De uitdaging van de Quran

(In het licht van de Edele Quran en de Soennah)

Door Dr. Bilal Philips

 

De uitdaging van de Quran om een gelijkaardig werk voor te brengen en de onmogelijkheid van zijn tijdgenoten om dat te doen.

 

De Quran is niet enkel uniek door de manier waarop hij zijn onderwerp presenteert, maar ook omdat hij op zich al een mirakel is. Met de term ‘mirakel’ bedoelen we het verrichten van een bovennatuurlijk of uitzonderlijk gebeuren, dat niet door mensen kan worden nagedaan. Het is overgeleverd dat de Profeet Muhammad (vrede en zegeningen over hem) de Arabieren heeft uitgedaagd om een literair werk van hetzelfde kaliber als de Quran voort te brengen, maar ondanks hun alom bekende welbespraaktheid en hoog literair niveau van die tijd zijn ze daar niet in geslaagd. De uitdaging om de Quran te reproduceren werd de Arabieren, en de mensheid, in drie stappen voorgelegd:

 

1. DE GEHELE QURAN

In de Quran heeft God de Profeet (vrede en zegeningen over hem) bevolen om de hele Schepping uit te dagen een boek van het niveau van de Quran te schrijven:

“Zeg (O Muhammad): ‘Als de mensen en de Djinn’s zich zouden verenigen om het gelijke van deze Quran te maken, dan kunnen zij niet met het daaraan gelijke komen, zelfs al zouden zij elkaar tot steun zijn’. “ (De Edele Quran 17:88)

 

2. TIEN HOOFDSTUKKEN

Nadien heeft God de uitdaging beduidend makkelijker gemaakt, door aan hen die de goddelijke oorsprong van de Quran ontkenden te vragen tien hoofdstukken van de Quran na te maken:

“Of zij zeggen: ‘Hij (Muhammad) heeft hem (de Quran) verzonnen.’ Zeg: ‘Brengt dan tien verzonnen hoofdstukken voort die daaraan gelijk zijn, en aanroept wie jullie kunnen, buiten Allah, als jullie waarachtigen zijn’.” (De Edele Quran 11:13)

 

3. EEN ENKEL HOOFDSTUK

De allerlaatste uitdaging hield het namaken in van één enkel hoofdstuk dat zich kon meten met wat in de Quran staat, en dat terwijl we weten dat het kortste hoofdstuk (al-Kawthar) slechts drie verzen telt!

“En als jullie in twijfel verkeren over wat Wij hebben neergezonden aan Onze dienaar (Muhammad), brengt dan een gelijkwaardige Soera voort, en roept jullie getuigen buiten Allah op, als jullie waarachtigen zijn.” (De Edele Quran 2:23)

 

Deze uitdagingen waren geen lege woorden, en het is ook niet zo dat niemand er iets om gaf om hun ongelijk te bewijzen. De oproep van Profeet Muhammad (vrede en zegeningen over hem) tot het monotheïsme – tot het afschaffen van afgoderij in al zijn vormen en tot gelijkheid tussen slaven en hun meesters – bedreigde het hele socio-economische kader van de maatschappij van Mekka in het algemeen, en de positie van de heersende Quraysh stam (waartoe de Profeet behoorde) in het bijzonder. Mekka, het handelscentrum van Arabië en ook het spirituele centrum van de streek, wilde koste wat het koste de verspreiding van de Islam tegenhouden.

Al wat de tegenstanders van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) moesten doen om de beweging te verpletteren was één enkel hoofdstuk aanvoeren zoals deze die door de Profeet en zijn volgelingen aan het volk werden voorgedragen.

Een aantal van de sprekers en dichters van de Quraysh stam heeft inderdaad geprobeerd de Quran te imiteren, maar het is ze niet gelukt. Dan zochten ze maar hun toevlucht tot het aanbieden van grote rijkdommen aan de Profeet (vrede en zegeningen over hem), of de positie van koning en de nobelste en mooiste vrouwen in ruil voor zijn belofte dat hij zou stoppen de mensen uit te nodigen tot de Islam. Zijn antwoord was de voordracht van dertien verzen uit het hoofdstuk Fussilat, tot ze hem vroegen daarmee te stoppen. [1] Daarop begonnen de Quraysh dan maar hun slaven en familieleden die de Islam hadden aangenomen te martelen, in een nutteloze poging hen zo tot het heidendom te doen terugkeren. Later zetten ze een economische boycot op tegen de Profeet (vrede en zegeningen over hem), zijn volgelingen en clangenoten (Bani Hashim), om ze door uithongering te dwingen zich aan hen te onderwerpen. Ook dit plan heeft uiteindelijk gefaald. Tenslotte spanden ze samen om hem thuis te vermoorden en stuurden ze daarvoor jonge mannen uit elke clan van de Quraysh, zodat de schuld voor zijn moord werd gedeeld door alle clans en het dus voor de clan van de Profeet onmogelijk zou zijn zich voor zijn dood te wreken.

God zorgde er echter voor dat de Profeet (vrede en zegeningen over hem) en zijn volgelingen uit Mekka konden vluchten en een groep bekeerlingen konden vervoegen die was ontstaan bij de stammen van Yathrib, een stad in het noorden. De Islam verspreidde zich snel onder de clans van Yathrib, en binnen het jaar maakten de Muslims de meerderheid van de stad uit. Profeet Muhammad (vrede en zegeningen over hem) werd hun leider en de naam van de stad werd veranderd in ‘Medina an-Nabi’ (de Stad van de Profeet), later afgekort naar ‘Medina’. Gedurende de volgende acht jaar ondernamen de clans van Mekka en naburige gebieden een hele reeks mislukte gevechtscampagnes tegen de opkomende Muslimstaat in Medina, wat uiteindelijk eindigde in de invasie van Mekka zelf door de Muslims.

Al dit bloedvergieten had kunnen worden vermeden als de Quraysh en hun bondgenoten erin waren geslaagd slechts drie lijntjes poëzie of vloeiend proza voort te brengen zoals in het kortste hoofdstuk van de Quran. Er kan dus geen twijfel over bestaan dat de literaire stijl van de Quran niet kan worden geïmiteerd, noch over het wonder van zijn rijm en de schoonheid van zijn ritme.

Er is geopperd dat de onmogelijkheid om iets gelijkaardigs als de Quran te schrijven niet noodzakelijk uniek is, aangezien grote Engelse dichters als Shakespeare, Chaucer en andere beroemde dichters in om het even welke taal, unieke stijlen hebben die hen onderscheiden van hun tijdgenoten. Als echter een goede hedendaagse dichter een grondige studie verricht van Shakespeare’s geschriften, een sonnet in zijn stijl schrijft met oude inkt en op oud papier, en dan beweert dat hij een verloren gedicht van Shakespeare heeft ontdekt, dan zou de literaire wereld deze bewering zelfs na grondig onderzoek waarschijnlijk aanvaarden. Op die manier kunnen zelfs de grootste dichters worden geïmiteerd, ongeacht hoe uniek hun stijl was, net zoals het al met beroemde schilders is gebeurd. (Het is zelfs zo dat sommige Engelse geleerden over een groot deel van het werk dat aan Shakespeare is toegeschreven zeggen dat het eigenlijk van de hand van zijn tijdgenoot, Christopher Marlowe, is.) De Quran staat echter ver boven dit niveau, aangezien doorheen de jaren pogingen werden ondernomen om hoofdstukken te vervalsen, maar geen enkele van die teksten doorstond een grondig onderzoek. En, zoals eerder vermeld, was de drijfveer om de Quran te imiteren nog intenser tijdens de periode van zijn openbaring – toen de literaire vaardigheden groter waren dan in enig ander tijdperk – en toch is geen enkele poging geslaagd.

 

 

Voetnoten:

[1] Verzameld door al-Hakim, al-Bayhaqee, Aboe Ya’laa en Ibn Hishaam, en Hasan verklaard door Ibrahim al-’Alee in Sahih as-Seerah an-Nabaweeyah, p.64.

 

BRON : http://www.islamhouse.com/pr/138063

 

Dit bericht werd geplaatst in pre-Islam, Quran - onze gids en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.