Tien jaar al?

Het zou gek zijn een categorie “bekeringsverhalen” te maken, en dan mijn eigen verhaal niet te vertellen… Maar hoe begin je daaraan? Als ik terugkijk, is mijn hele leven een pad naar de Islam geweest. Hoe ik geboren werd uit twee mensen die me niet wilden, opdat ik zo terecht kon komen bij een liefdevol ouderpaar dat zelf geen kinderen kon krijgen. Die ouders waren diepgelovig, genesteld in een gelovige familie, inclusief nonkel pastoor en nonkel onderwijzer, en papa werkte voor de katholieke missionaire beweging. Het belang van geloof en het doorgeven ervan werd me letterlijk met de paplepel ingegeven.

Besluiteloos over mijn toekomst, volgde ik de suggestie van papa om aan het Seminarie van Gent Godsdienstwetenschappen te studeren. Zo kon ik lerares godsdienst worden, maar wat mij vooral aantrok was het feit dat de proffen dezelfde zouden zijn als die voor de seminaristen. Ik zou het dus eindelijk eens allemaal horen van de bron, en begrijpen – want ik “geloofde” wel maar ik snapte het allemaal echt niet goed.

Twee jaar later: diploma op zak, veel feitjes en geschiedenis en theorieën geleerd maar niet wijzer geworden… Maar dat zèg je natuurlijk niet. Gelukkig hoefde ik het onderwijs niet in. Jammer genoeg kwam dat omdat papa ziek werd, en uiteindelijk ons moest verlaten. Ik ging verder op zijn pad in de missie-wereld. Het werden woelige tijden voor de Kerk, zeker tegen het einde van de eeuw, met schandalen (toen al), teleurstelling in het Instituut en zijn vertegenwoordig(st)ers, en daardoor een meer en meer wankelend geloof.

Mijn strijd bracht me op een punt waarop ik wist:  Ik geloof in God.
Hij heeft alles geschapen, beheert en overheerst alles.
Hem wil en moet ik volgen en gehoorzamen.
Alleen weet ik niet goed hoe – want wat ik als Christen heb geleerd,
laat me grotendeels in de steek.

Het stoorde me steeds meer dat de leer van de Kerk soms de Bijbel regelrecht tegenspreekt: verbod op beelden in de Bijbel, maar massa’s heiligenbeelden in de kerk; God is almachtig, maar voor het goede weer breng je eieren naar de Heilige Klara en als je iets kwijt bent druk je Sint-Antonius met zijn neus in de hoek; enz…

En toen waren er twee mysterieuze ogen
aan een bushalte aan het Zuid in Gent…

Ik zat op een dieptepunt in mijn leven, al had ik net een appartement gekocht. Toen ik bij de notaris buitenkwam, wist ik (meende ik te weten) dat dit de laatste stap in mijn leven was geweest: een mooie eigendom en nu gewoon verder aanmodderen tot het eindelijk allemaal voorbij is. Aan de bushalte stond een vreemdeling. Ik bedacht wat een prachtige donkere ogen die had en stapte verder, in gedachten al bezig met meubels kiezen, behangen en verhuizen.

Maar die twee karbonkelogen…  Ik keek om, en toen bleek dat de eigenaar van die ogen op dat teken had gewacht om me achterna te komen en aan te spreken… Een paar dagen later hadden we ons eerste afspraakje. Ik verwachtte er niets van, maar het werd alles. Liefde ja, absoluut. Maar ook Islam.

Pas op voor je gaat oordelen, want ik ken die reactie al:
“O ja, ze heeft zich voor haar man bekeerd.”

Niets is minder waar! In tegendeel. Al van bij ons eerste wat meer diepgaande gesprek wees Saleem me op het feit dat hij als Muslim met een Christen mag trouwen: “als je maar een goede Christen bent”. Ik zag mijn kans om, teurgdenkend aan wat Herman Boon (‘de’ man van Missio Mechelen, auteur en aan het einde van zijn loopbaan ook aalmoezenier van de nationale luchthaven) eens had gezegd, te tonen dat ik een èchte Christen was: “Als er in je leven niet één iemand Christen wordt door jouw toedoen, dan was je geen goede Christen”.

Voor  ik het besefte zat ik op “bekeringskoers”, helemaal in de geest van Missio, mijn werk. Maar noch mijn seminariekennis, noch spreekbeurten en lectuur van daarna, niets baatte. De antwoorden die ik kreeg over Islam ontwapenden me keer op keer. Ze  kwamen heel rustig en respectvol, en vaak suggereerde Saleem enkel maar dat ik zelf eens moest lezen wat Islam erover zegt, omdat hij het niet zo goed kon uitleggen. En ik deed dat dan nog ook, in de overtuiging dat ik zo de manier zou vinden om hem te overtuigen.

In plaats daarvan floepten er dagelijks dingen door mijn hoofd, tijdens het werk op Missio zelfs, waarbij ik moest toegeven: de Islam  heeft gelijk, en de Kerk zit fout. Zaken waar ik vroeger al mee zat, en meer. De Bijbel zegt bijvoorbeeld dat Jezus zijn leerlingen twee aan twee uitzond, maar ik zag rondom mij de schrijnende gevolgen van de enorme eenzaamheid bij priesters die overal alleen voor staan. Islam draagt de broederschap hoog in het vaandel en staat niet toe iemand lang alleen te laten.

Ik stemde op een bepaald moment zelfs toe met bijkomende vorming – ook weer aan het seminarie. Wat zei de prof daar?! “Of Jezus nu wel of niet God was, dat laten we hier in het midden. Hij was in ieder geval een fantastische mens, wiens voorbeeld we zeker moeten volgen.” Aan het seminarie! Pal tegen de katholieke geloofsgetuigenis in! Maar wel perfect in lijn met wat ikzelf – en zoveel Christenen, of niet? – aanvoelde: God is God, Jezus is Jezus, maar die hele redenering rond “drie in een” laten we liever opzij liggen. En dat is wat Islam leert.

Ik kreeg een video van vrienden van Saleem. Het was de slotconferentie van een heel proces waarbij aan geleerden, specialisten in hun vak die niet-Muslim waren en soms zelfs ongelovig, werd gevraagd om een vers in de Quran dat te maken had met hun specialisatie te bestuderen en te laten weten wat ze erover dachten. Eén voor één, hoe ongelovig ook, kwamen ze tot de conclusie: “Dit kan nooit door een mens zijn verzonnen – niet in die tijd. Dit zijn absoluut correcte uitspraken op wetenschappelijk vlak, 1400 jaar geleden gedaan, over zaken die we pas sinds een paar decennia weten!” (bekijk of lees hun reacties op http://scienceislam.com/scientists_quran.php)

En dan was er de “funny sheikh” (grappige sheik) Yusuf Estes (www.islamalways.com; www.shareislam.com enz…), die me met een andere overweging deed worstelen. “Alle mensen zijn sowieso al voor 50% Muslim” zei hij. En dat verklaarde hij zo: ons lichaam gehoorzaamt, los van onze vrije wil, zonder tegenstribbelen aan de Wetten van de Natuur (die God heeft ingesteld om de wereld zo georganiseerd te laten draaien). Het verteert wat we eten en zet het om in de juiste bouwstoffen voor ons lichaam, onze longen halen het juiste product uit de lucht en stoten de rest weer af, ons bloed brengt de bouwstoffen daar waar ze horen, enzovoort.

Dat besef, hoe grappig en simpel gebracht ook, deed me inzien dat ik inderdaad enkel nog met mijn hart en ziel hetzelfde moest doen: erkennen dat ik niets ben en niets kan tenzij de Schepper het wil, dat aanvaarden en mijn eigen wil en voorkeuren ondergeschikt maken aan wat Hij voor mij best vindt.

Tien jaar geleden (Missiezondag 2000) stond ik dus als een opgewonden kind voor Saleem: “Ik wil mijn shahada zeggen!”
Hij: “Niet doen om mij een plezier te doen. Want dan telt het toch niet. En ik heb je toch gezegd dat je geen Muslim MOET worden!” Daarop werd ik een beetje baldadig, greep zijn beide oren eens goed vast en zei heel nadrukkelijk: “Dit doe ik niet voor jou, maar voor mij en voor Allah”. Waarop ik hem mijn geloofsgetuigenis zowat in het gezicht heb geslingerd. Niet echt formeel en netjes, maar de boodschap kwam wel over.

Uiteraard heeft hij me nadien uitgelegd hoe ik het nog eens netjes kon overdoen ook…  En alhamdolillah (God zij geprezen) ben ik tot vandaag in dat geloof bewaard en mocht ik stilletjes aan groeien in kennis en geloof, mede dankzij de steun van die lieve man, van zovele dierbare broers en zussen in ditzelfde geloof en zelfs van enkele dierbare kennissen en vrienden uit het leven “hiervoor”, die me met hun vriendschap, vertrouwen èn geloof nabij zijn gebleven.

 

Ik bid tot God dat Hij allen die mij dierbaar zijn (en daar hoor jij ook bij)
tot ditzelfde inzicht en geluk helpt komen en dat Hij toelaat
dat iets van wat ik doe, zeg of schrijf daartoe kan bijdragen.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muslim worden en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.