Ramadan – Juz per Juz (5)

JUZ 4 – Surat Aali-‘Imraan
 
In de overweging van vandaag zullen we opnieuw proberen ons voordeel te halen uit twee verzen, insh’Allah. Het eerste van deze edele verzen is er eentje dat we elke vrijdag horen, wanneer de Imam zijn khutbah begint: 
“O jullie die geloven! Vrees Allah zoals Hij hoort te worden gevreesd. 
En sterf niet, tenzij in een toestand van onderwerping aan Hem (Islam).” (De Edele Quran 3:102)
Ik had het sterke gevoel dat we dit vers moeten bespreken, al is het maar kort, juist vanwege het feit dat we het zo vaak horen. En dàt we het zo vaak horen, alhamdolillah, ligt aan de grote waarde en het grote belang ervan. Het eerste wat we over deze Ayah moeten opmerken is dat ze de gelovigen oproept Allah te vrezen. Er staat niet “O jullie verdorvenen!” of “O jullie ongelovigen”, maar “O jullie die geloven”. 
Het komt voor dat iemand de Islam aanneemt en dan denkt dat hij, gewoon vanwege die uitspraak, veilig is. Alhamdolillah, dit is inderdaad de eerste stap naar Leiding en Redding (wanneer je de eenheid van Allah verkondigt en Hem alleen aanbidt). Maar het betekent nog niet dat we onszelf, zoals sommigen blijkbaar geloven, enkel en alleen vanwege deze bewering hebben verheven tot de status van rechtschapenheid. Dit is niets nieuws. Allah heeft namelijk de uitspraak en het verkeerde begrip van sommige Arabieren uit de woestijn weergegeven, toen Hij over hen zei: 
“De Bedoeïenen zeggen: Wij geloven (Wij hebben Iman). 
Zeg: ‘Jullie moeten nog tot geloof komen. 
In plaats hiervan horen jullie te zeggen: 
Wij hebben ons overgegeven  (in de Islam), 
want het geloof is jullie harten nog niet binnengedrongen. 
Maar als jullie Allah en Zijn Boodschapper 
(Allah’s vrede en zegeningen over hem) gehoorzamen, 
dan vermindert Hij niets (van de beloning) van jullie daden.
Waarlijk, Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig’.”
(De Edele Quran 49:14)
Allah roept ons dus in de Ayah die we bestuderen op om Taqwa te hebben. ‘Abdullah bin Mas’ud (moge Allah tevreden zijn over hem) heeft de betekenis van dit deel van de Ayah uitgelegd door te zeggen: “Dat Hij wordt gehoorzaamd, niet uitgedaagd, herinnerd en niet vergeten, gewaardeerd en niet ongewaardeerd.” Dit helpt ons insh’Allah te versterken wat we in deze reeks hebben geleerd over het verband tussen Taqwa en gehoorzaamheid aan Allah. En Abdullah ibn ‘Abbaas, de commentator van de Quran onder de Gezellen, reciteerde dit vers en gaf als commentaar: “Waarijk, als een druppel van Zaqqum (een boom in de Hel) op de aarde valt, zal die het leven van de mensen bederven en hen ellende brengen. Wat dan (te denken) over degenen wiens voedsel enkel van Zaqqum komt?”
Het verband? Vrees Allah en gedenk dat je tot Hem zult terugkeren, en dat je zult worden ondervraagd over je daden. Vrees Zijn bestraffing en wat Hij in petto heeft voor de ongehoorzame en de arrogante. Waarlijk, hopen op Zijn Genade is een noodzakelijk aspect van ons geloof, dat voor evenwicht zorgt. Maar al te vaak vergeten mensen de vereiste hoeveelheid vrees voor Allah en Zijn bestraffing. 
Het laatste deel van de Ayah is eveneens een belangrijk punt om ons eraan te herinneren dat we niet anders mogen sterven dan in een toestand van Islam. Als we genoeg tijd hadden om hierover uit te wijden, hadden we het kunnen hebben over een speciaal onderwerp: “Het kwade einde”. Veel geleerden bespreken dit onderwerp als een manier om de mensen te motiveren en om hen eraan te herinneren dat het afdwalen van de Waarheid, al is het maar even, tragisch kan aflopen. Hoeveel Muslims hebben beslist zichzelf iets van het verbodene te gunnen (zoals zina, diefstal, moord…), om dan te moeten vaststellen dat het laatste moment van hun leven werd doorgebracht in die daad? Dat ze nu met die daad zullen worden opgewekt, in openlijke en schaamteloze ongehoorzaamheid aan Allah? Dat is “het kwade einde”. Dat ze uiteindelijk hun daden en hun levenswerk bezegelen met een duidelijke daad van ongehoorzaamheid, en dat dit einde zo iemand uiteraard niet ten goede komt. Moge Allah ons allen beschermen en ons genadig zijn, en ons voor een dergelijk einde behoeden!
Op deze manier herinnert Allah ons eraan dat we als Muslims moeten sterven: dwaal niet af van het Pad van gehoorzaamheid en nederigheid tegenover Allah, zelfs niet voor een moment. En als het dan toch gebeurt dat je eens afglijdt (en dat doen we allemaal), haast je dan terug naar Zijn Vergiffenis.
Dit brengt ons bij de volgende set van Ayaat, waarvan ik het niet over mijn hart kreeg ze van elkaar te scheiden. Dat komt door hun schoonheid en hun waarde voor ons om ons te hervormen. 
“En haast jullie naar de vergiffenis van jullie Heer 
en naar het Paradijs dat zo wijds is als de hemelen en de aarde, 
gereedgemaakt voor hen die Taqwa hebben.
Zij die uitgeven (voor de Zaak van Allah)
in voorspoed en in tegenspoed, 
die hun kwaadheid inhouden en de mensen vergeven. 
Waarlijk, Allah houdt van hen die het goede doen.
En zij die, als ze een zedeloosheid hebben gepleegd 
of zichzelf onrecht hebben aangedaan met kwaad, 
Allah gedenken en vergiffenis vragen voor hun zonden. 
En niemand kan zonden vergeven, tenzij Allah. 
En ze volharden niet in wat ze (aan kwaad) hebben gedaan, 
terwijl zij het weten.” 
(De Edele Quran 3:133-135)
Hier moedigt Allah ons dus aan om ons te spoeden – om met mekaar een wedren te houden – naar zijn Vergiffenis en naar een Paradijs waarvan de breedte alleen al die van het Universum is, een Universum dat we zelfs met de technologische middelen van deze tijd nog steeds niet kunnen meten, een Universum waarin een ster kan sterven en volledig verdwijnen nog vooraleer haar lichtstralen, die een snelheid hebben van bijna 300.000 km per seconde, onze ogen  bereiken. Uiteraard faalt het menselijke verstand wanneer het zelfs maar probeert die omvang te vatten. En toch is dat de omvang van Jennah! Wa Allahu Akbar! En opnieuw  komen we terecht bij het  onderwerp Taqwa, omdat dit jouw toegangspas voor deze verheven plek is. Allah geeft ons echter in Zijn onmetelijke Barmhartigheid enkele voorbeelden van het gedrag van deze mensen – de mensen met Taqwa – zodat we hun voorbeeld kunnen volgen. 
Zij geven uit van dat waarmee Allah hen  heeft voorzien, zowel in voorspoed als in tegenspoed.
Ze onderdrukken hun woede, vooral wanneer ze eigenlijk in staat zijn ernaar te handelen.
Ze zijn vergevensgezind tegenover anderen en schenken vrijuit vergiffenis aan wie hen kwaad heeft gedaan.
Ze haasten zich om Allah om Vergiffenis te vragen wanneer ze iets verkeerds hebben gedaan, groot of klein.
Ze weten met zekerheid dat alleen Allah zonden kan vergeven (en verwachten dat ook van Hem).
Ze volharden niet wetens en willens in dat kwaad – wat betekent dat ze hun berouw niet uitstellen.
Om mijn belofte  waar te maken dat ik deze reeks kort zou houden, vermeld ik hier slechts een Hadith of twee die over deze punten uitwijden, opdat we kunnen proeven van hun betekenis, met de intentie ze in onze eigen leven toe te passen, ins’Allah. 
 
LIEFDADIGHEID (Sadaqah)
Uitgeven aan liefdadigheid kennen we als “Sadaqah”, dat zijn wortel vindt in het woord “sidq” (oprechtheid), omdat het een aanwijzing is van het ware geloof van degene die het uitgeeft in de hoop Allah’s tevredenheid te verwerven. Abu Hurairah (moge Allalh tevreden over hem zijn) vertelt dat de Profeet (Allah’s vrede en zegeningen over hem) heeft gezegd:
“Er is geen dag waarop de mensen opstaan of er dalen twee engelen neer.
Een van hen zegt: ‘O Allah, geef ter vergoeding aan degene die uitgeeft
(aan  liefdadigheid)’. En de andere zegt:
‘O Allah, vernietig degene die weerhoudt’.”

(Bukhari en Muslim)
En hij (moge Allah tevreden over hem zijn) verhaalt ook dat de Boodschapper  van Allah (Allah’s vrede en zegeningen over hem) heeft gezegd:
“Al wie liefdadigheid geeft, zoveel als een dadel,
van goede (halal) verdiensten
– want Allah aanvaardt niets tenzij dat wat goed is –
Allah zal het in Zijn rechterhand nemen
en zal het voor degene die het heeft gegeven hoeden
zoals eenieder onder jullie zijn veulen zou verzorgen,
tot het als een berg wordt.”
(Bukhari en Muslim)
 
WOEDEBEHEERSING
De betekenis van deze Ayah is, zoals de  Ahadith hierna zullen bewijzen, dat degenen die Taqwa hebben hun woede niet koelen op de mensen en er ook niet naar handelen. Ze weerhouden zich er in tegendeel van om degenen die hen kwaad hebben gemaakt te schaden en ze wachten hun beloningen bij Allah af. 
Mu’aath ibn Anas heeft overgeleverd dat de Profeet (Allah’s vrede en zegeningen over hem) heeft gezegd:
“Al wie woede heeft beheerst terwijl hij in staat was ernaar te handelen,
dan zal Allah hem roepen terwijl de hele Schepping er getuige van is
tot  Hij hem onder de Huri’s (mooie vrouwen van het Paradijs
met mooie grote ogen) laat kiezen wie hij wil.”

(Hasan en Abu Dawood)
En  Ibn ‘Umar meldt dat de Boodschapper van Allah (Allah’s vrede en zegeningen over hem) heeft gezegd:
“Er is geen dosis van iets wat een dienaar neemt die beter is
dan een dosis beheersing van de woede die hij voelt,
als hij dat doet terwijl hij verlangt naar het Aangezicht van Allah.”

(Sahih en Ibn Maajah)
 
ANDEREN VERGIFFENIS SCHENKEN
Bedoeld wordt hier, zoals het in de Tafsir staat, dat “ze degenen die hen onrechtvaardig behandelen vergeven. Daarom koesteren ze in hun hart geen slechte gevoelens voor iemand. En dit is het meest uitmuntende gedrag in dit opzicht.”
Er is overgeleverd door Abu Hurairah, dat de Boodschapper van Allah (Allah’s vrede en zegeningen over hem) heeft gezegd:
“Geen liefdadigheid zal ooit de rijkdom verminderen.
Telkens iemand mensen vergiffenis schenkt
zal Allah zijn eer vergroten.
En hij die nederig is tegenover Allah,
voor hem zal Allah zijn rang verhogen.”

(Muslim)
 
METEEN ALLAH OM VERGIFFENIS TE VRAGEN
Abu Hurairah (moge Allah tevreden over hem zijn) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (Allah’s vrede en zegeningen over hem) heeft gezegd:
“Er was eens een mand die een zonde begin en zei:
‘O Heer! Ik heb een zonde begaan, dus vergeef mij’.
Allah zei: ‘Mijn dienaar heeft een zonde begaan
en hij wist dat hij een Heer heeft Die de fout vergeeft of bestraft.
Ik  heb Mijn dienaar vergeven.’
De man beging opnieuw een misstap en zei:
‘O Heer! Ik heb een zonde begaan, dus vergeef mij’.
Allah zei: ‘Mijn dienaar heeft een zonde begaan
en hij wist dat hij een Heer heeft Die de zonde vergeeft of bestraft.
Ik  heb Mijn dienaar vergeven.’
De man beging opnieuw een zonde en zei:
‘O Heer! Ik heb een zonde begaan, dus vergeef mij’.
Allah zei: ‘Mijn dienaar heeft een zonde begaan
en hij wist dat hij een Heer heeft Die de zonde vergeeft of bestraft.
Ik  heb Mijn dienaar vergeven.’
De man beging opnieuw een zonde en zei:
‘O Heer! Ik heb een zonde begaan, dus vergeef mij’.
Allah zei: ‘Mijn dienaar heeft een zonde begaan
en hij wist dat hij een Heer heeft Die de zonde vergeeft of bestraft.
Getuig dat Ik Mijn dienaar heb vergeven, dus laat hem doen wat hij wil’.”
(hierover heerst overeenstemming)
Let wel: in de bovenstaande Hadith betekent de zinsnede ‘laat hem doen wat hij wil’ niet dat hij naar hartelust mag zondigen, maar in plaats daarvan dat de dienaar al de juiste houding heeft om, ongeacht wat hij doet, altijd tot Allah terug te keren, om Zijn Vergiffenis te vragen en op een correcte manier Hem zijn berouw te tonen. Deze Hadith dient ook om aan te tonen dat die persoon weet dat hij een Heer heeft die zonden vergeeft en dat hij de Barmhartigheid van Allah verwacht omdat hij Allah kent. We vinden diezelfde gedachte ook in de volgende Hadith: 
Abu Hurairah heeft overgeleverd dat de Profeet
(Allah’s vrede en zegeningen over hem) heeft gezegd
(dat Allah heeft gezegd):
“Ik ben voor mijn dienaar wat hij van Mij verwacht.
Ik ben bij hem wanneer hij Mij gedenkt.
Als hij Me in zichzelf gedenkt, dan gedenk Ik hem bij Mezelf.
En als hij Mij gedenkt in een bijeenkomst,
dan vermeld Ik hem in een bijeenkomst die beter is dan de zijne.
En als hij Me met een armlengte nadert,
dan nader Ik hem met een vadem (ongeveer 1,69m).
En als hij stappend naar Me toekomt, dan haast Ik me naar hem toe.”
(Bukhari en Muslim)
De uitdrukking ‘Ik ben voor mijn dienaar wat hij van Mij verwacht” betekent dat de dienaar verwacht dat Allah zijn Du’a zal beantwoorden, dat Allah zijn berouw van hem zal aanvaarden, dat Allah hem zal belonen als hij een goede daad verricht, dat Hij hem werkelijk vergeeft als hij vergiffenis vraagt voor zijn zonden, enzovoort. De persoon die geen goedheid van Allah verwacht valt onder de categorie van hen die wanhopen aan de Barmhartigheid van Allah en dat is een van de grote zonden, zoals we kunnen afleiden uit heel wat uitspraken van de Profeten in de Qur’an. En Allah weet het best. 
De eerste Hadith in dit onderdeel is ook een illustratie van het belang om berouw niet uit te stellen
en van het feit dat Allah tevreden is over Zijn dienaar vanwege deze houding en dit gedrag. Moge Allah ons helpen deze eigenschappen van uitmuntendheid in onze levens waar te maken en ons ervan weerhouden 
dat we van zijn Rechte Pad afdwalen. Amien, walhamdo li Allah. 
 
 
Bron: http://muslimmatters.org/2008/09/02/ramadan-reflections-a-daily-journey-through-the-quran-2/
Dit bericht werd geplaatst in Ramadan en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.