet van Mozes overtreden? Het is duidelijk dat de Joden hem verkeerd hebben begrepen toen hij zei dat hij de Wet van Mozes zou bevestigen – of ze hebben over hem gelogen.

Auteurs van de Bijbel – buiten de context

Wanneer ik over de Bijbel spreek, en hier en daar enkele verzen aanhaal, word ik er vaak van beschuldigd de dingen uit hun context te halen, iets weg te halen van zijn onderwerp waarover het spreekt en er een eigen betekenis aan te geven. Ik wil niet op de beschuldiging zelf reageren, maar blijkbaar beseffen veel mensen niet dat de auteurs van delen van de Bijbel zich net dààraan hebben bezondigd. Sommige van hen geloofden wellicht in iets en citeerden uit hun geschriften met de bedoeling dat standpunt te bewijzen: Oud Testamentische, Hebreeuwse geschriften die los van hun context worden aangehaald om een visie te ondersteunen.

Daar zijn voorbeelden van. In Matteüs 2 wordt gezegd dat een koning de pasgeboren Jezus wilde doden en dus emigreerden hij en zijn famile naar Egypte en bleven daar tot de koning stierf; pas dan kwamen ze terug. Wanneer de auteur van Matteüs (wie dat ook mag zijn, want de naam Matteüs komt nergens voor in het boek met die naam) deze terugkeer uit Egypte beschrijft, zegt hij ‘opdat in vervulling zou gaan wat de Heer gesproken had door de profeet…” (Matt. 2,15) en hij citeert Hosea 11: ‘Ik heb mijn zoon geroepen uit Egypte’. Hij stelde dus dat Jezus de zoon van God moest zijn, op basis van het feit dat Jezus in Egypte was, terugkeerde uit Egypte en omdat er die tekst is ‘Ik heb mijn zoon geroepen uit Egypte’.

Laten we eens kijken welke tekst hij aanhaalt uit Hosea 11. Hij citeert de tweede helft van een volledige zin in vers 1. Die zin gaat als volgt: ‘Toen Israël nog jong was, kreeg Ik hem lief en uit Egypte heb Ik hem geroepen, mijn zoon.’ Met andere woorden, het is Israël, het volk, dat als zoon van God wordt beschouwd. Mozes moest naar de Farao gaan en hem zeggen: ‘Als je die natie of dat volk raakt, dan raak je mijn zoon’. Dat was een waarschuwing aan de Farao om dat maar niet te doen, aangezien God dat volk als ‘Zoon van God’ beschouwt. Dat is dus het enige wat in Hosea 11:1 wordt bedoeld. ‘Ik heb mijn zoon geroepen uit Egypte’ kan alleen verwijzen naar het volk van Israël.

Ik bracht dit enkele maanden geleden ter sprake in een spreekbeurt, toen een jongedame tegenwierp dat Israël een symbolische naam voor Jezus zou zijn. Je zal hard moeten zoeken om daarover iets in de Bijbel te vinden, aangezien het er gewoon niet in staat. Neem gerust een index van de Bijbel en zoek het woord ‘Israël’ op en ga elke referentie na. Je zal nergens de gelegenheid vinden om het woord ‘Israël’ met Jezus te verbinden. Maar dan nog. Stel dat het wèl waar was. Lees dan verder: het tweede vers zegt ‘(…) zij brachten offers aan de Baäls en brandden wierook voor de godenbeelden’. Dat is namelijk waaraan de Israëlieten zich schuldig maakten. Ze vervielen herhaalde malen terug in afgoderij. Dus, als ‘Israël’ echt zou staan voor Jezus, en als het zou betekenen dat Jezus de Zoon van God is die uit Egypte kwam, dan bedoelen ze dus ook dat Jezus zo nu en dan in aanbidding neerknielde voor die afgod Baäl. Je moet consequent zijn, en doortrekken wat de tekst zegt.

Wat ik hiermee wilde aantonen is dat de auteur van Matteüs, en van zijn hoofdstuk 2, heeft geprobeerd een stelling te bewijzen door een tekst buiten zijn context aan te halen. Daarmee heeft hij zijn eigen bewijs ontkracht, want als je de redenering doortrekt, blijkt ze niet waar te kunnen zijn.

De Quran heeft eeuwige bewijzen

Nu kan ik terugkeren naar de bewering van de Quran zelf, dat hij interne bewijzen voor zijn oorsprong bezit. Dit kan je op veel manieren bekijken. Ik geef een voorbeeld. Als ik iemand uit het publiek haal en zeg ‘Ik ken jouw vader’, dan zal hij dat betwijfelen aangezien hij me nooit samen met zijn vader heeft gezien. Hij zou kunnen vragen ‘Hoe ziet hij eruit, is hij klein of groot, draagt hij een bril? enzovoort…’ Als ik hem de juiste antwoorden geef, zal hij weldra overtuigd zijn dat ik zijn vader inderdaad ontmoet heb.

Passen we nu diezelfde manier van denken toe wanneer we naar de Quran kijken. Er ligt een boek voor je dat beweert te komen van Degene die er al was toen het universum ontstond. Dan moet je hem dus vragen: ‘Vertel me dan eens iets om dat te bewijzen; vertel me iets dat aantoont dat je er van bij het begin bij was’. Je vindt in twee verschillende Aya’s (verzen) de stelling dat de hele schepping begon vanuit één punt, en dat de schepping zich vanuit dit punt steeds verder uitbreidt. In 1978 ging de Nobelprijs naar twee mensen die bewezen dat dit inderdaad zo is: de ‘Big Bang’ oorsprong van het universum. Dit kon worden vastgesteld door de enorme radio-ontvangers van de telefoonmaatchappijen. De toestellen waren zo gevoelig dat ze signalen tussen satellieten konden oppikken. Daarbij dook er steeds een achtergrondgeluid op waarvoor niemand een uitleg had. Tot er nog maar één verklaring overbleef: het is de overgebleven energie van de oorspronkelijke explosie. Dit klopt exact met de voorspellingen door wiskundige berekeningen die uitzochten wat dit geluid kon zijn als het universum was begonnen vanuit één punt en dan was geëxplodeerd. Dit werd dus bevestigd. Pas in 1978. Eeuwen daarvoor is er de Quran die zegt dat de hemelen en de aarde bij het begin één waren en uiteengespleten werden. Een ander vers zegt: ‘van de hemelen breiden wij het uit’.

De nauwkeurigheid van de Quran is exact

Ik wil je vertellen over een persoonlijk onderzoek. Het werd me duidelijk dat er heel wat zaken in de Quran te vinden zijn die zijn oorsprong bewijzen. Intern bewijs. Als de Quran werd gedicteerd door een perfect individu, als het voortkomt uit God, dan mag er geen verspilde ruimte zijn, dan moet Hij heel betekenisvol zijn. Er mag niets in staan dat we niet nodig hebben, niets dat we eruit kunnen weglaten; en er mag niets in ontbreken. Alles wat erin staat, moet er staan met een bepaalde reden. Zo ging ik nadenken over het vers dat ik eerder al heb vermeld, waarin staat dat de gelijkenis van Jezus is als de gelijkenis van Adam. Het is een vergelijking. Daarbij wordt het Arabische woord ‘mithel’ gebruikt om te zeggen dat Jezus en Adam gelijk zijn. Ga naar de index van de Quran en zoek het woord ‘Isa’ op. Het staat 25 keer in de Quran. Zoek ‘Adam’ op: 25 keer in de Quran. Ze zijn gelijk, doorheen verspreide verwijzingen; 25 verwijzingen voor elk. Ga zo verder en je ontdekt dat er in de Quran 8 plaatsen zijn waar een Ayah zegt dat iets is zoals iets anders, aan de hand van het woord ‘mithel’. In elk van die gevallen kan je de twee woorden die met elkaar gelijkgesteld worden opzoeken in de index, en steeds zal je vinden dat de beide woorden exact evenveel keer in de Quran voorkomen. Als je zelf op die manier een boek zou willen schrijven, zou dat nogal wat coördinatie vereisen om overal waar je zegt ‘dit is gelijk aan dat’ er meteen ook je index en je sorteersysteem op na te kijken om ervoor te zorgen dat je die twee doorheen je boek extact even vaak vernoemt. En net dat vind je in de Quran.

Quran biedt logica

Het onderwerp dat ik bespreek steunt op logica: het gebruik van een woord en het vernoemen ervan. Als je een woord gebruikt, gebruik je zijn betekenis. Als je een woord vermeldt, spreek je over het symbool, maar zonder zijn betekenis. Als ik bij voorbeeld zeg ‘Toronto is een grote stad’ dan heb ik het woord ‘Toronto’ gebruikt met de bedoeling die plaats te vermelden waarvan ik vind dat het een grote stad is. Maar als ik zeg ‘Toronto telt 7 letters’, dan spreek ik niet over de stad Toronto, maar over het woord. Zo is de Quran verheven boven redenering, maar staat hij niet boven de rede. Dat betekent dat we wellicht niets in de Quran zullen vinden dat onredelijk/onlogisch is, maar we kunnen wel iets vinden dat we nooit in ons eentje hadden ontdekt.

Enig Woord verwijst naar zichzelf in de Quran

De auteur van de zin zegt dat je veel ‘Ikhtalafan’ inconsistencies zou ontdekken als dit boek van iemand anders dan God kwam. Het woord ‘ikhtilaf’ komt meerdere keren voor in de Quran, maar het woord ‘ikhtalafan’ vind je er slechts één keer. Er staan dus niet veel ‘ikhtalafan’ in de Quran, slecht één, daar waar de zin over de ‘ikhtalafan’ voorkomt. Je ziet dus weer hoe perfect alles ineen zit. De mensheid wordt uitgedaagd om fouten in de Quran te vinden. Er staan geen fouten in, maar een sluwe lezer kan die zin ook verstaan als een uitdaging het woord ‘ikhtalafan’ zelf te zoeken. Als hij dan snel in de index gaat kijken … vindt hij er maar één, in de uitdaging zelf. Sorry slimmerd.

(einde van de tekst door Dr. Gary Miller en Yusuf Estes)

Bijbel en Quran – oorspronkelijk allebei van Allah

Besluit: Zowel de Bijbel als de Quran zijn tot ons gekomen vanwege de Almachtige God, gebracht door Zijn engel Gabriël en door hem aan de Profeten (vrede zij met hen). Bij de volgende stap echter (het getrouw doorgeven van de Openbaringen door de mensen aan anderen, en aan toekomstige generaties) ontdekken we dat Allah enkel Zijn Laatste en Ultieme Openbaring voor alle tijden heeft beschermd. En daar had Hij heus niet de hulp van de mensen voor nodig.

Respect voor Heilige Boeken

Moslims horen de Bijbel te eerbiedigen, omdat hij nog steeds de oorspronkelijke leer van Allah bevat. Het is echter niet nodig Bijbellessen te volgen of een Bijbel te lezen om te leren wat ons doel in het leven is. De Quran maakt duidelijk dat Allah wel degelijk onze ‘manier van leven’ voor ons heeft geperfectioneerd en ons Zijn gunst heeft verleend, en voor ons de weg heeft gekozen van onderwerping aan Hem: Islam.

We zouden graag de niet-Moslims voorstellen zich een Quran te bezorgen (bestel er een (Engelstalige) gratis via onze site, als je wilt) en dan zelf na te gaan waar de Quran echt voor staat en wat hij voor hen in hun leven kan betekenen.

(Gratis Quran verkrijgbaar via: http://www.AllahsQuran.com http://www.allahsquran.com/goodies/free_quran.php of een Nederlandse vertaling die je kan downloaden via http://youthofislam.web-log.nl/youth_of_islam/2008/10/de-edele-koran.html)

Slotcommentaar van Yusuf Estes

Ik wil er hier graag op wijzen dat ik tot een verbazend besluit ben gekomen, nadat ik jaren de Bijbel heb bestudeerd en daarna Arabisch heb geleerd om de Quran te kunnen lezen zoals Hij oorspronkelijk werd voorgedragen aan Muhammad (vrede en zegeningen met hem) door de engel Gabriël.

Het lijkt me dat de Bijbel en de Quran beiden heel zeker van dezelfde bron komen en dat zij mekaar mooi aanvullen. Het blijkt in feite dat de Bijbel de Quran niet tegenspreekt, behalve daar waar de Bijbel zichzelf tegenspreekt.

Er bestaan vandaag de dag een aantal verschillende versies in de oude Hebreeuwse taal van het Joodse Boek, ‘Torah’ (Wet), waarnaar in het Christendom gewoonlijk wordt verwezen als het Oude Testament. Er zijn doorheen de eeuwen natuurlijk veel verschillende vertalingen geweest naar een groot aantal talen en we kunnen niet verwachten dat ze allemaal identiek zijn wat tekst en betekenis betreft. Wat we vandaag in onze taal hebben, lijkt nog steeds enigszins op een groot deel van deze oudere documenten.

Gebaseerd op schriftelijke verslagen van verschillende spreekbeurten, gegeven door Yusuf Estes en Dr. Gary Miller

BRON : http://bibleislam.com/bible_vs_quran.php

Dit bericht werd geplaatst in pre-Islam, Quran - onze gids en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.