Ramadan – Juz per Juz (15)

Juz 14 – Surat al-Hijr

In de Juz van vandaag zullen we insh’Allah nadenken over een stuk uit Surat al-Hijr. Uit deze Surah nemen we twee stukken, en we hebben het eerst over het laatste voor we nadenken over het eerste stuk. Naar het einde van deze edele Surah toe verkondigt Allah:

“En waarlijk, Wij hebben je de zeven Al-Mathaani gegeven (de zeven vaak herhaalde Verzen = Surat al-Faatiha) en de Geweldige Quran. Kijk niet verlangend naar de genietingen die We aan een groep van hen (de ongelovigen) hebben gegeven en treur niet om hen.”
(De Edele Quran 15:87-88)

Ibn Kathir verklaart in zijn Tafsir over deze Ayaat: “Allah zegt hier aan Zijn Profeet: aangezien Wij jou (Surat al-Faatiha en) de Geweldige Quran hebben geschonken, moet je niet naar deze wereld en haar verleidingen kijken, of naar de voorbijgaande genietingen die we haar mensen hebben gegeven om hen op de proef te stellen. Benijd niet wat zij in deze wereld hebben en maak jezelf niet van streek door verdriet omdat ze je afwijzen en zich tegen je godsdienst verzetten.”

Wat betreft Zijn uitspraak “Kijk niet verlangend naar de genietingen die We aan een groep van hen (de ongelovigen) hebben gegeven” : dit is een aanmoediging om tevreden te zijn met de Geweldige Quran die Allah je heeft gegeven en om niet te verlangen naar de luxe en de vluchtige genietingen die de ongelovigen nu ervaren. Ibn ‘Abbas heeft gezegd: “(In deze Ayah) verbood Hij een mens te verlangen naar wat zijn gezel heeft”.

We hebben het al gehad over rijkdom en de vluchtige aard van dit leven, maar deze Ayah plaatst dit in een nieuw perspectief. Ze doet ons nadenken over de grootsheid van de Quran, het “touw van Allah”, waarmee Hij ons heeft gezegend en dat we het in onze handen kunnen houden. Hoevelen van ons snappen echt het belang van deze zegen? Laten we luisteren naar wat een van de Khulafaa ar-Rashidien (mv van Khalief), Ali ibnu Abi Taalib (moge Allah tevreden zijn over hem) heeft gezegd over deze onschatbare zegen:

“Hij (de Quran) is het Boek van God. Hij bevat het verhaal van wat er voor jou was, het nieuws over wat na je zal komen en een Wet die tussen jullie oordeelt. Hij is de definitieve verklaring. Hij is geen verklaring voor de grap. Al wie hem uit arrogantie verlaat, die zal God totaal vernietigen, en al wie probeert daarbuiten leiding te vinden, die zal God laten dwalen. Hij is het touw van Allah. Hij is de wijze vermaning. Hij is het Rechte Pad. Hij is datgene wat niet kan worden afgeleid door verleidingen of bezoedeld door tongen. De mensen van kennis (geleerden) kunnen hun honger ernaar nooit voldoen. Hij zal nooit verslijten door zijn veelvuldige herhaling. Zijn wonderen zullen nooit ophouden. (Hij is het Boek) dat, toen ze het hoorden (gereciteerd worden), de Jinns er niet van konden weggaan voordat ze hadden gezegd: “We hebben een buitengewone Recitatie gehoord die voert naar oprechtheid. Al wie in overeenstemming ermee spreekt, wordt geloofd. Al wie in overeenstemming ermee handelt, zal zwaar beloond worden. Al wie in overeenstemming ermee oordeelt, zal rechtvaardig zijn. Al wie (anderen) ertoe oproept, zal naar een Recht Pad worden geleid.”
(Tirmidhi, soms als Hadith geclassifieerd, maar het is meer correct het te zien als een uitspraak van Ali. En Allah weet het best)

Dit Boek is een geschenk in dit leven en het navolgen ervan zal een bron van succes zijn zowel in dit leven als in het volgende. Allah verklaart over de Quran in Surat Taha wat vertaald betekent:

“Wanneer leiding tot jullie komt van Mij, dan zal hij die Mijn Leiding volgt niet afdwalen, noch treurig zijn. Maar al wie zich afkeert van Mijn vermaning (niet gelooft in de Quran en ook niet handelt volgens zijn geboden, enz.) waarlijk, er zal dan voor hem een benauwd leven zijn. En we zullen hem op de Dag der Opstanding opwekken in blinde toestand.”
(De Edele Quran 20:123-124)

Het is door de Quran dat de succesvollen baat hadden bij dit leven en het als geëerde kampioenen verlaten hebben, terwijl zij die hem verwaarlozen of afwijzen een leven vol moeilijkheden zullen hebben en hun zielen zullen met geweld uit hun lichamen worden gerukt terwijl de Engelen hen slaan. Moge Allah ons hiervoor behoeden.

Sommige mensen vragen zich nochtans af hoe de ongelovigen zo’n moeilijk leven kunnen hebben als we zien hoe ze genieten van de rijkdommen die ze hebben vergaard. Met hun rijkdom komen ook zorgen en angst over hoe ze te behouden. Zie je niet hoe hard ze ervoor werken, terwijl het uiteindelijk hun erfgenamen zullzn zijn die het van hen overnemen? De wijze persoon moet nadenken over de hoge zelfmoordcijfers in de rijkste landen. Landen waar het lijkt alsof de mensen er alles op een zilveren dienblad aangeboden krijgen. Maar toch verbruiken hun inwoners scheepsladingen vol antidepressiva en medicijnen tegen de angst.

Ze hebben geen echte hoop op het hiernamaals en omwille van dit feit doen zij die zich niet van het leven beroven alles wat ze maar kunnen om hun leven te verlengen, ongeacht hoe ellendig dat leven is. Al zeggen ze met hun lippen dat ze het Hiernamaals zullen erven, Allah heeft hun hypocrisie aan de kaak gesteld toen Hij zei wat vertaald betekent:

“En waarlijk, je zal zien dat zij onder de mensen het meest begerig zijn naar het leven, meer nog dan degenen die deelgenoten (aan Allah) toekennen. Elk van hen zou wel een leeftijd van duizend jaar gegeven willen worden.”
(De Edele Quran 2:96)

Wat in deze Ayah het meest verbaast, is dat Allah niet zegt dat ze verlangen naar “al -hayaat” in het Arabisch, wat het woord is voor het leven in deze wereld, maar dat ze verlangen naar “hayaat”, wat elke vorm van leven betekent. “Om het even welke vorm van leven” betekent dat ze gewoon niet in hun graf liggen, al betekent dit een leven ontdaan van alle eer. Zo zie je hen de waardevolle ogenblikken van hun leven verspillen aan ideeën als “cryo-preservering” (waarbij het lichaam wordt ingevroeren opdat het later terug kan worden opgewekt, eens de technologie ver genoeg ontwikkeld zal zijn – een beetje zoals in Star Wars), allerlei trucjes tegen veroudering (in een poging de dood te ontlopen) enzovoort. Ze proberen hun leven te verlengen, niet om meer goede daden te verzamelen zoals de rechtschapenen dat doen, maar enkel en alleen om de straf te ontlopen waarvan ze weten dat ze die opgelegd zullen krijgen, omdat ze al die jaren de verering van hun Schepper hebben verwaarloosd.

We keren nu terug naar het begin van deze edele Surah, om het inzicht dat we net hebben verworven te verdiepen, insh’Allah. Allah verklaart daar:

“Hoezeer zullen zij die niet geloven innig wensen dat ze Muslims zouden zijn. Laat ze eten en het leven genieten, en laat (valse) hoop hen misleiden (???beguile???). Weldra zullen ze het te weten komen!”
(De Edele Quran 15:2-3)

Ibn ‘Abbas en Anas bin Malik hebben uitgelegd dat deze Ayah verwijst naar de Dag waarop Allah alle zondige Muslims in de Hel zal vasthouden, samen met de Mushrikien. Hij zei: “De Mushrikien zullen tegen hen zeggen: ‘Wat jullie op de aarde hebben aanbeden heeft jullie niets gebaat.’ Dan zal Allah, vanwege Zijn Barmhartigheid boos worden omwille van hen en Hij zal degenen die Hem vereerden uit de Hel verwijderen (zij staan gekend als de Jahannamiyoen). Dat is wanneer de Mushrikien zullen wensen dat ze Muslims waren geweest.”

Zo gaat Allah verder met de Muslims op te dragen dat ze degenen die de Leiding die hen is aangeboden hebben ontkend of genegeerd met rust moeten laten. Laat ze maar eten en genieten van het leven, laat ze maar worden bedrogen door hun valse hoop en hun ‘garanties’ voor redding in het Hiernamaals, want weldra zullen ze de waarheid te weten komen. Op dat moment zullen ze wensen dat ze naar dit leven terug kunnen keren, om te doen wat ze hadden moeten doen op gebied van de aanbidding van Allah alleen. Maar dan zal het te laat zijn.

Laat je dus niet misleiden door de rijkdom die zij hebben, of door het plezier dat ze lijken te genieten, want uiteindelijk wordt dat hun ondergang. De enige genieting die ze echt hebben is de beloning die ze in dit leven ontvangen voor het goede dat ze hebben gedaan, omdat Allah niet één ziel de beloning voor het goede dat ze heeft gedaan ontzegt. Maar ze zullen geen aandeel hebben in het Hiernamaals, en daarom krijgen ze wat genot voor de korte tijd van dit leven voordat ze naar hun eeuwige verblijf in het Vuur worden doorgestuurd. Moge Allah ons daarvoor behoeden!

Over dit thema vertelt Abu Hurairah dat de Profeet (vrede en zegeningen over hem) heeft gezegd:

“De wereld is een gevangenis voor de gelovige
en een paradijs voor de ongelovige.”

(Muslim)

Waarom een gevangenis? Omdat in de gevangenis de bewoner beperkingen ondervindt. Hij wordt verplicht op vastgestelde tijden op te staan, op andere momenten te eten, enz. Hij leeft volgens regels en heeft slechts een heel beperkte keuzevrijheid. Maar de gevangenis is niet zijn laatste verblijfplaats. Hij verwacht slechts enkele jaren door te brengen in de gevangenis, en dan krijgt hij zijn vrijheid terug.
Zo is het met de gelovige: Hij leeft zijn leven volgens de beperkingen die Allah hem heeft opgelegd. Hij heeft wel enige vrijheid en genietingen, maar ze zijn beperkt. Het is echter zijn hoop dat hij door zijn gehoorzaamheid aan de regels van deze gevangenis zal mogen binnentreden in het ware leven van het Hiernamaals, waar hij puur genot zal genieten, zonder beperkingen en zonder einde.”

Moge Allah ons toestaan tot die mensen te behoren!

Voor de ongelovige is het echter net het omgekeerde. Hij heeft dit huis als zijn eindbestemming gekozen door uitspraken als: “Je leeft maar één keer”. Hij beleeft zijn leven zonder regels, tenzij dat hij zoveel mogelijk genot wil verzamelen op om het even welke manier.

Een andere uitleg van deze Hadith, van een van de geleerden, is dat deze beschrijving duidelijk zal worden op de Dag des Oordeels, wanneer de gelovigen Jennah zijn binnengegaan en de ongelovigen de Hel in zijn geduwd. “Op dat moment zulllen de gelovigen terugblikken op hun leven in deze wereld als het leven van iemand in een gevangenis, vergeleken bij de rijkdom en de uitgebreidheid van het pure genot dat ze in Jennah zullen vinden. De ongelovige zal het leven dat hij hier heeft gehad zien als een paradijs, vergeleken bij de vernedering en de bestraffing waarmee hij in het Hiernamaals wordt geconfronteerd.”

Moge Allah ons laten horen tot de eerste groep en niet de laatste.

En Allah weet het best

Bron: http://muslimmatters.org/2008/09/02/ramadan-reflections-a-daily-journey-through-the-quran-2/
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Ramadan en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.