Doodt ze !!!

 

“Doodt hen waar je hen aantreft…” 

Hoofdstuk 2 (Soerat Al-Bakara), vers 191 in de Quran

 

“In de godsdienst is geen dwang.”

Hoofdstuk 2 (Soerat Al-Bakara), vers 256 in de Quran
(PS : zelfde hoofdstuk als hierboven!)

Auteur Sheik Sami Al-Majid – aantekeningen van Sheik Yusuf Estes

(lichtjes ingekort door Mariaminislam)

 

Wat zegt de Islam over het dwingen van mensen tot een religie? 

De Quran en Ahadith zeggen:

 

Niemand mag worden gedwongen

de Islam te aanvaarden!

 

“Islam” betekent niet (enkel) “vrede”

“Jihad” betekent niet “Islamitische Heilige Oorlog”

“Qital” is het juiste woord voor “strijd”

Muslims moeten de waarheid en het bewijs omtrent de Islam openbaren, zodat anderen daardoor in vrijheid kunnen beslissen om deze bewijzen te aanvaarden of af te wijzen. Nadat dit heeft plaatsgevonden kan iedereen die dat wil de Islam aanvaarden, en wie op een andere weg wil verdergaan, kan dat eveneens doen. Niemand mag worden bedreigd of op enige manier worden benadeeld indien hij ervoor kiest de Islam niet te accepteren.

Overal waar de Islamitische wetgeving van toepassing is, dienen zich de volgende drie keuzes aan:

* Aanvaarden dat er slechts Een God is die men aanbidt en zich houden aan Zijn geboden (d.w.z. een Muslim worden)

* De Islam afwijzen, maar ermee instemmen om in vrede samen te leven zonder strijd te voeren of samen te spannen of te intrigeren tegen de overheid.

* De strijd aanbinden.

Er zijn twee fundamentele bronnen van bewijs voor elke Muslim:

De Quran – (‘Qoer’ān’ Ar., van de stam: “Qoer’a”: voordragen; Quran; letterlijk: Datgene wat wordt voorgedragen) Hij wordt door de Muslims beschouwd als het absolute Woord of de absolute Voordracht van Allah, de Almachtige.

De Ahadith – (Hadith – Ar., betekent verhalen of overleveringen – meerv. Ahadith) Dit zijn de onderwijzingen van Muhammad (vrede en zegeningen over hem). De Ahadith werden verzameld, gezuiverd van mankementen [door de verzamelingen van Al-Boechari en Moeslim die worden betiteld als ‘Sahieh’ (=gezond)], in rubrieken verdeeld en gedurende meer dan 1400 jaar overgeleverd en uit het hoofd geleerd; en dat alles in de oorspronkelijke taal.

De Profeet Muhammad (vrede en zegeningen over hem) leert ons dat Allah heeft gezegd dat Hij Zichzelf niet toestaat om te onderdrukken en dat Hij zijn volgelingen verbiedt om anderen te onderdrukken.

De Profeet Muhammad (vrede en zegeningen over hem) heeft ook gezegd:

“Help uw broeder in de onderdrukking, ongeacht of hij de onderdrukte of de onderdrukker is”. Toen men hem vroeg hoe iemand zijn broeder kan helpen wanneer die broeder een onderdrukker is, antwoordde hij: “Stop hem.”

Ook heeft hij gezegd: “Wie geen genade toont, zal zelf ook geen genade ontvangen op de Dag des Oordeels”.

Neem nauwkeurig de betekenis van de woorden Islam, Jihad en Qital in u op voordat u verder leest:

Islam: ‘Islam’; Ar., van de stam “Salama” (silm), op vreedzame wijze onderworpen zijn; zich overgeven; gehoorzamen; vrede; Islam letterlijk: ‘zich op actieve en doelbewuste wijze overgeven, onderwerpen, in gehoorzaamheid en reinheid, aan de wens van een ander (Allah), in volmaakte vrede.’

! ! ! Een goed begrip van de betekenis van het woord “Islam” zelf maakt al meteen duidelijk, dat het absoluut onmogelijk is om iemand te dwingen iets te doen, wanneer die persoon wordt geacht uit vrije wil en met volledige instemming te handelen. Mensen dwingen om de Islam te aanvaarden is dus volstrekt onlogisch en zowel in theorie als in de praktijk beslist onaanvaardbaar.

Jihad & Qital: Het woord dat in de Quran het meest wordt gebruikt wanneer er sprake is van veldslagen, militaire confrontaties en oorlogen is niet “Jihad” – maar “Qital”!

Jihad – Er zijn twee belangrijke punten die we moeten aansnijden met betrekking tot dit veel besproken en vaak verkeerd begrepen onderwerp.

1) Het woord Jihad is afgeleid van de stam “Jahada”: worstelen, voor zichzelf opkomen, en in dat verband het verrichten van grote moeite om tot een slotsom te komen, om een interpretatie te vinden van het Islamitische recht (Ijtihad); zich met alle kracht inspannen, er met al zijn kracht naar streven om een zware taak te voltooien (Jahid); Jihad betekent letterlijk ‘De worsteling om het doel te bereiken.

2) Het voornaamste doel van de Jihad. Het is van groot belang te begrijpen dat de Jihad, volgens de Sharia (Islamitische wetgeving) is ingesteld door Allah, De Wetgever Zelf, met als enig doel het totstandbrengen, beschermen en verdedigen van de Dien (de weg van de Islam: La ilaha illa Allah – niemand anders mag worden aanbeden dan Allah).

QITAL – Het woord “Qital” komt van het woord “Qatala”, waarmee hetzelfde wordt aangeduid als met het Nederlandse woord “strijd”. Het komt ook voor in de vorm “Iqtul” (de gebiedende wijs van het werkwoord) dat betekent “ombrengen in een strijd op leven en dood”. [1]

Het woord “Jihad” wordt vaak op één lijn gesteld of vergeleken met de “Heilige Oorlogen” – oorlogen waarin  door de Kruisvaarders militaire expedities tegen de bevolking van Jeruzalem werden ondernomen, daartoe aangespoord door de Paus van de Katholieke Kerk, in de elfde, twaalfde en dertiende eeuw. Er werd zonder onderscheid gedood: Joden, Muslims en zelfs niet-katholieke Christenen. Er werd bloed vergoten zonder respect voor een mensenleven, zo erg zelfs dat iemand schreef: “Wij waadden door het bloed, dat rijkte tot de benen van onze paarden”. De kruisvaarders voerden grote schatten met zich mee en sommige ridders stichtten zelfs hun eigen mini-koninkrijkjes.

Door de Islam werden dergelijke daden vijfhonderd (500) jaar eerder al verboden, aangezien immers aan alle gelovigen in de openbaring van de Quran dwingend wordt bevolen niet te strijden tegen mensen die niet eerst de wapens tegen hen hebben opgenomen.

Er zijn ook andere beperkingen. Zo mag bijvoorbeeld niemand worden gedood die niet actief aan de strijd deelneemt; ook geestelijken mogen niet worden gedood, en verder dient men de levens te sparen van vrouwen, kinderen en vee; zelfs het verwoesten van akkers en wegen of gebouwen is niet toegestaan.

De Quran was in de geschiedenis het eerste document in zijn soort waarin beperkingen en restricties werden opgelegd voor de openlijk gevoerde strijd. Het was de Muslims niet toegestaan zich in de strijd te storten voor persoonlijk gewin, wraak, of vanwege onderlinge geschillen tussen stammen, die zich ten tijde van de Openbaring zeer regelmatig voordeden.

Gevangengenomen vijanden mochten niet worden gemarteld of vernederd, noch voor het vermaak van anderen, noch uit persoonlijke rancune of uit wraak. Gevangenen kregen hetzelfde voedsel en dezelfde drank die ook de Muslims tot zich namen, en ze kregen de gelegenheid om kennis te nemen van de Islam en getuige te zijn van de nederige toewijding waarmee Muslims zich tot hun Almachtige God richtten.

Soms kregen gevangenen hun vrijheid terug, indien ze in ruil daarvoor de Muslims wilden onderwijzen. Anderen aanvaardden de Islam en werden geheel opgenomen als volwaardige Muslim burgers in de gemeenschap van gelovigen .

Muslims kregen het bevel om aan geen enkele strijd deel te nemen, behalve wanneer ze daarbij voldeden aan de uiterst strikte regels van de Almachtige, Allah.

Dit alles vond plaats veertien (14) eeuwen voor de Conventie van Genève!

Van de vele doorslaggevende bewijzen voor de stelling “In de Islam bestaat geen dwang” vermelden wij de volgende:

Allah zegt in zijn Quran:

“In de godsdienst is geen dwang. Redelijk inzicht is duidelijk onderscheiden van verdorvenheid. Wie geen geloof hecht aan de valse goden maar gelooft in Allah, die houdt de stevigste handgreep vast, die niet afbreekt. En Allah is horend en wetend.” (De Edele Quran 2:256)

Ook zegt Allah in de Quran:

“En als jouw Heer het had gewild, hadden wie er op aarde zijn allen geloofd. Of kun jij de mensen dwingen gelovigen te worden?” (De Edele Quran 10:99)

En Allah zegt:

“En als zij met jou redetwisten zeg dan: ‘Ik geef mij geheel over aan Allah, en wie mij volgen ook’ en zeg tot hen aan wie het Boek is gegeven en tot de ongeletterden: ‘Hebben jullie je overgegeven?’ Als zij zich overgeven, dan volgen zij het goede pad. Maar als zij zich afkeren, dan heb jij slechts de plicht van de verkondiging. Allah doorziet de dienaren.” (De Edele Quran 3:20)

Allah, de Almachtige, heeft ook gezegd:

“De gezant heeft alleen maar de plicht van de verkondiging.” (De Edele Quran 5:99)

We willen er nadrukkelijk op wijzen, dat deze laatste twee verzen in Medina geopenbaard zijn. Dit is van belang omdat het aantoont dat deze plicht niet alleen gold voor de Muslims terwijl zij zich in Mekka bevonden, in een zwakke positie.

Sommigen van u vragen zich nu wellicht af hoe het kan dat, wanneer de Islam deze benadering kiest, we toch zo veel horen over de “Jihad”? Hoe kunnen we dan de strijd verklaren die de Profeet (vrede en zegeningen over hem) en zijn Metgezellen aanbonden met de veelgodendienaars?

De verklaring hiervoor is dat de Jihad volgens het Islamitische recht om een aantal redenen kan worden gevoerd, maar mensen dwingen om de Islam te aanvaarden hoort daar eenvoudigweg niet bij.

De reden waarom de Jihad in het allereerste begin werd toegestaan door de Islam, was om Muslims de mogelijkheid te geven zich te verweren tegen vervolging en verdrijving uit hun eigen huizen.

Allah, de Allerhoogste, heeft gezegd:

“Aan hen die bestreden worden is de strijd toegestaan, omdat hen onrecht is aangedaan; Allah heeft de macht hen te helpen, die zonder recht uit hun woningen verdreven zijn, alleen maar omdat zij zeggen”Onze Heer is Allah” – en als Allah de mensen elkaar niet had laten weerhouden, dan waren kluizenaarsverblijven, kerken, synagogen en moskeeën waarin Allah’s Naam vaak genoemd wordt zeker verwoest. Maar Allah zal hen die Hem helpen zeker helpen; Allah is krachtig en machtig” (De Edele Quran 22:39-40)

Veel van de vroegste geleerden maken er melding van dat dit de eerste verzen van de Quran zijn die ons zijn geopenbaard, waarin de Jihad ter sprake wordt gebracht.

Hierna werden de volgende verzen geopenbaard:

“En bestrijd op Allah’s weg hen die jullie bestrijden, maar begaat geen overtredingen. Allah bemint de overtreders niet. Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan doden. Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen. Maar als zij ophouden, dan is Allah vergevend en barmhartig. Strijdt tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen Allah toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers.” (De Edele Quran 2:190-193)

Vanaf dat moment werd de reikwijdte van de Jihad verruimd van louter verdediging tegen een rechtstreekse aanval tot verzet tegen degenen die het geloof onderdrukken en mensen het recht ontzeggen om in vrijheid te kiezen voor hun eigen geloof. Dit kwam later, omdat het voor Muslims uitsluitend geoorloofd is om dit te doen indien zij daartoe in staat zijn. In tijden van zwakheid mogen Muslims zich alleen verzetten tegen een directe aanval.

De Islam dient uitgedragen te worden op een vreedzame wijze, door de Boodschap aan de hand van het geschreven en gesproken woord alom te verspreiden. Dit biedt geen ruimte voor het gebruik van wapens om daarmee anderen te dwingen de Islam te aanvaarden. De wapens mogen uitsluitend worden opgenomen tegen hen die anderen vervolgen en onderdrukken; die hen belemmeren om wat het geloof aangaat hun eigen geweten te volgen. Muslims mogen niet afzijdig blijven wanneer mensen het recht wordt ontzegd om te geloven in de Islam en wanneer hun stemmen daarbij tot zwijgen worden gebracht.

Zodra mensen de Boodschap ongehinderd hebben kunnen vernemen, en zodra de bewijzen aan hen zijn voorgelegd, is de taak van de Muslims volbracht. Eenieder kan het geloof vrij aanvaarden, maar ook wie er de voorkeur aan geeft ongelovig te blijven, kan dat in vrijheid doen.

Wanneer Muslims tot de strijd worden gedwongen en zij een land aan zich onderwerpen, behoort het daarna tot hun plicht om de wet van Allah in dat land te vestigen en daarbij gerechtigheid te waarborgen voor allen, zowel Muslims als niet-Muslims. Zij hebben niet het recht hun onderdanen te dwingen om de Islam te aanvaarden. Niet-Muslims onder Muslimgezag moeten in staat worden gesteld om hun eigen geloof te behouden en ook alle rechten en plichten van hun geloof na te leven, hoewel ook van hen wordt verlangd dat zij de wetten van het land naleven.

Wanneer het doel van de Jihad was geweest om de ongelovigen te dwingen de Islam te aanvaarden, had de Profeet (vrede en zegeningen over hem) de Muslims nooit opgedragen om af te zien van verdere strijd op het moment dat een vijand zich terugtrekt. Ook zou hij in dat geval het doden van vrouwen en kinderen niet hebben verboden. Toch is dat precies wat Hij heeft gedaan.

Tijdens een veldslag zag de Profeet (vrede en zegeningen over hem) een groepje mensen bijeen staan. Hij stuurde er een man op af om na te vragen waarom zij daar stonden. De man kwam terug en zei: “Ze staan rondom een gedode vrouw.” En de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen over hem) sprak:

“Zij had niet aangevallen mogen worden!” Khalid b. al-Walid voerde het leger aan, dus Hij stuurde een man naar hem toe, al zeggend: “Zeg Khalid dat hij geen vrouwen of arbeiders doodt”. (Soenan Aboe Dawoed)

NB: Overigens mag hieruit niet worden afgeleid dat de Profeet (vrede en zegeningen over hem) het doden van vrouwen (en kinderen, ouden van dagen, geestelijken en andere onschuldigen) pas op die plaats en op dat moment bestempelde als Haram (verboden). Dit was in feite altijd al Haram en de Profeet (vrede en zegeningen over hem) bevestigde hier alleen wat al bekend was in de Sharia (Islamitische wet). (nota van Yusuf Estes)

Daaruit volgt dat, zelfs in het heetst van de strijd tegen vijandige troepen, alleen zij mogen worden aangevallen die daadwerkelijk deelnemen aan het gevecht.

Wanneer het doel van de Jihad was geweest om de ongelovigen te dwingen de Islam te aanvaarden, hadden de rechtgeleide kaliefen geen verbod uitgevaardigd op het doden van priesters of monniken die afzijdig blijven gedurende een strijd. Toch is dat precies wat zij deden. Toen de eerste Kalief, Aboe Bakr, een leger naar Syrië zond om te strijden tegen de Romeinse legioenen die zich verzetten, zocht hij hen op en sprak hen moed in. Daarbij zei hij: “Jullie zullen groepen mensen aantreffen die zich wijden aan de verering van Allah (d.w.z. monniken). Laat hen ongemoeid in wat zij doen.”

Toch willen sommigen je van het tegendeel overtuigen, en dan nog aan de hand van Quranteksten. Enkele van hun wapens worden in de bijdrage “Doodt ze! Maar wie zijn ze?” ontmaskerd.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Foei Islam ?, pre-Islam en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.