Doodt ze! … Maar wie zijn “ze”?

Auteur Sheikh Sami Al-Majid – aantekeningen van Sheikh Yusuf Estes

(lichtjes ingekort door Mariaminislam)

Uit het bovenstaande (zie het artikel “Doodt ze!”) blijkt dat het een beginsel van de Islam is, dat er geen dwang bestaat op het gebied van het geloof. Ook hebben we nu het doel van de Jihad besproken. Thans willen we nog aandacht besteden aan een aantal teksten die vaak verkeerd worden begrepen.

Een daarvan is het onderstaande vers:

“Als de heilige maanden zijn verstreken, doodt dan de veelgodendienaars waar jullie hen vinden, grijpt hen, belegert hen en wacht hen op in elke mogelijke hinderlaag. Maar als zij berouw tonen, de Salaat verrichten en de Zakaat geven, leg hun dan niets in de weg. Allah is vergevend en barmhartig.” (De Edele Quran 9:5)

Sommige mensen, met name enkele hedendaagse niet-Muslims die kritisch staan ten opzichte van de Islam, hebben gezegd dat dit vers de strekking teniet doet van het vers “In de godsdienst is geen dwang.” Uit de algemene strekking van het bovenstaande vers volgt, zo zeggen zij, dat elke niet-gelovige die weigert de Islam te aanvaarden bestreden moet worden. Zij voelen zich daarin nog gesterkt door het feit dat dit, van alle verzen die de gewapende strijd tot onderwerp hebben, een van de laatste verzen is die werden geopenbaard.

Toch is het zo, dat dit vers op geen enkele manier afbreuk doet aan het principe binnen de Islamitische wet dat er geen dwang bestaat in de godsdienst. Het vers heeft dan misschien wel een algemene strekking, maar de betekenis ervan is toch heel specifiek. Dit wordt duidelijk wanneer we andere verzen in de Quran erbij betrekken die ermee verband houden, en ook een aantal Ahadith die zich hierover duidelijk uitlaten. We laten deze teksten aanstonds volgen.

De mensen naar wie dit vers verwijst zijn heidense Arabieren die de strijd hadden opgenomen tegen de Profeet (vrede en zegeningen over hem) en die hun verdrag en het verbond met hem hadden verbroken. Het vers spreekt zich dus niet uit over andere heidense Arabieren die het verbond niet verbraken en niet de wapens opnamen tegen de Muslims. Ook richt het zich zeer nadrukkelijk níet tegen Joden of Christenen, of bijvoorbeeld tegen heidenen die buiten de Arabische wereld woonden.

Wanneer we een blik werpen op de verzen in Soera at-Tauba die onmiddellijk voor en na het betreffende vers staan, dan wordt de context al gauw duidelijk.

Een paar verzen eerder dan het vers dat we nu bekijken spreekt Allah als volgt:

“Een opzegging door Allah en Zijn gezant aan hen onder de veelgodendienaars met wie jullie een verbond hebben gesloten. Trekt dan vier maanden rond in het land en weet dat jullie niets tegen Allah kunnen doen en dat Allah de ongelovigen te schande maakt.” (De Edele Quran 9:1-2)

In deze verzen kunnen we lezen dat de veelgodendienaars amnestie kregen gedurende een periode van vier maanden en vinden we een aanduiding dat, nadat die vier maanden waren verstreken, de strijd hervat zou worden. Een vers dat daarop volgt, maakt echter voor sommigen van hen een uitzondering wat betreft het hervatten van de strijd. Het luidt:

“Behalve diegenen onder de veelgodendienaars met wie jullie een verbond gesloten hebben en die daarna jullie in niets tekort gedaan hebben, en die niemand tegen jullie hebben geholpen. Voert dan het verbond met hen volledig uit tot aan de met hen vastgestelde tijd. Allah bemint de godvrezenden.” (De Edele Quran 9:4)

Wanneer Allah dus zegt: “Als de heilige maanden zijn verstreken, doodt dan de veelgodendienaars waar jullie hen vinden, grijpt hen, belegert hen en wacht hen op in elke mogelijke hinderlaag”, moeten we beseffen dat dit niet in algemene zin is bedoeld, aangezien het betrekking heeft op de heidense Arabieren die daadwerkelijk streden tegen de Profeet (vrede en zegeningen over hem) en op hen die de vredesverdragen schonden.

Dit wordt enkele verzen later nog eens benadrukt als Allah zegt:

“Zullen jullie dan niet strijden tegen mensen die hun eden gebroken hebben en die van plan waren de Gezant te verdrijven, terwijl zij het eerst tegen jullie begonnen?” (De Edele Quran 9:13)

Ibn al-Arabi schrijft in zijn commentaar op de Quran: “Hieruit blijkt duidelijk de strekking van dit vers: het doden van die heidenen die de strijd met u zijn aangegaan.” (Ahkam al-Quran:2/456)

Allah zegt onmiddellijk na het hier besproken vers:

“Hoe kan er jegens de veelgodendienaars een verbondsverplichting bij Allah en bij Zijn gezant zijn, behalve dan jegens hen met wie jullie een verbintenis aangegaan zijn bij de heilige moskee? Zolang zij jegens jullie correct handelen, handelt jullie dan ook correct. Allah bemint de godvrezenden.” (De Edele Quran 9:7)

Een andere verkeerd begrepen tekst is de Hadith waarin de Profeet (vrede en zegeningen over hem) zegt:

“Aan mij is opgedragen te strijden tegen de volkeren, totdat zij zullen getuigen dat er geen God is dan Allah en dat ik Allah’s Boodschapper ben. Wanneer zij dat doen, dan zullen hun bloed en hun rijkdommen nimmer meer worden geschonden tenzij er recht over hen gesproken moet worden, en al hun doen en laten ligt in de handen van Allah.” (Sahih Boekhari en Sahih Moeslim)

Er kan geen twijfel bestaan over de vraag of deze Hadith authentiek is, aangezien hij is overgeleverd in zowel Sahih al-Boekhari als Sahih Moeslim. Maar ook deze Hadith mag niet letterlijk worden genomen, buiten de context beschouwd, zonder acht te slaan op de bewijzen in alle andere teksten.

Het woord “volkeren” verwijst hier niet naar de gehele mensheid. Ibn Taymiyah schrijft: “Het verwijst naar de strijd tegen hen die jegens ons de wapens hebben opgenomen, waarbij Allah ons heeft toegestaan hen te bestrijden. Het verwijst niet naar degenen die met ons een verbond hebben gesloten, waarbij Allah ons heeft opgedragen dit verbond uit te voeren.” (Majmu al-Fatawa 19/20)

De Islam gebiedt Muslims om mensen van een ander geloof rechtvaardig te behandelen, of het nu Joden, Christenen of heidenen zijn. De Islam roept op hen zachtmoedig te bejegenen en te trachten hun harten te winnen, zolang zij niet de gewapende strijd met ons aangaan. Allah heeft gezegd:

“Allah verbiedt u niet om hen die niet tegen u om de godsdienst hebben gevochten, noch u uit uw huizen verdreven, goed te doen en rechtvaardig te behandelen. Voorzeker, Allah heeft de rechtvaardigen lief.” (De Edele Quran 60:9-10)

Allah gebiedt Muslims om hun ouders, wanneer die niet-Muslim zijn, te respecteren en ze gedurende hun leven op aarde op een goede manier te begeleiden.

De Quran draagt ons op om op de beste manier met hen te argumenteren. Allah zegt:

“Twist met de mensen van het Boek slechts op de beste manier, behalve met degenen onder hen die onrecht plegen, en zeg ‘Wij geloven in wat naar ons is neergezonden en in wat naar jullie is neergezonden. Onze god en jullie god is één. En wij geven ons over aan Hem als Muslims’.” (De Edele Quran 29:46)

Het is onze plicht om ons te houden aan elk verbond dat wordt gesloten met niet-Muslims, om hen niet te verraden en om tegen hen geen overtredingen te begaan. De Profeet (vrede en zegeningen over hem) heeft een strenge waarschuwing uitgesproken die ons weerhoudt van het doden van een niet-Muslim met wie wij in vrede verkeren. Hij heeft gezegd: “Geen mens die iemand doodt met wie wij een verbond hebben gesloten zal de geur van het Paradijs ruiken.” (Sahih Moeslim)

Ook wordt het geloof van een Muslim niet aanvaard als hij niet gelooft in alle Profeten die voorheen gezonden zijn (vrede zij met hen allen). Allah heeft gezegd:

“Jullie die geloven! Gelooft in Allah, in Zijn gezant, in het boek dat Hij heeft neergezonden tot Zijn gezant en in het boek dat Hij vroeger al heeft neergezonden. Maar wie geen geloof hecht aan Allah, Zijn engelen, Zijn boeken, Zijn gezanten en de laatste dag, die is ver afgedwaald.” (De Edele Quran 4:136)

Oorspronkelijke bron : http://aboutJihad.com/Jihad/kill_them_wherever_you_find_them.php
Werd verplaatst naar: http://www.islamtomorrow.com/kill.asp

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Foei Islam ?, pre-Islam en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.