De Ware Godsdienst

 

Wat is de Ware Godsdienst van God?

Dr. Abu Ameenah Bilal Philips – 3° uitgave, 1994

Elke mens wordt geboren in omstandigheden die hij niet zelf heeft gekozen. De godsdienst van zijn familie of de ideologie van het land worden hem opgedrongen van bij het begin van zijn bestaan op deze wereld. Wanneer hij zijn tienerjaren bereikt, is hij meestal zodanig gehersenspoeld dat hij gelooft dat de overtuigingen van zijn bepaalde gemeenschap de juiste zijn en dat iedereen die zou moeten volgen. Wanneer echter sommigen volwassen worden en in contact komen met andere geloofssystemen, gaan ze de geldigheid van hun eigen overtuigingen in vraag stellen. De waarheidszoekers komen op een punt waar ze verward geraken door het besef dat elke godsdienst, secte, ideologie en filosofie hetzelfde beweert: namelijk dat zij de enige juiste weg voor de mens zijn. Het is inderdaad zo dat ze allemaal de mens aansporen om goed te zijn. Dus, wie van hen heeft dan gelijk? Ze kunnen onmogelijk allemaal gelijk hebben, aangezien ze allemaal beweren dat de anderen fout zitten. Hoe kan de waarheidszoeker dan de juiste weg vinden?

God heeft ons allemaal hersenen en verstand gegeven om deze zo belangrijke beslissing te kunnen nemen. Het is de allerbelangrijkste beslissing in een mensenleven. Je toekomst hangt ervan af. Daarom moet ieder van ons, zonder zich te laten meeslepen door emoties, de voogelegde bewijzen onderzoeken en daarna datgene kiezen wat correct blijkt te zijn, tot er andere bewijzen opduiken.

Net als elke andere godsdienst of filosofie stelt ook de Islam dat zij de enige juiste weg naar God is. Wat dat betreft verschilt de Islam niet van de andere denk- en geloofssystemen. Deze tekst heeft tot doel om enkele bewijzen aan te bieden voor de geldigheid van die bewering. Blijf echter steeds voor ogen houden dat je de juiste weg pas kan bepalen als je alle emoties en vooroordelen, die ons vaak blind maken voor de realiteit, opzij schuift. Dan, en dan alleen, zullen we in staat zijn het verstand dat God ons heeft gegeven te gebruiken en een beslissing te nemen die rationeel en correct is.

  Er kunnen meerdere argumenten worden aangevoerd om de bewering te staven dat Islam de ware godsdienst van Allah is. Hier volgen slechts drie van de duidelijkste daarvan. Het eerste steunt op de goddelijke oorsprong van de naam van de godsdienst en op de alomvattendheid van de betekenis ervan. Het tweede argument handelt over de unieke en eenvoudige leer aangaande de relatie tussen God, de mens en de Schepping. Het derde punt komt dan weer voort uit het feit dat de Islam universeel bereikbaar is, voor alle mensen, van alle tijden. Dit zijn de drie basiselementen die door de logica en de rede als onmisbaar worden beschouwd om te kunnen spreken over de ware godsdienst van God. In de volgende bladzijden zal ik deze concepten verder uitdiepen.

 

DE NAAM VAN DE GODSDIENST

Het eerste wat men hoort te weten en begrijpen over de Islam is wat het woord “Islam” zelf betekent. Het Arabische woord “Islam” staat voor onderwerping of overgave van iemands wil aan de ene ware God, die in het Arabisch gekend is als “Allah”. Iemand die zijn wil onderwerpt aan God wordt in het Arabisch een “Muslim” genoemd. De godsdienst Islam werd niet genoemd naar een persoon of een volk, en hij werd ook niet gekozen door een latere generatie onder de mensen, zoals in het geval van het Christendom dat naar Jezus Christus werd genoemd, Buddhisme naar Gautama Buddha, Confusianisme naar Confusius, Marxisme naar Karl Marx, Judaïsme naar de stam van Juda en Hinduïsme naar de Hindus. Islam (onderwerping aan de wil van God) is de godsdienst die werd gegeven aan Adam, de eerste mens en de eerste profeet van God; en het was de godsdienst van alle profeten die Allah naar de mensheid heeft gezonden. Bovendien werd de naam door God zelf gekozen en duidelijk vernoemd in de laatste Schrift die Hij aan de mens heeft geopenbaard. In die laatste Openbaring, in het Arabisch “Quran” genoemd, verklaart Allah het volgende:

“(…) Vandaag heb Ik jullie godsdienst voor jullie vervolmaakt en heb Ik Mijn gunst voor jullie voltooid, en heb Ik de Islam voor jullie als godsdienst gekozen. (…)” (Quran 5:3)

“En wie er een andere godsdienst dan de Islam zoekt: het zal niet van hem aanvaard worden (…)” (Quran 3:85)

Vandaar dat de Islam niet beweert een nieuwe godsdienst te zijn die door Profeet Muhammad naar Arabië werd gebracht in de zevende eeuw, maar veeleer een her-uitdrukking in zijn uiteindelijke vorm van de ware godsdienst van de Almachtige God, Allah, zoals ze oorspronkelijk aan Adam werd geopenbaard en aan de profeten na hem.

Hier past een korte opmerking over twee andere godsdiensten die eveneens beweren het juiste pad te zijn. Nergens in de Bijbel zal je vinden dat God aan het volk van Profeet Mozes, of aan hun afstammelingen, openbaarde dat hun godsdienst “Judaïsme” of “Jodendom” heet, noch aan de volgelingen van Christus dat hun godsdienst “Christendom” heet. Met andere woorden: de namen “Judaïsme”, “Jodendom” en “Christendom” beschikken niet over een goddelijke oorsprong of goedkeuring. Het was pas lang na zijn verdwijning dat aan de godsdienst van Jezus de naam “Christendom” werd toegekend.

Wat was die godsdienst van Jezus dan wel, als je die naam bijzijde laat? (Zowel de naam Jezus als de naam Christus zijn, doorheen het Grieks en Latijn, afgeleid van Hebreeuwse woorden. Jezus is de van het Latijn afkomstige vorm van het Griekse “Iesous”, dat in het Hebreeuws “Yeshua” of “Yehoshua” (Joshua) is. Het Griekse woord Christos is een vertaling van het Hebreeuwse “messiah”, een titel die zoveel betekent als “de gezalfde”.) Zijn godsdienst wordt weerspiegeld in zijn leer, waarvan hij zijn volgelingen vroeg die als richtlijn voor hun relatie met God te nemen. In de Islam is Jezus een profeet, gezonden door Allah, en zijn Arabische naam is “Iesa”. Net als de profeten die voor hem kwamen, riep hij de mensen op om hun wil ondergeschikt te maken aan de Wil van God (dat is wat het woord “Islam” betekent). Zo staat bijvoorbeeld in het Nieuwe Testament dat Jezus zijn volgelingen leerde om als volgt tot God te bidden:

“Onze vader die in de hemelen zijt, geheiligd zij uw naam. Uw Rijk kome, Uw Wil geschiede op aarde als in de hemel.” (Lucas 11:2; Mattheüs 6:9-10)

Dit werd nog eens benadrukt door een aantal van Jezus’ uitspraken, weergegeven in de Evangeliën. Hij onderrichtte bij voorbeeld dat enkel zij die zich onderwierpen het Paradijs zouden erven. Jezus wees er ook op dat hij zelf zijn wil had onderworpen aan de Wil van God:

“Niet iedereen die mij ‘Heer, Heer’ noemt zal het Koninkrijk van God binnen gaan, alleen wie handelt naar de Wil van mijn hemelse Vader.” (Mattheüs 7:21)

“Ik kan niets doen uit mijzelf: ik oordeel naar wat ik hoor, en mijn oordeel is rechtvaardig omdat ik mij niet richt op wat ik zelf wil, maar op de wil van hem die mij gezonden heeft.” (Johannes 5:30)

Er staan veel verslagen in de Evangeliën die aantonen dat Jezus het voor zijn volgelingen heel duidelijk heeft gemaakt dat hij niet de ene ware God was. Zo zei hij bij voorbeeld, sprekend over het Laatste Uur:

“Niemand kent het Uur, zelfs niet de engelen in de hemel, niet de zoon, maar enkel de Vader.” (Marcus 13:32)

Met andere woorden: net als de profeten voor hem en de profeet die na hem kwam, onderrichtte Jezus de Godsdienst van de Islam: de onderwerping van de wil aan de ene ware God.

 

GOD EN DE SCHEPPING

Aangezien de totale onderwerping van iemands wil aan God de essentie van de aanbidding uitmaakt, is de kernboodschap van Gods Goddelijke religie, de Islam, de verering van God alleen. Dit vereist tegelijk dat men geen enkele andere persoon, plaats of voorwerp aanbidt dan God. Aangezien alles buiten God, de Schepper van alles, zelf Gods schepsel is, kunnen we stellen dat de Islam, in essentie, de mens wegroept van de aanbidding van de Schepping en hem uitnodigt om enkel de Schepper zelf te aanbidden. Hij is de enige die de verering van de mens waardig is, omdat alleen door Zijn Wil gebeden kunnen worden verhoord.

Hieruit volgt dat, als iemand bidt tot een boom en zijn gebeden verhoord ziet, het niet de boom was die de gebeden heeft verhoord, maar dat het God was die heeft toegelaten dat datgene gebeurde waar die persoon om heeft gebeden. Misschien zegt iemand nu: “Dat spreekt toch voor zich”. Maar dat is voor bomenvereerders wellicht niet zo vanzelfsprekend. Zoals ook gebeden die zijn gericht tot Jezus, Buddha, Krishna, Sint Christoffel, Judas of zelfs Muhammad niet door hèn worden verhoord maar door God. Jezus heeft zijn volgelingen niet opgedragen om hem te aanbidden, maar God, zoals de Quran vertelt:

“En dan zegt Allah: O Iesa (Jezus), zoon van Maryam (Maria), heb jij de mensen gezegd ‘Neemt mij en mijn moeder tot goden naast Allah?’ En hij (Iesa, Jezus) zegt: ‘Heilig bent U! Nooit zou ik kunnen zeggen waarop ik geen recht heb. (…)” (Quran 5:116)

Jezus heeft ook niet zichzelf aanbeden tijdens zijn aanbidding, maar hij vereerde God. En er staat in de Evangeliën dat Jezus zou hebben gezegd:

“Er staat geschreven: ‘Aanbidt de Heer uw God, en dient Hem alleen’.” (Lucas 4:8)

Dit basisprincipe ligt vervat in het openingshoofdstuk van de Quran, gekend als Soera al-Faatiha, vers 4:

“U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp.”

Elders in het ultieme boek van Openbaring, de Quran, heeft God ook gezegd:

“En jullie Heer zei: ‘Roept Mij aan, Ik zal jullie verhoren. (…)” (Quran 40:60)

Het is goed te benadrukken dat de kernboodschap van de Islam (namelijk de aanbidding van God alleen) ook verkondigt dat God en Zijn Schepping twee totaal onderscheiden, verschillende entiteiten zijn. God is niet gelijk aan Zijn Schepping, en Hij maakt er ook geen deel van uit; noch is Zijn Schepping gelijk aan Hem of is ze een deel van Hem.

Dit kan vanzelfsprekend lijken, maar de verering door de mens van de Schepping in plaats van de Schepper is grotendeels te wijten aan onwetendheid, of verwaarlozing, van dit concept. Juist door te geloven dat de essentie van God overal in Zijn Schepping aanwezig is, of dat Zijn Goddelijke Wezen in sommige delen van Zijn Schepping aanwezig is, of geweest is, was aanleiding tot het rechtvaardigen van de verering van Gods Schepping terwijl men beweert op die manier God te aanbidden. De boodschap die alle profeten van God hebben gebracht, namelijk die van de Islam, is dat we enkel en alleen God mogen aanbidden en het moeten vermijden Zijn Schepping direct of indirect in die verering te betrekken.

In de Quran zegt God duidelijk:

“En voorzeker, Wij hebben aan iedere gemeenschap een Boodschapper gezonden (die zei): ‘Aanbidt Allah en houdt afstand van de Thagoet (afgoden)’.” (Quran 16:36)

Als je aan afgodenaanbidders vraagt waarom ze voor hun door mensenhanden gemaakte afgodsbeelden buigen, dan is het antwoord steeds weer dat ze niet echt dat stenen beeld aanbidden, maar God die erin aanwezig is. Ze beweren dat de stenen afgod slechts een focuspunt is voor Gods essentie en dat het niet God zelf is! Iemand die de idee heeft aangenomen dat God op welke manier dan ook aanwezig kan zijn in Zijn Schepping, zal dit argument ten gunste van afgoderij moeten aanvaarden. Terwijl hij die de kernboodschap van de Islam en de implicaties ervan begrijpt, nooit zou instemmen met afgoderij, ongeacht hoe sterk die wordt gerationaliseerd.

Zij die doorheen de eeuwen de goddelijke status voor zichzelf hebben opgeëist, steunden hun bewering vaak op de misvatting dat God aanwezig is in de mens. Ze gaan dan een stap verder en beweren dat God meer aanwezig is in hèn dan in de andere mensen, en dat daarom de anderen zich aan hen moeten onderwerpen en hen als verpersoonlijkte God moeten aanbidden, of als ‘God geconcentreerd in hun persoon’. Op dezelfde manier hebben degenen die de goddelijke status voor ànderen, na hun overlijden, hebben opgeëist een vruchtbare voedingsbodem gevonden onder degenen die het verkeerde geloof aanvaarden dat God in de mens aanwezig is.

Het zou nu overduidelijk moeten zijn geworden dat degene die de kernboodschap van de Islam en haar consequenties begrijpt, nooit, onder geen enkele omstandigheid, kan instemmen met de verering van een andere mens. Gods godsdienst is, in essentie, een duidelijke oproep tot de aanbidding van de Schepper en tot het verwerpen van het aanbidden van de Schepping, onder welke vorm dan ook. Dat is wat het motto van de Islam betekent:

“Laa Ilaaha Ill’ Allah”

(er is geen andere god dan Allah)

 De oprechte verklaring van deze zin, en het aanvaarden van het profeetschap van Muhammad brengen iemand automatisch binnen in de Islam. En het oprechte geloof in die verklaring garandeert de gelovige het Paradijs. Daarom is over de laatste Profeet van de Islam (vrede en zegeningen over hem) overgeleverd dat hij heeft gezegd: “Al wie zegt ‘Er is geen andere god dan Allah’ en sterft in dat (geloof) zal het Paradijs binnengaan.”

Het geloof in dit geloofsgetuigenis vereist dat die persoon zijn/haar wil ondergeschikt maakt aan God, zoals de profeten van God het ons hebben geleerd. Het vereist ook van de gelovige dat hij/zij de aanbidding van valse goden opgeeft.

 

DE BOODSCHAP VAN DE FOUTIEVE GODSDIENSTEN

Er zijn zoveel secten, culten, religies, filosofieën en bewegingen op deze wereld die allemaal beweren de juiste weg te zijn of het ware pad van God. Hoe kan een mens uitmaken welke daarvan de juiste is, of dat ze misschien allemaal juist zijn? Eén methode om hierop een antwoord te vinden is dat we alle oppervlakkige verschillen opzijschuiven die we vinden tussen de onderrichtingen van al die kandidaten voor de ultieme waarheid, en dat we het centrale voorwerp van hun aanbidding identificeren: datgene wat ze, direct of indirect, aanroepen. De foutieve godsdiensten hebben als gemeenschappelijk kenmerk een basisconcept over God waarbij ze ofwel beweren dat alle mensen goden zijn, of dat bepaalde mensen God waren, of dat de natuur God is, of dat God een product is van de menselijke verbeelding.

We kunnen daarom zeggen dat de kernboodschap van de verkeerde religie is dat God in de vorm van Zijn Schepping kan worden aanbeden. Foutieve godsdiensten nodigen de mens uit tot de verering van de Schepping door die Schepping, of een aspect ervan, God te noemen. Profeet Jezus, bijvoorbeeld, riep zijn volgelingen op om God te aanbidden, maar zij die vandaag beweren Jezus te volgen roepen de mensen op tot de aanbidding van Jezus, stellend dat hij God was.

Buddha was een vernieuwer die een aantal humanistische principes in de godsdienst van India heeft ingevoerd. Hij heeft niet beweerd dat hij God was, en heeft ook aan zijn volgelingen niet gesuggereerd dat hij een voorwerp van aanbidding zou zijn. Toch hebben op vandaag de meeste Buddhisten die we buiten India aantreffen hem tot God genomen en buigen ze voor beelden die hem moeten voorstellen.

Door uit te zoeken wat het voorwerp van aanbidding is, kunnen we gemakkelijk de valse godsdiensten en de gefabriceerde aard van hun oorsprong vaststellen. Zoals God in de Quran heeft gezegd:

“Wat jullie naast Hem aanbidden zijn slechts namen die jullie en jullie vaderen hebben bedacht. Allah heeft hiervoor geen bewijs neergezonden. Het oordeel is slechts aan Allah. Hij beveelt dat jullie niets aanbidden behalve Hem: dat is de ware godsdienst, maar de meeste mensen weten het niet.” (Quran 12:40)

Men kan aanvoeren dat alle godsdiensten goede dingen onderrichten en dat het dus niet uitmaakt welke van die godsdiensten we volgen. Het antwoord hierop is dat die foutieve religies het grootst mogelijke kwaad onderrichten, namelijk de aanbidding van de Schepping. Scheppingsverering is de allergrootste zonde die een mens kan begaan, omdat ze het doel zelf van zijn Schepping tegenspreekt. De mens werd geschapen om God alleen te aanbidden, zoals Allah het uitdrukkelijk in de Quran heeft gesteld:

“En Ik heb de Jinns en de mensen slechts geschapen om Mij te dienen.” (Quran 51:56)

Bijgevolg is de verering van de Schepping, die de kern van afgoderij uitmaakt, de enige onvergeeflijke zonde. Iemand die in staat van afgodenverering sterft, heeft zijn lot in het Volgende Leven bezegeld. Dit is geen mening, maar een geopenbaard feit, door God verkondigd in zijn laatste Openbaring aan de mens:

“Voorwaar, Allah vergeeft niet dat aan Hem deelgenoten worden toegekend, maar Hij vergeeft daarnaast alles aan wie Hij wil. (…)” (Quran 4:48 en 4:116)

 

UNIVERSALITEIT VAN GODS RELIGIE

Aangezien de consequenties van het volgen van een verkeerde godsdienst zo ernstig zijn, moet de ware godsdienst van God universeel verstaanbaar en universeel bereikbaar zijn geweest in het verleden, en moet ze ook in de toekomst, voor de gehele wereld, universeel bevattelijk en bereikbaar blijven. Met andere woorden, de ware godsdienst van God mag niet worden beperkt tot één volk, één plaats of tijdperk. Het is evenmin logisch dat een dergelijke godsdienst voorwaarden zou opleggen die geen uitstaans hebben met de relatie van de mens met God, zoals het doopsel, het geloof dat een mens de redder is of het geloof in een bemiddelaar. Binnen het centrale principe van de Islam en in de definitie ervan (de overgave van je wil aan God) ligt de grondslag voor de universaliteit van de Islam. Wanneer iemand tot het inzicht komt dat God één is en totaal onderscheiden van Zijn Schepping, en als hij zich dan aan die God onderwerpt, wordt hij een Muslim in lichaam en geest, en geschikt voor het Paradijs.

Bijgevolg kan om het even wie om het even wanneer en om het even waar, zelfs in de meest afgelegen uithoek van de wereld, Muslim worden (een volgeling van Gods godsdienst, de Islam) door simpelweg de verering van de Schepping te verwerpen en zich tot God alleen te wenden. Er dient echter wel te worden bemerkt dat de werkelijke onderwerping aan Gods Wil een voortdurende keuze vereist tussen goed en kwaad. De mens is inderdaad door God begenadigd met de mogelijkheid om niet alleen het onderscheid tussen goed en kwaad te zien, maar ook een keuze tussen beiden te maken. Dit door God gegeven vermogen brengt een belangrijke verantwoordelijkheid mee: de mens moet daardoor tegenover God verantwoording afleggen voor de keuzes die hij maakt. Daaruit volgt dan dat de mens zijn uiterste best moet doen om het goede te doen en het kwade te vermijden. Deze concepten worden in de laatste Openbaring als volgt verwoord:

“Voorwaar, degenen die geloven en degenen die het Jodendom belijden en de Christenen en de Sabiërs (vereerders van engelen en sterren): (allen onder hen die) geloven in Allah en in de Laatste Dag, en zij verrichten goede werken, voor hen is hun beloning bij hun Heer en geen vrees zal er over hen zijn, noch zullen zij treuren.” (Quran 2:62)

Als ze, om welke reden ook, de laaste boodschap echter niet aanvaarden nadat die hen duidelijk werd uitgelegd, dan verkeren ze in groot gevaar. De laatste Profeet heeft gezegd:

“Al wie van de Christenen en Joden over mij hoort, maar zijn geloof in wat ik heb gebracht niet bevestigt en dan sterft in die toestand, hij zal tot de inwoners van de hel behoren.” (Sahih Muslim [English Translation], Vol.1 P.91 No, 284)

 

ERKENNING VAN GOD

De vraag die hier rijst, is: Hoe kan je verwachten dat alle mensen in de ene ware God geloven, aangezien ze zulk verschillende achtergronden, samenlevingen en culturen hebben? Om verantwoordelijk te worden gehouden voor de verering van de ene ware God, moeten ze allemaal eerst toegang krijgen tot de kennis over Hem. De laaste Openbaring leert ons dat elke mens de erkenning van de ene ware God heeft meegekregen, geïmpregneerd in zijn ziel, als een deel van de aard waarin hij is geschapen.

In het zevende hoofdstuk van de Quran (Al-A’raaf, verzen 172-173), heeft God uitgelegd dat Hij bij de schepping van Adam alle afstammelingen van Adam in het bestaan heeft geroepen en Hij heeft van hen een eed afgenomen, zeggend:

“(en Hij zei) ‘Ben Ik niet jullie Heer?’ Zij zeiden: ‘Jazeker, dat getuigen wij’.”

Allah legt daarop uit waarom Hij de hele mensheid dit getuigenis, dat Hij hun Schepper en de enige God die hun aanbidding waardig is, liet uitspreken:

“Opdat jullie op de Dag van de Opstanding niet zullen zeggen: ‘wij waren hieromtrent onwetend’.” (Quran 7:172)

Op die dag zullen we dus niet kunnen beweren dat ze er geen idee van hadden dat Allah onze God is, of dat niemand hen heeft verteld dat ze alleen en uitsluitend Allah mogen aanbidden. Allah ging verder met zijn uitleg:

Of dat jullie niet zullen zeggen: ‘Onze vaderen kenden vroeger al deelgenoten (aan Allah) toe, en wij zijn nakomelingen na hen; zult U ons vernietigen voor wat de volgers van de valsheid deden?'” (Quran 7:173)

Met andere woorden: elk kind wordt geboren met het natuurlijk geloof in God en een aangeboren neiging om Hem alleen te aanbidden. Dit aangeboren geloof en neiging worden in het Arabisch “Fitrah” genoemd.

De Profeet Muhammad heeft overgeleverd dat Allah zei: ‘Ik heb mijn dienaren in de juiste godsdienst geschapen, maar de duivels deden hen dwalen.” De Profeet heeft ook gezegd: “Elk kind wordt geboren in een natuurlijke toestand van Fitrah. Daarna maken zijn ouders hem tot Jood, Christen of Zoroastriaan.” Zou het kind met rust gelaten worden, dan zou het God op zijn eigen manier aanbidden, maar alle kinderen worden nu eenmaal door hun omgeving beïnvloed. Net zoals het kind zich vanzelf onderwerpt aan de wetten van de fysica, die Allah aan de natuur heeft opgelegd, onderwerpt zijn ziel zich van nature aan het feit dat Allah zijn Heer en Schepper is. Maar als zijn ouders het proberen te leiden naar een ander pad, is het kind in die eerste jaren van zijn leven niet sterk genoeg om weerstand te bieden of tegen de wil van zijn ouders in te gaan. In dat geval is de godsdienst die het kind volgt er een van gewoonten en opvoeding, en God houdt het kind daarvoor niet verantwoordelijk en straft het ook niet voor zijn godsdienst, tot een bepaald punt in zijn leven.

 

DE TEKENEN VAN GOD

Doorheen een mensleven, van zijn kindertijd tot wanneer hij sterft, worden aan de mens tekenen van de ene en enig ware God getoond, in alle godsdiensten op aarde en in hun eigen ziel, tot hen duidelijk wordt dat er slechts één ware God is (Allah). God zegt in de Quran:

“Wij zullen hen Onze Tekenen laten zien, aan de horizonten en in julliezelf, tot het jullie duidelijk zal zijn dat hij (de Quran) de Waarheid is. (…)” (Quran 41:53)

Wat volgt is een voorbeeld van hoe God aan een man een teken openbaarde over de vergissing van zijn afgodenverering.

In de Zuid-oostelijke regio van het Amazonewoud in Brazilië (Zuid-Amerika), richtte een primitieve stam een nieuwe hut op als onderdak voor hun mens-afgod Skwatch, die de almachtige God van de Schepping moest voorstellen. De volgende dag ging een jongeman de hut binnen om die God eer te bewijzen. Terwijl hij neergeknield lag voor wat hij voor zijn Schepper en Voorziener hield, sloop een schurftige oude hond vol vlooien de hut binnen. De jongeman keek nog net op tijd op om te zien hoe de hond zijn achterpoot hief en op het afgodsbeeld plaste.

Woedend verjoeg de jongeman het beest uit de tempel. Maar eens zijn woede was bekoeld, besefte hij dat het beeld onmogelijk de Heer van het Universum kon zijn. Hij besloot dat God elders moest zijn. Hoe vreemd het ook mag lijken, het feit dat die hond op het beeld had geplast was een teken van God voor die jongeman. Dit teken bevatte de goddelijke boodschap dat hetgeen hij aanbad verkeerd was. Het bevrijdde de jongeman van het slaafs navolgen van zijn traditioneel aangeleerde verering van een valse god. Als gevolg hiervan kreeg deze man de kans om te kiezen: ofwel de ware God zoeken of doorgaan op de verkeerde weg.

Allah vertelt over Profeet Abraham’s zoektocht naar God als een voorbeeld van het feit dat wie Zijn Tekenen volgt ook rechtgeleid zal worden.

“En zo lieten Wij Ibrahiem (Abraham) het Koninkrijk der Hemelen en der Aarde zien, opdat hij tot de overtuigden zou behoren. En toen de nacht hem omhulde zag hij een ster. Hij zei: ‘Dit is mijn Heer’. Maar toen hij onderging, zei hij: ‘Ik hou niet van wie ondergaan’. En toen hij de maan zag opkomen, zei hij: ‘Dat is mijn Heer!’. Maar toen die onderging, zei hij: ‘Tenzij mijn Heer mij leidt, zal ik zeker tot het dwalende volk behoren’. En toen hij de zon zag opgaan, zei hij: ‘Dit is mijn Heer. Deze is groter.’ Maar toen ze onderging, zei hij: ‘O mijn volk, voorwaar, ik ben onschuldig aan wat jullie aan deelgenoten (aan Allah) toekennen’. Voorwaar, ik heb mijn aangezicht gewend naar Hem die de hemelen en de aarde schiep, als Hanief (gelovend in één God), en ik behoor niet tot de veelgodenaanbidders’.” (Quran 6: 75-79)

Zoals eerder al is vermeld, werden er naar elk volk en iedere stam profeten gestuurd om het natuurlijke geloof van de mens in God, en zijn aangeboren neiging om Hem te aanbidden, te ondersteunen en om de goddelijke waarheid in de dagelijkse tekenen die God openbaart te versterken. Al werden de onderrichtingen van veel van die profeten mettertijd verwrongen, delen die hun door God geïnspireerde boodschap onthullen zijn ongeschonden gebleven en hebben de mensheid geleid in haar keuze tussen goed en kwaad. De invloed van door God geïnspireerde boodschappen doorheen de tijden kan worden vastgesteld in de “Tien Geboden” van de Joodse Torah, die later werden overgenomen in de Christelijke leer, maar ook in het bestaan van wetten tegen moord, diefstal en overspel in het merendeel van de samenlevingen uit de oude en de moderne wereld.

Door die tekenen van God aan de mensheid doorheen de tijden, gecombineerd met Zijn Openbaring langs Zijn Profeten, heeft de gehele mensheid de kans gekregen om de ene, enige, ware God te erkennen.

Bijgevolg zal elke ziel ter verantwoording worden geroepen voor haar geloof in God en voor haar aanvaarding van de ware godsdienst van God, de Islam, wat betekent zich volledig aan de Wil van Allah te onderwerpen.

BESLUIT

De bovenstaande presentatie heeft aangetoond dat de naam van de godsdienst “Islam” uitdrukking geeft aan de kerngedachte van de Islam, de onderwerping aan God, en dat de naam “Islam” niet door de mens maar door God zelf werd gekozen volgens de Heilige Schriften van de Islam. Er werd ook op gewezen dat alleen de Islam de uniciteit van God en Zijn Attributen (Eigenchappen) onderricht en dat ze de aanbidding van God alleen oplegt, zonder tussenpersonen. Tenslotte kan, vanwege de door God gegeven neiging van de mens om God te aanbidden en vanwege de tekenen die God doorheen de tijd aan elk individu openbaart, Islam door èlke mens ten allen tijde worden bereikt.

Kort samengevat: De betekenis van de naam “Islam” (onderwerping aan God), de fundamentele erkenning van Gods uniciteit en de bereikbaarheid van Islam voor de gehele mensheid in elk tijdperk van de geschiedenis ondersteunen op overtuigende wijze de bewering van de Islam dat van bij het begin der tjiden, ongeacht in welke taal het werd uitgedrukt, Islam de ware godsdienst van God was en dat zal blijven.

Tot slot vragen we Allah, de Verhevene, om ons op het Rechte Pad te houden waarnaar Hij ons heeft geleid, en om ons Zijn Zegeningen en Zijn Barmhartigheid te schenken. Want Hij is wel degelijk de Meest Barmhartige.

Geprezen zij Allah, de Heer der Werelden, en mogen Zijn vrede en zegeningen rusten op Profeet Muhammad en op alle Profeten van God en hun rechtschapen volgelingen.

BRON : www.bilalphilips.com

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Pijlers van de Islam, pre-Islam en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.