Rationeel extremisme en zijn gevaren

spreker: Nouman Ali Khan

Nabeschouwing rond Surah al Falaq bij het begin van
de les over Surah an Naas(vertaald en samengevat)

Een gesprek met iemand uit het publiek brengt me ertoe een onderwerp aan te snijden waarvan ik eerst had besloten het te laten rusten. Het gaat om een punt waarover bij veel mensen verwarring leeft door twee strekkingen, oorspronkelijk kleine minderheden, die steeds meer invloed verwerven in de Ummah.

Er is het “wetenschappelijk rationalisme“: voortdurend proberen de Heilige Schrift in overeenstemming te brengen met de rede, en vooral met de wetenschap. Als je daarmee overdrijft, kan je ernstige fouten maken. Het is een poging de godsdienst zodanig te her-interpreteren dat ze gemakkelijker wordt aanvaard door mensen die hun perceptie van de realiteit beperken tot het zintuiglijk waarneembare.

Waarom breng ik dat ter sprake tijdens onze bespreking van Surah al Falaq? We hadden het over kwaad dat schuilt in de nacht. De nacht op zich is niet kwaadaardig, maar ze kan de mogelijkheid tot kwaad in zich dragen. Er zijn ook heerlijk mooie nachten. Allah heeft het over “Laylat ul mubaarakah” (de gezegende nacht) en “laylat  ul Qadr”, Zijn Boodschappers vernamen hun roeping tijdens de nacht, de Openbaring is neergezonden tijdens de Waardevolle Nacht, de Mihraj van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) vond ’s nachts plaats… Trouwens, door dat wetenschappelijk rationalisme gaan veel mensen ervan uit dat die reis niet echt heeft plaatsgevonden, maar gewoon een droom was.  Dat op zich is dus al een probleem: de ratio krijgt een belangrijker plaats  toebedeeld dan de Openbaring zelf.

Een neveneffect hiervan is dat we meer en meer worden beïnvloed door de Westerse analyse van Islamitische Heilige Geschriften, niet-islamitische academische studies over de Islam, die de godsdienst in eerste instantie aanvallen op het vlak van de Ahadith door de studie ervan totaal om te keren. Ze stellen dat de eerste bundeling van Ahadith dateert van zo’n 100-150 jaar na de dood van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) en daarom historisch twijfelachtig is. Hoe meer “authentiek” een Hadith is  (Sahih van Muslim of Bukhari, in overeenstemming, bevestigd door meerdere overleveraars…), hoe groter volgens hen de inspanningen zijn geweest van degenen die hem hebben verzonnen. En zoiets wordt onderwezen aan universiteiten!

Zelfs Muslims zijn al ten prooi gevallen aan dit scepticisme tegenover Hadith en Sunnah en houden er dan vaak ook hardnekkig aan vast. Ze zijn er dan ook  op tegen dat de Quran wordt verklaard aan de hand van voorvallen uit het leven van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) en de context van de Openbaring (Asbaab un noezoen) – zoals bij de uitleg van Surah al Falaq, toen we verwezen naar de pogingen om  Muhammad (vrede en zegeningen over hem) te betoveren. Het wordt niet expliciet in de Quran vermeld, maar komt voor in verschillende verhalen van de Ahadith. Deze sceptici zeggen dat je die ‘verzonnen’ Ahadith niet mag gebruiken om de Quran uit te leggen, dat je de Quran op zich moet interpreteren. Dit is een al te grote vereenvoudiging.

Zonder hier meteen een verdediging van de Hadithliteratuur te willen geven, wil ik toch wijzen op enkele zaken die we niet uit het oog mogen verliezen. Wie stelt dat enkel de Quran belangrijk is en niet de Ahadith (en dat je die zelfs niet mag vertrouwen) ziet toch enkele elementaire zaken over het hoofd:

* De Quran werd ons overgeleverd door de Gezellen van de Boodschapper van Allah (moge Allah tevreden zijn met hen allen). Alle Ahadith werd ons overgeleverd door … diezelfde Gezellen! Als je ze niet vertrouwt in verband met de Ahadith, dan mag je ze ook niet met de Quran vertrouwen.

* We zeggen dat de Quran geen tegenstellingen bevat. Dat doen ook degenen die enkel vertrouwen op de Quran, en de Ahadith niet ernstig nemen. Maar als je niet kan terugvallen op de Sunnah, raak je duchtig in de war. De Quran zegt namelijk in een passage over Da’wah: “Zelfs als de ander vijandig tegenover je staat, behandel hem als je beste vriend.” Ergens anders in de Quran kom je echter dit tegen: “Dood ze waar je ze vindt, verjaag ze van waar zij jou hebben verdreven,…”. Dus je moet ze als je beste vriend behandelen, maar je moet ze ook bestrijden?! Dat lijkt een grote tegenstrijdigheid… tenzij je beide verzen in hun context plaatst. En die krijg je niet van de Quran, die moet je halen uit de Hadithliteratuur.

Wat vooral ironisch is, is dat de mensen die hier zo hardnekkig in zijn zichzelf tot Quran-verdedigers uitroepen, tot de “enige stemmen van degelijk inzicht” in de Quran, “helden van de godsdienst” die zo moedig zijn op te treden tegen die o zo vreselijke traditionele geleerden. Ze schamen zich zelfs niet de smerigste dingen over hen te vertellen, zoals de persoon met wie ik dat gesprek had en die afschuwelijke dingen zei over Imam Bukhari (moge Allah hem genadig zijn).

Het voorbeeld van Surah al Falaq:

Een van de stellingen van die groep over Surah al Falaq (vorige les), is dat vertellen dat de Profeet (vrede en zegeningen over hem) slachtoffer is geweest van magie en daardoor een tijdlang last had met zijn geheugen (wat we vinden in Sahih overleveringen) de bewering bevestigt van hen die zeggen dat hij onder invloed van magie handelde of een magiër was. Als je daar wat dieper op ingaat, houdt die bewering geen steek. Als hij namelijk een magiër was, dan was hij het die de betovering uitvoerde – terwijl hier net wordt gezegd dat hij er het slachtoffer van was.

Anderen zeggen dan weer dat de uitleg dat hij  het slachtoffer van magie was het mogelijk maakt te zeggen dat er wèl een macht buiten Allah bestaat, namelijk die van de magie. Feit is dat Allah een deel van Zijn Schepping bepaalde krachten heeft gegeven: mensen hebben een zekere macht, de Jinn ook, maar de bron van die kracht is en blijft Allah. Er is geen grotere Macht dan Allah, subhaanahu wa ta’aala. Iets kan dus wel degelijk invloed hebben, maar alleen omdat Allah het  toestaat: vuur verbrandt zaken, maar alleen omdat Allah het die macht heeft gegeven. En Allah kan die macht intrekken, zoals toen Ibrahiem in het vuur werd gegooid en het vuur weigerde hem te verbranden. Dus ook magie kan iemand beïnvloeden en schaden, een virus kan iemand ziek maken, een kogel kan iemand doden… als het dat is wat Allah heeft verordend.

Allah vertelt zelf in Surah Baqarah dat Hij engelen heeft gezonden om de mensen magie aan te leren als een beproeving. Daarbij waarschuwden ze de mensen ook: je mag het niet gebruiken, want dat is Kufr en je gaat ervoor naar de Hel. Maar Allah zegt er ook bij: “Ze zouden nooit in staat zijn er iemand mee te schaden, tenzij met Allah’s toestemming’. Dus de stelling dat het verhaal over de magie wijst op een macht naast die van Allah is een foute weergave van de Quran en zijn boodschap.

Al die fouten komen voort uit een overdreven rationeel denken.

Insh’Allah zal ik mettertijd een reeks maken over de Sunnah. Niet eens over de betrouwbaarheid ervan maar gewoon over het respect ervoor, over het belang dat de Quran zelf eraan hecht.

 

Bron: http://bayyinah.com/podcast/2010/06/29/114-nas-pt-1/

 

Dit bericht werd geplaatst in Quran - onze gids en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.