Ramadan – Juz per Juz (11)

JUZ 10 – Surahs Al Anfaal en At Tawbah

 

“Als jullie hem (de Profeet) niet helpen,
waarlijk Allah heeft hem reeds eerder geholpen,
toen degenen die ongelovig waren hen (uit Mekka) hadden verdreven
(en) hij de tweede van twee was toen zij zich in de grot bevonden.
(En) toen hij tot zijn metgezel (Abu Bakr) zei:
‘Treur niet. Voorwaar, Allah is met ons’
waarna Allah Zijn rust op hen deed neerdalen (…)”

(De Edele Quran 9:40)

Als je hem niet helpt, als je de Profeet (vrede en zegeningen over hem) niet steunt, dan maakt dat niets uit want Allah zal hem helpen. Hij zal voor hem volstaan en hem verdedigen, net zoals Hij dat tijdens de Hijrah deed. Hierin schuilt een belangrijke les voor ons, wat betreft deze fantastische deugd om op te komen voor de Profeet (vrede en zegeningen over hem). Dit geldt zoveel te meer in dit tijdperk, waarin hij al met elke belediging die er onder de zon bestaat is aangevallen en waarin de leugens over hem wijd en zijn verspreid zijn, zo erg dat ze zelfs al Muslims hebben aangestoken. Deze nobele Ayah wordt nog door een andere prachtige Ayah in Surat al A’raaf ondersteund:

“Degenen die de Boodschapper volgen, de ongeletterde Profeet waarover bij hen, in de Taurat en in de Indjiel, geschreven is. Hij beveelt hun het behoorlijke en hij verbiedt hun het verwerpelijke. En hij staat hun de goede dingen toe en hij verbiedt hun de slechte dingen. En hij bevrijdt hun van hun lasten en van de boeien die op hen rustten. Degenen die hem geloven, hem bijstaan en hem helpen, en die het Licht (de Quran) volgen dat met hem is neergezonden, zij zijn degenen die welslagen.”
(De Edele Quran 7:157)

We stellen dus vast dat de Gezellen er altijd op uit waren om de Profeet (vrede en zegeningen over hem) te verdedigen en te eren. En daarvan zijn er teveel voorbeelden om hier op te noemen. Ze volgden ook nauwgezet zijn Sunnah en streefden ernaar om die zo toe te passen zoals ze het van hem (vrede en zegeningen over hem) hadden gezien, omdat ze het goede kenden dat erin schuilt. Laat dit dan voor ons een aanmoediging zijn om het voor hem (vrede en zegeningen over hem) op te nemen en hem te verdedigen, door deze flauwe aanvallen tegemoet te treden met krachtige en  onwrikbare reacties, die zijn vervuld van wijsheid en inzicht, opdat ze op de Dag des Oordeels iets worden waarmee we kunnen handelen. Hem te verdedigen betekent dat een belediging aan zijn adres of een aanval op hem ons heel persoonlijk en diep raakt, want we houden meer van hem dan van onszelf, aangezien hij (vrede en zegeningen over hem) ooit heeft gezegd:

Overgeleverd door Anas dat de Profeet (vrede en zegeningen over hem ) heeft gezegd: “Niemand van jullie gelooft echt zolang ik niet meer geliefd voor hem ben dan zijn ouders, zijn kinderen en de hele mensheid.” (Hierover heerst overeenstemming)

Keren we terug naar de edele Ayah uit at-Tawba, waarin Allah een bijzonder en gedenkwaardig moment van de Hijrah van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) beschrijft. Tijdens  het jaar van de Hijrah probeerden de heidenen van de Quraysh de Profeet op elke denkbaar manier te schaden, en uiteindelijk werden ze het erover eens dat ze hem allemaal samen moesten vermoorden. Dat leidde tot de migratie van de Profeet (vrede en zegeningen over hem), die samen met zijn vriend en metgezel Abu Bakr ibnu Abi Quhafah ontsnapte en naar de grot van Thawr vluchtte. Ze verbleven drie dagen in die grot en werden bevoorraad door ‘Amir bin Fuhairah (de knecht van Abu Bakr) en werden op de hoogte gehouden door Abdullah ibn Abi Bakr. Daar, in die grot, vreesde Abu Bakr dat de ongelovigen hen zouden vinden en dat de Profeet iets zou overkomen. De Profeet bleef hem voortdurend geruststellen en hij bedaarde hem door te zeggen: “O Abu Bakr! Wat denk je van twee wiens derde Allah is!” (Hierover heerst overeenstemming)

Hierbij moet een belangrijke opmerking worden vermeld over vertalingen en de kwaadaardige ideeën die uit sommige van hen ontstaan. Waarom was Abu Bakr bang? Er zijn slechte en gemene mensen die beweren dat hij een lafaard was en vreesde voor zijn eigen leven. Maar dat is ver van de waarheid verwijderd. Er is authentiek overgeleverd dat Abu Bakr zelf hierover heeft gezegd: “Als ik word gedood, dan ben ik niets meer dan één man. Maar als jij (Muhammad) wordt gedood, dan vergaat een hele natie!” (Tafsir al-Baghawi)

Uit deze edele Ayah trekken we heel wat lessen:

1/ De deugdelijkheid van het verdedigen
van de Profeet (vrede en zegeningen over hem)

2/ De juiste manier om op Allah te vertrouwen,
die eruit bestaat gepaste voorbereidingen te treffen
en daarna volledig op Allah te vertrouwen

3/ De hoge status en plaats van Abu Bakr.

“Laat daarom hun bezittingen en hun kinderen
geen (goede) indruk op jou maken.
Allah wil hen slechts daarmee bestraffen
in het wereldse leven, en dat hun zielen
weggaan terwijl zij ongelovigen zijn.”

(De Edele Quran 9:55)


Deze Ayah verwijst naar het concept van “Istidraadja”: Wanneer een volk zijn lot heeft bezegeld door Allah en Zijn Tekenen voortdurend te ontkennen, dan stort Hij Zijn zegeningen over hen uit, waarmee Hij hen eigenlijk het touw geeft waarmee ze zichzelf zullen verhangen. Het wordt ook duidelijk in Surat al An’aam vermeld: 

“En toen zij vergaten waarmee zij gewaarschuwd waren, openden Wij voor hen vervolgens de poorten naar alle (aantrekkelijke) zaken. Zozeer dat, toen zij blij waren met wat hun geschonken was, Wij hen plotseling bestraften en zij daarop wanhopig werden.”
(De Edele Quran 6:44)

Al-Hasan Al-Basri heeft gezegd: “Degene aan wie Allah voorzieningen geeft en die denkt dat Allah hem niet op de proef stelt, bezit geen wijsheid. Degene die een beetje voorzieningen heeft en denkt dat Allah niet voor hem zal zorgen, bezit geen wijsheid.” Met andere woorden: deze mensen werden door Allah op de proef gesteld door rampen, en zij haalden er geen nut uit omdat ze zich niet in berouw om hun zonden tot Hem wendden en ook niet nederig werden door die ramp. In plaats daarvan zetten ze hun arrogantie en onachtzaamheid tegenover Allah door, en bezegelden ze zo hun lot.

‘Uqbah ibn ‘Aamir heeft overgeleverd dat hij de Profeet (vrede en zegeningen over hem) hoorde zeggen: “Als je ziet dat Allah een dienaar voorziet met materiële werlvaart terwijl hij doorgaat met openlijke ongehoorzaamheid, denk dan niet dat Hij van hem houdt. Het is in tegendeel ‘Isidraaj’ (misleiding die voorafgaat aan de bestraffing). En daarop droeg hij de Ayah voor: “En toen zij vergaten waarmee zij gewaarschuwd waren, …”  (Sahih – Ahmad)

Dit inzicht leefde ook onder de vroegere generaties die, wanneer ze werden geconfronteerd met materiële rijkdom, vreesden dat het Allah was die hen in dit leven hun beloning gaf en dat ze dan geen aandeel meer zouden hebben in het Hiernamaals. Op een dag werd er voedsel bij Abdul Rahman ibn ‘Awf (moge Allah tevreden zijn over hem) gebracht om zijn vasten mee te verbreken. Hij keek naar het eten en zei: “Musab ibn Umayr (moge Allah tevreden zijn over hem) is gedood en hij was beter dan ik. We vonden niets om hem in te wikkelen tenzij een gewaad dat, als ik het over zijn hoofd trok, zijn benen bloot liet en als ik het over zijn benen trok zijn hoofd onbedekt liet. En Hamzah (moge Allah tevreden zijn over hem) werd gedood en hij was beter dan ik. Daarna kregen we de materiële weldaden van de wereld die we hebben ontvangen. Ik vrees echt dat de beloning voor onze daden ons in deze wereld is gegeven (en dat we geen aandeel zullen hebben in het Hiernamaals).” Hij begon te wenen en te snikken en kon niet eten.

We vinden veel gelijkaardige overleveringen over de Opvolgers (Tabi’ien), zoals toen op een keer koel water bij Al-Hasan al-Basri werd gebracht en hij flauwviel toen hij vreesde dat dit zijn aandeel in de beloning van Allah was, enzovoort.

Moge Allah ons baat laten hebben bij deze Ayaat
en ons toestaan te horen tot degenen die hun beloning
zowel in dit leven als in het Hiernamaals zullen vinden.
Amien.

 

En Allah weet het best

 

Bron: http://muslimmatters.org/2008/09/02/ramadan-reflections-a-daily-journey-through-the-quran-2/
Dit bericht werd geplaatst in Ramadan en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.