Wie houdt de Islam tegen? “Zij”? Of “wij”?

door Dr Abu Ameenah Bilal Philips

(vertaald en samengevat door Mariaminslam)

Deze bespreking draait rond wat we “het obstakel” zouden kunnen noemen: dat wat de Islam ervan weerhoudt om zich hier en elders te ontwikkelen zoals het hoort.

Bedoeling is om dieper in te gaan op enkele van de belangrijkste voorwaarden opdat de Muslim Ummah (gemeenschap) in dit leven datgene kan bereiken waarvoor ze door Allah verantwoordelijk is gesteld. Tot deze fundamentele principes hoort dat van de Taqwa. Het woord wordt gewoonlijk vertaald als ‘de vrees voor Allah’ of het bezitten van die eigenschap. Het stamt van een Arabisch werkwoord (waqa’a yaqie) dat zoveel betekent als ‘zichzelf beschermen’. Een schild of scherm wordt ‘wiqaayah’ genoemd en ook dit woord stamt van hetzelfde werkwoord: iets om jezelf mee te beschermen.

Het is trouwens op basis van hun Taqwa dat sommige mensen in de Islam ‘beter’ worden bevonden dan anderen. Allah (geprezen en verheven is Hij) heeft ons in de Quran laten weten dat Hij sommige mensen meer heeft begunstigd dan anderen. Levensonderhoud is daarvan een voorbeeld. Allah zegt:

“En Allah heeft sommigen van jullie boven anderen bevoorrecht met levensonderhoud. (…)” (De Edele Quran 16:71)

Dit is de realiteit: in dit leven zijn de mensen niet allemaal gelijk. Allah heeft sommigen meer begunstigd dan anderen, op verschillende vlakken. Deze gunsten maken echter meteen ook deel uit van de beproevingen van dit leven. Dit zijn niet het soort gunsten waarover we fier moeten zijn, of ons meer waard mogen voelen tegenover anderen, want gevoelens van ijdelheid en superioriteit worden vervloekt in de Islam. Het is zoals de Profeet (vrede en zegeningen over hem) heeft gezegd: “Eender wie die in zijn hart trots heeft ter grootte van een mosterdzaadje, zal nooit het Paradijs binnengaan.”

Trots is iets wat in de Islam bijzonder wordt veracht. Dit gaat zover dat, àls we in de Islam al zouden spreken over oerzonde, trots de oerzonde zou zijn. Dat was namelijk de allereerste zonde: die van de Satan, toen hij van Allah het bevel kreeg om samen met de Engelen te buigen voor Adam. Hij weigerde dat, en toen Allah hem vroeg waarom (al wist Allah dat uiteraard al), antwoordde de Satan: “U heeft mij uit vuur gemaakt en hem uit klei. Ik ben beter dan hem, omdat U mij uit vuur heeft gemaakt en hem uit klei.” Wanneer we kijken naar racisme en nationalisme, zien we vergelijkbare gevoelens. Mensen denken dat ze beter zijn dan anderen omdat ze tot een bepaald ras behoren, of tot een bepaald volk. Hiervoor is absoluut geen plaats in de Islam, aangezien dit fundamenteel tegengesteld is aan de leer van de Islam: Allah heeft de hele mensheid geschapen uit één enkele ziel, waarna Hij hen verdeelde over verschillende stammen en volkeren opdat, zoals Allah het heeft uitgelegd, de mensen elkaar kunnen leren kennen.

Allah heeft gezegd dat de edelste van de mensen in zijn ogen diegenen zijn die een grotere Taqwa hebben. Het is niet iets waarmee Allah zomaar de één boven de ander begunstigt, in die zin dat Hij de ene Taqwa geeft en de andere niet. Hij geeft wel aan iemand veel geld en aan een ander minder, maar Taqwa is iets wat je verdient met daden van geloof. In de fysieke wereld is datgene waarmee Allah ons bevoordeelt een gunst van Hem, een onderpand dat Hij ons toevertrouwt, en daarom heeft Hij gezegd:

“En verlangt hetgeen niet waarmee Allah sommigen van jullie boven anderen heeft bevoorrecht (…)” (De Edele Quran 4:32)

Allah, die de mogelijkheden van de mensen kent, heeft elke persoon namelijk die beproevingen opgelegd die bij hem passen. Misschien wensen we wel dezelfde dingen, maar ze konden wel eens teveel voor ons zijn als we ze hadden! Daarom raadt Allah ons aan er niet naar te verlangen. Hij heeft voor ons voorbestemd wat we hebben, omdat dat voor ons past. De Profeet (vrede en zegeningen over hem) heeft ons hierover ingelicht in de Hadith die we vinden in Bukhari en Muslim, waarin hij heeft gezegd: “Kijk naar hen onder u en niet naar hen boven u. Het is beter voor u, opdat je niet Allah’s zegeningen voor jou zou ontkennen.”

“Kijk naar hen onder jou”… In de fysieke wereld bevoordeelt Allah sommigen op materieel vlak. Richt je niet op hen die meer kregen dan jij, want het zal in je hart enkel ontevredenheid en jaloezie wekken die je goede daden teniet doen. In plaats daarvan kijken we beter naar degenen “onder ons” want, ongeacht de omstandigheden waarin wij ons bevinden, er zijn altijd wel mensen die het op economisch vlak minder goed hebben, die in grotere moeilijkheden verkeren of nog meer lijden dan wij. Door dit te doen zullen we beseffen: “Eigenlijk hebben we het nog niet zo slecht. Allah heeft ons op deze manier begunstigd, en ook zo, en dat ook nog,…”

De Profeet Muhammad (vrede en zegeningen over hem) heeft tijdens zijn laatste bedevaart – maar ook bij andere gelegenheden, wanneer hij het erover had dat Halal en Haram duidelijk zijn gemaakt – gezegd dat Taqwa zich eigenlijk in het hart bevindt. Daarmee maakt hij duidelijk dat je het niet kan meten. We kunnen een algemeen oordeel over iemand vellen aan de hand van zijn uiterlijke daden en vaststellen dat iemand niet veel Taqwa lijkt te hebben, omdat hij of zij veel dingen doet die Allah niet behagen – terwijl een ander meer Taqwa lijkt te bezitten omdat hij of zij veel dingen doet die Allah wel behagen. Dit zijn echter oppervlakkige beoordelingen; we weten niet ècht wat er in die persoon omgaat.

Er is een voorval overgeleverd in Sahih Muslim, dat plaatsvond tijdens de Slag bij Khaibar. Umar haalt daarin aan dat de mensen over de gesneuvelden zegden dat ze martelaar waren geworden. Umar stapte samen met de Profeet (vrede en zegeningen over hem) over het slagveld en vertelde hem dat die persoon martelaar was geworden en die ook. Hij kwam voorbij een van hen en zei opnieuw: “Hij is een martelaar”. De Profeet (vrede en zegeningen met hem) zei: “Helemaal niet. Ik heb hem in de Hel gezien, in een gewaad dat hij onrechtmatig uit de oorlogsbuit had genomen.” Dan zei hij tegen Umar ibn al Khattab: “Ga, Umar, en verkondig drie keer aan de mensen dat enkel de ware gelovigen het Paradijs zullen binnentreden.”

Deze Hadith maakt duidelijk wie echt gelooft en wie niet. We zouden normaal aannemen dat iemand die zijn leven geeft voor Allah de ultieme daad van Taqwa heeft gesteld, maar deze man streed helemaal niet voor de zaak van Allah: hij streed voor de oorlogsbuit, en ging zelfs zover dat hij heeft gestolen van de buit, of meer heeft genomen dan zijn deel, wanneer hij daar de kans toe zag. Zijn daad – hoewel slechts uiterlijk – misleidde iedereen (zelfs ‘Umar ibn al Khattab) ertoe om de man een martelaar, met een van de hoogste niveaus van Taqwa, te noemen. En van hem zei de Profeet (vrede en zegeningen over hem) dat hij hem in de Hel had gezien. Dit wijst ons erop dat Taqwa iets is wat we al bij al niet kunnen beoordelen aan de hand van uiterlijkheden, en dat het iets innerlijks is.

IN HET DAGELIJKSE LEVEN

Als we de praktijk van en de theorie rond daden van aanbidding in de Islam bekijken, dan stellen we vast dat het merendeel ervan (zoniet alles) de mensen voert naar een toestand van Taqwa. In verband met het vasten zegt Allah (geprezen en verheven is Hij ) bijvoorbeeld:

“O jullie die geloven, het vasten is jullie verplicht, zoals het ook verplicht was voor hen die voor jullie kwamen. Hopelijk zullen jullie Allah vrezen (Taqwa)” (De Edele Quran 2:183)

Dit concept van Taqwa, waarbij een persoon probeert zichzelf te beschermen tegen de wraak van Allah door die dingen te doen die Hem aangenaam zijn, is iets wat men alleen maar kan doen vanuit een groot bewustzijn van Allah, waardoor de term ook wel als ‘Godsbewustzijn’ wordt vertaald.

Als we kijken naar de Salaat (ritueel gebed), zien we dat Allah zegt: “Verricht het gebed ter Mijner gedachtenis.” Gebeden, en eigenlijk alle aspecten van aanbidding, houden ons voortdurend bewust van Allah. Wie beseft dat Hij altijd toekijkt, zal namelijk niet zo snel geneigd zijn dingen te doen die Hem niet behagen. Het is pas als we Allah vergeten dat de Satan een gaatje ziet en ons kan benaderen, dat hij ons boosaardige dingen kan voorstellen en dat wij in het kwade vervallen.

Per slot van rekening bevinden wij ons in een toestand van constante tweestrijd tussen het gedenken van Allah en het vergeten van Allah. Hem gedenken verzekert ons van rechtschapenheid; Hem vergeten opent de deur voor zonde. Daarom houdt Taqwa verband met het gedenken van Allah, de vrees voor Allah, het beschermen van onszelf tegen de woede van Allah. Dat alles vormt het doel of de basishouding die de Islam in ons wil ontwikkelen en die – uiteindelijk – de basis voor rechtschapenheid vormt.

VRIEND VAN ALLAH

Als iemand deze kenmerken ontwikkelt, of er alvast naar streeft, verwerft die persoon bij het bereiken ervan de status van “vriend van Allah”, in de Quran en de Sunnah van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) “Wali” of “Waliyullah”. In gewoon taalgebruik wordt dit echter wel eens vertaald als “heilige”, terwijl we in de Islam helemaal geen heiligen hèbben, zeker niet vanuit de interpretatie dat die mensen dan ook nog wonderen verrichten. Vanuit Islamitisch perspectief is een “vriend van Allah” iemand die Taqwa heeft ontwikkeld. Zoals Allah heeft gezegd in Surah Yunus:

“Weet, voorwaar er zal geen vrees over de geliefden van Allah komen, en zij zullen niet treuren, degenen die geloofden en voortdurend (Allah) vreesden.” (De Edele Quran 10:62-63)

De Profeet (vrede en zegeningen over hem) heeft dit nader uitgelegd. Het is in zijn Sunnah dat we de details vinden die praktisch op ons van toepassing zijn. Zo is er een bepaalde Hadith, overgeleverd door zowel Al-Bukhari als Muslim, waarin de Profeet (vrede en zegeningen over hem) ons iets doorgeeft wat Allah heeft gezegd (=Hadith Qudsi). Hij werd overgeleverd door Abu Hurairah die vertelt dat de Profeet Muhammad (vrede en zegeningen over hem) heeft gezegd: “Waarlijk, Allah de Almachtige heeft gezegd: ‘Ik heb de oorlog verklaard aan al wie probeert een vriend van Mij kwaad te doen’.” Dat is het statuut van de “Wali” van Allah! Deze ultieme bescherming is dus overduidelijk een status die we moeten proberen te bereiken.

Allah (geprezen en verheven is Hij) vervolgt Zijn uitleg, via de Profeet (vrede en zegeningen over hem) in deze Hadith Qudsi: “Mijn dienaar komt niet dichter tot Mij met iets wat Mij dierbaarder is dan de zaken die Ik voor hem verplicht heb gemaakt.”

Met andere woorden, om een vriend van Allah te worden, volg je de weg van de fundamentele verplichte zaken die Allah heeft bepaald. Wie die zaken niet heeft vervuld, kan nooit een vriend van Allah worden.

Er zijn dus geen sluipwegjes naar Taqwa, al zijn er mensen die ze aanbieden: “Doe dit, zeg dat en je bent er”‘. Maar Allah legt ons uit dat de enige weg deze is van Zijn Geboden. Verder zegt Hij dat de dienaar Hem daarna nog dichter nadert door vrijwillige daden van aanbidding te verrichten, totdat Allah van hem houdt.

Werkelijk elke verplichte daad van aanbidding heeft ook een vrijwillig aspect. Salaat is vijf keren per dag verplicht. Maar dan komen de Sunnah gebeden, ervoor of erna, en nog een hele waaier aan andere gebeden. De Profeet (vrede en zegeningen over hem) heeft bijvoorbeeld over “Salaatul istikhaarah” gezegd dat we twee Rakaat moeten bidden, gevolgd door een bijzondere Du’a, telkens wanneer we ergens mee zitten en een beslissing moeten nemen. Onder de vrijwillige gebeden vallen ook het Witr en Tahajjud gebed in de nacht. Dat zijn allemaal verschillende vrijwillige daden die onze Salaat tot leven brengen als ze deel gaan uitmaken van ons leven, bovenop de opgelegde daden. Onze Salaat verschuift dan van het rituele niveau naar het niveau van een levenswijze.

Zo gaat het ook met het vasten. Iemand vast tijdens de maand Ramadan omdat het verplicht is. Het is echter niet de bedoeling dat we enkel die ene maand per jaar vasten, maar dat het vasten een manier van leven voor ons wordt. De Profeet (vrede en zegeningen over hem) heeft ons aangemoedigd om tijdens de maand Shawwal zes dagen te vasten. Gecombineerd met de Ramadan levert dat de beloning op voor een heel jaar vasten. Dan blijven er nog de middelste drie dagen van elke maanmaand (de 13°, 14° en 15°), en hij vastte ook op maandag en donderdag aangezien hij heeft gezegd: “Op maandagen en donderdagen zijn de poorten van het Paradijs open”. Dit zijn enkele van de vrijwillige mogelijkheden waartoe we worden aangemoedigd. Regelmatig vasten ontwikkelt onze zelfbeheersing, onze controle over onze verlangens (of ze nu voedsel betreffen, seksuele relaties of controle over onze tong). Zelfbeheersing in die zaken is iets wat we niet slechts voor één maand per jaar nodig hebben, maar het jaar door. Dat kan slechts worden gerealiseerd wanneer vasten een deel van ons leven wordt.

Net zo is Zakaat (liefdadigheidsbelasting) één keer per jaar verplicht. Maar ook de Zakaat is bedoeld om vrijgevigheid te ontwikkelen, opdat Sadaqa (“gewone” liefdadigheid) een reflex wordt. Telkens we de kans krijgen om met anderen te delen, om anderen te helpen, reiken we de ander de hand.

Dat zijn de aspecten van “Taqwa”, die we bereiken door de basisprincipes van de Islam toe te passen en daarop verder te bouwen met vrijwillige daden van aanbidding.

In de Hadith die de Profeet (vrede en zegeningen over hem) heeft aangehaald, gaat Allah verder met te zeggen dat Hij elk gebed zal verhoren van de persoon die zo handelt, en dat Hij die persoon zal beschermen wanneer die om bescherming vraagt.

OBSTAKELS WEGRUIMEN

Als we streven naar de liefde van Allah – en Allah houdt van hen die Zijn vrienden zijn, maar ook van wie in het algemeen goed doen, al is de liefde voor Zijn vrienden bijzonder – dan moeten we die liefde bereiken en verwerven door die dingen te doen die voor ons verplicht zijn gemaakt. Dat is waar het om draait.

De materialistische maatschappij biedt een enorme waaier van wegen naar geluk, maar dat geluk is slechts beperkt. Een vakantie heeft een begin èn een einde, een wagen gaat een aantal jaren mee en valt dan in panne, een huis kan op een bepaald moment leuk zijn, maar mettertijd minder aantrekkelijk of praktisch blijken. Materiële zaken die we in dit leven met geluk associëren zijn van voorbijgaande aard. Als je ze eenmaal bezit, wil je weer iets anders, omdat dit soort geluk gewoon een vervulling van een fysiek verlangen is. En als is voldaan aan dat fysieke verlangen, komen er al snel andere in de plaats. Het verlangen zelf heeft bovendien de neiging om, eens je eraan hebt voldaan, groter te worden. Zoals de Profeet (vrede en zegeningen over hem) heeft gezegd: “Als een man een vallei vol goud zou krijgen, dan zou hij er nog een willen.” In het Westen zeggen we: “Het gras is altijd groener aan de andere kant van de heuvel.” De Profeet (vrede en zegeningen over hem) heeft gezegd dat ons verlangen pas eindigt als we in ons graf liggen.

We kunnen nooit het geluk bereiken door het vervullen van materiële wensen. Geluk komt slechts met “Taqwa”. Zoals Allah (geprezen en verheven is Hij) zegt: “Slechts in het gedenken van Allah vindt het hart rust.” (De Edele Quran 13:28)

Wanneer iemand “Taqwa” bereikt, komt zijn of haar hart tot rust en vraagt het niet langer om meer en nog meer. Bij problemen raakt hij/zij niet verward, angstig of vertwijfeld: er heerst rust in zijn/haar hart. Zoals de Profeet (vrede en zegeningen over hem) heeft gezegd:

“Over de hele lijn is het leven van een gelovige goed, en dat is enkel het geval voor een ware gelovige: als hem iets goeds overkomt, dan dankt hij Allah en Allah beloont hem voor dat goede; hij vergeet Allah niet in die tijd van voorspoed. En als hem schade toekomt, of er overkomt hem een tegenslag, dan is hij geduldig en Allah beloont hem ook daarvoor.”

Eigenlijk zijn beide situaties een test. In goede tijden, wanneer het leven rustig zijn gangetje gaat, is het leven even goed een test voor ons geloof: zijn we zo gelukkig met ons succes dat we Allah en onze verantwoordelijkheid vergeten, of danken we Allah in het besef dat het allemaal eigenlijk van Hem komt? Zelfs als we hard gewerkt hebben, is het bereiken van ons doel uiteindelijk een geschenk van Allah, aangezien wij zelf voor geen enkele van onze inspanningen het resultaat kunnen bepalen. In tijden van moeilijkheden beseffen we dat ze voortkomen uit iets dat we verkeerd hebben gedaan en dat elk lijden dat ons overkomt een zuivering is voor onze zonden. We verdragen het met geduld en volharding, in de wetenschap dat het niet eeuwig zal duren: tegenslag en moeilijkheden blijven een mens niet voortdurend bij, ze worden af en toe opgeheven en dus zal Allah ons belonen als we, ook in moeilijke tijden, geduld oefenen.

Maar, zoals de Profeet (vrede en zegeningen over hem) heeft gezegd: “Het geduld wordt beoefend tijdens de tegenslag, niet achteraf.”

Op een keer, toen hij dit had gezegd, kwam hij voorbij een vrouw die weende, in tranen, schreeuwend en klagend. Hij vroeg de vrouw wat haar probleem was en raadde haar aan zich te beheersen. Ze wist niet wie hij was en dus draaide ze zich naar hem en snauwde: “Weet jij wel wat mij is overkomen? Jij hebt dat niet meegemaakt! Jij weet niet hoe het is! Misschien zou jij, als het jou overkwam, net zo hard schreeuwen als ik of zelfs erger!” Dus ging de Profeet (vrede en zegeningen over hem) verder. Dit was duidelijk iemand met wie niet te praten viel op dat moment. Toen vertelden andere mensen haar dat die man de Profeet van Allah was. Daarom liep ze hem achterna en zij: “Sorry, sorry… Ik had dat niet mogen doen, ik had dat niet mogen zeggen…” Hij reageerde: “Geduld is op het moment van de tegenslag.” 

BESLUIT

Als we een tijdlang Muslim zij, vervallen we gemakkelijk in een sleur. Als we onze verplichtingen echter routinematig uitvoeren, verspelen we de echte beloning ervoor, zelfs al is het ritueel op zich volbracht. Alleen wanneer het ritueel met toewijding en met heel ons hart oprecht wordt verricht, krijgen we er de volle beloning voor.

Zonder oprechtheid in onze aanbidding groeien we niet, terwijl we net moeten proberen om voortdurend verder te groeien, aangezien niemand van ons het perfecte gebed kan verrichten. We weten wel dat er nog zoveel is dat we kunnen doen, en daarom moeten we regelmatig terugkijken op ons gebed en ons afvragen in welke mate we dat gebed hebben verricht zoals het hoort.

De Profeet Muhammad (vrede en zegeningen over hem) heeft gezegd: “Bid zoals je mij hebt zien bidden” maar daarbij doelde hij niet alleen op de bewegingen, die daar uiteraard wel toe behoren, maar sprak hij ook over het spirituele aspect van dat gebed. Hij moedigt ons aan om telkens te streven naar dat complete, volmaakte gebed. Telkens we het verlangen ernaar verliezen, weten we dat we in de knoei zitten en achteruit zijn gegaan.

We moeten steeds weer onszelf controleren en herpakken. Datzelfde geldt ook voor het vasten. Of het nu gaat over iemand die zich tot de Islam heeft bekeerd of iemand die is teruggekeerd naar de Islam toen hij/zij zich er beter van bewust werd, we weten allemaal hoe die eerste vasten in de Ramadan na die bewuste keuze een zekere grootsheid en kracht had en hoe we die precies hebben verloren in de vastenperiodes die later volgden.

We moeten juist van kracht naar kracht gaan, en ernaar streven om dat niveau vast te houden. Het is haalbaar, zij het niet als een constante. Er zullen altijd hoogten en laagten zijn, zo is dat nu eenmaal met geloof. “Taqwa” is niet iets waarvan je een bepaald niveau bereikt en dat dan voor de volle 100% voortdurend kan aanhouden. “Taqwa” stijgt en daalt, groeit en krimpt. We moeten er voortdurend aan werken. Er is geen geheime formule.

Het is heel duidelijk en algemeen geweten dat goede daden de “Taqwa” doen groeien. Het stellen van een goede daad is een voortdurend streven naar wat Allah aangenaam is. We moeten er constant aan werken om Allah’s genoegen te bereiken. Dat betekent uiteraard dat we ons bewustzijn van Allah moeten vergroten. Vervallen we in het kwaad, dan verzwakt de slechte daad ons geloof nog verder, aangezien die te maken heeft met het vergeten van Allah, en dat gaat dan weer gepaard met een toestand van ellende.

Zoals we al hebben gezegd, komt het ware geluk met het gedenken van Allah. Dàt geluk kan ons bijblijven als een gevoel van tevredenheid, zowel in tijden van gemak als in tijden van moeilijkheden. Het vergeten van Allah leidt tot ellende, een toestand waarin we ons vooral bezig houden met materiële zaken, in een poging ons eindeloos verlangen ernaar te vervullen, en in de ijdele hoop zo het geluk te vinden. Dat is waarom Allah in de Quran zegt:

 “En hij die zich afwendt van Mijn Vermaning, voorwaar er zal voor hem (of haar) een benauwd leven zijn.” (De Edele Quran 20:124)

De Profeet (vrede en zegeningen over hem) heeft dat nog benadrukt door te zeggen: “De dienaar of aanbidder van de Dirham en Dinar (degene die het geld vereert), zal altijd ellendig zijn.” Iemand die van geld het hoofddoel voor zijn leven maakt, zal nooit tevreden zijn. Bovendien zullen ze, eens ze zoveel hebben dat ze het niet meer kunnen opgebruiken, bang worden dat iemand het wil stelen. Daarom leven ze voortdurend in angst . Dat is de toestand van hen die Allah hebben vergeten.

Daarom moeten we er altijd naar streven om de fundamenten van ons geloof te vestigen en te verstevigen. Zonder die basis is er geen sprake van dat we Allah nabij kunnen zijn. Dan maakt het niet uit wat we doen, het zal ons niet nader tot Allah brengen. We mogen geen voorrang geven aan secundaire daden boven de fundamentele, verplichte, daden in zaken als, bij voorbeeld, het Fajrgebed. We moeten onze basis vooral vestigen door ons te concentreren op wat is opgelegd. Daarop moet onze nadruk liggen. En de Sunnah komt daar nog bij, om ons te helpen, om ons bij de opgelegde zaken bij te staan. Ze vullen de leemte die is ontstaan door laksheid of gebreken in onze verplichte daden, en tegelijk vergroten ze onze ijver en bereiden ze ons op de beste wijze voor op het verplichte. Als je meteen in de Fard “duikt” wanneer je uit een werksituatie komt, dan draag je meestal nog je omgeving en al je ervaringen van die dag mee. Verricht je daarentegen eerst de Sunnah gebeden, dan verplicht je jezelf daardoor om de juiste geestesinstelling aan te nemen. Dat is aanbidding. Dat is de reden waarom ons wordt aangeraden om, als we naar de moskee gaan, twee Rakaat te bidden voor we gaan zitten. Ga je gewoon zitten, met je vriend naast je, dan begin je over van alles te praten en vergeet je dat je in de moskee bent. Door vooraf te bidden, creëer je voor jezelf de juiste gemoedstoestand en bereid je jezelf beter voor op het verplichte gebed.

We hebben de twee, zij aan zij, maar onze grootste aandacht moet naar de verplichte zaken gaan. Met alle verschillende handelingen die we daar nog bovenop verrichten, door de vrijwillige daden, zullen we insh’Allah die hoge status bereiken die Allah heeft omschreven als “Vriend van Allah”. Dat is iets wat voor ieder van ons de moeite waard is om na te streven – en dan vallen de obstakels vanzelf weg.

 

 

 
Dit bericht werd geplaatst in Muslim zijn is..., Sprokkels en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.