Het Offerfeest – Eid ul Adha


In tegenstelling tot valse goden
die niet weten dàt ze worden aanbeden,
noch kunnen reageren op de daden van hun aanbidders,
is de ware God zich volledig bewust van wat Zijn slaven doen
en is er interactie tussen Hem en hen. 

Auteur:  Ayub A. Hamid

Elk jaar weer vertellen we in de periode van Eid ul Adha en de Hajj het verhaal van Ibrahiem en Isma’iel (vrede zij met hen). Hun levens waren doordrongen van Liefde voor Allah en van toegewijde dienstbaarheid en gehoorzaamheid aan Hem. Ze hielden van Allah en ze gehoorzaamden Hem op zo’n volmaakte manier dat Allah hen als voorbeelden heeft aangeduid van hoe elke Muslim hoort te zijn. Hun levenswijze is niet alleen een perfect model van onderwerping aan Allah, maar ook een prachtig voorbeeld van de ideale manier waarop ouder en kind mekaar zonder generaitekloof kunnen begrijpen. Er zijn veel lessen die we uit hun verhaal moeten leren, maar om het kort te houden concentreren we ons de episode van het offer.

Zoals je weet, werd Ibrahiem geboren in een samenleving waarin veel valse goden (zoals afgoden, sterren, planeten en manen) werden aanbeden en waarin offers aan hen werden gebracht. Om die valse goden tevreden te houden werden dieren, en zelfs mensen, geofferd.

Ibrahiem had zijn leven gewijd aan het oproepen van de mensen om die valse goden te laten vallen en alleen in Allah te geloven, de Ene en Enige Schepper. Zijn enige missie in zijn leven bestond eruit de boodschap van de Islam te verkondigen (totale gehoorzaamheid aan Allah in elk aspect van je leven) aan iedereen rondom hem. Zijn doel, zoals dat van elke Profeet en Boodschapper, was de mensen op te roepen zich in gehoorzaamheid aan Allah te onderwerpen en een Islamitische samenleving te vestigen – een politieke entiteit waarin de meerderheid van de mensen toegewijde Muslims zijn – en die samenleving van Muslims was een toonbeeld van vrede, liefde, zorg, solidariteit, eerlijkheid, rechtvaardigheid, edelmoedigheid, gelijkheid , waardigheid, evenwicht en gematigdheid.

Zijn volk verwierp zijn oproep totaal en besloot hem te doden door hem in een brandend vuur te gooien, waaruit Allah hem redde. Het was nu duidelijk dat hij niet langer onder deze mensen kon leven en tegelijk zijn taak volbrengen. Hij wist niet waarheen, maar vertrok met geloof en vertrouwen in Allah. Hij was oud geworden terwijl hij onvermoeibaar voor dit doel had gewerkt en hij had behoefte aan iemand die zijn missie van liefde verder zou zetten: het uitnodigen van de mensen tot de ware Islam en het vestigen van een Islamitische staat met een Muslim-meerderheid van mensen die deze uitnodiging hadden aanvaard. Dit doel wekte in hem een groot verlangen naar een zoon die zijn taak zou overnemen. Na veel Du’aa (smeekbeden) gaf Allah hem een zoon toen hij al heel oud was (86 volgens de Bijbel). (1) Hij kreeg de naam Isma’iel (wat betekent: Allah heeft gehoord), omdat Allah de Du’aa van Ibrahiem had verhoord. Zijn zoon Isma’iel was voor Ibrahiem het dierbaarste en meest geliefde op deze wereld.

Toen Isma’iel ongeveer dertien was (en Ibrahiem 99) besloot Allah hun geloof en onderwerping aan Allah openlijk op de proef te stellen (2). Zowel vader als zoon werden onderworpen aan de zwaarste test van hun liefde voor Allah. Ibrahiem (vrede zij met hem) zag in een droom dat hij Isma’iel offerde – een onvoorstelbare daad – dat hij de zoon offerde die hij na al die Du’aa had gekregen, de enige die hij had en degene die al die jaren het centrum van zijn affectie was geweest. Ibrahiem wist dat de dromen van de Profeten door Allah worden geïnspireerd. Ze hoorden tot de middelen waarop Allah communiceerde met Zijn Profeten. Dit moest dus iets zijn waarvan Allah wilde dat hij dat deed. Toen de bedoeling van de droom hem duidelijk werd, besloot Ibrahiem zijn geliefde zoon te slachtofferen. Al zou het hem minder zwaar vallen zijn eigen leven te geven in plaats van het leven van zijn zoon te moeten nemen, toch gaf hij zich gewillig over aan wat hij als een gebod had erkend. Voor hem, net als voor elke Muslim, moest de liefde voor Allah altijd de grootste en de sterkste zijn. Elke andere liefde moet ondergeschikt zijn aan de liefde voor Allah – en kan dus worden opgeofferd omwille van Hem.

Al was Ibrahiem nu bereid zijn meest beminde te offeren omwille van Allah, hij kon niet gewoon zijn zoon meenemen en naar de offerplaats sleuren zonder zijn instemming. Isma’iel moest hierover worden geraadpleegd, om te zien of hij bereid was te sterven voor Allah. Dit overleg zou een test zijn voor de volwassenheid van Isma’iels geloof, zijn liefde voor Allah en zijn Islamitische toewijding, voor zijn bereidheid zijn leven te offeren omwille van Allah en voor zijn gehoorzaamheid aan zijn vader. Het zou ook toetsen hoe goed Ibrahiem zijn zoon had geoefend in de Islam en hoe nabij of ver uiteen deze twee Muslims uit twee verschillende generaties van elkaar stonden in hun denkwijze, hun aanpak en hun gedrag.

Ibrahiem (vrede zij met hem) legde de zaak voor aan zijn zoon en vroeg om zijn mening over de dromen waarin hij hem offerde. Isma’iels reactie was absoluut verbijsterend. Hij vertoonde zelfs niet even een teken van aarzeling of terughoudendheid. Hij zei: “Vader, doe wat je werd bevolen. Je zal zien dat ik – als Allah het wil – geduldig ben.” Zijn volwassen reactie, zijn inzicht in de aard van de dromen van zijn vader, zijn bereidheid om zijn leven omwille van Allah op te offeren en zijn toegewijde onderwerping aan Allah kennen hun gelijke niet. Wat echter het meest verbazend en opmerkelijk is, is de volmaakte coherentie en eenheid in denkwijze, gedrag en visie tussen vader en zoon. We zien geen generatiekloof tussen deze twee, omdat ze allebei het leven bekijken vanuit een Islamitisch model: dat een Muslim zich in alle omstandigheden aan Allah moet onderwerpen en dat in het leven van een Muslim de liefde voor Allah ver boven welke andere liefde dan ook staat.

Toen zowel de vader als de zoon allebei hun volmaakte gehoorzaamheid aan Allah hadden bewezen, en in de praktijk hun bereidheid hadden getoond om hun meest waardevolle bezittingen te offeren omwille van Hem (doordat Ibrahhiem zijn zoon klaarmaakte voor het offer en doordat Isma’iel geduldig bleef liggen met het mes tegen zijn keel), redde Allah Isma’iel en verving hem door een ram. Allah vertelde hen ook dat ze met vlag en wimpel waren geslaagd in hun test en dat ze hadden volbracht wat Hij Ibrahiem in zijn droom had getoond.

In de Quran wordt dit als volgt vermeld:

Zij zeiden: ‘Bouwt voor hem een bouwwerk (brandstapel) en werpt hem in het laaiende vuur.’ Toen zij een list tegen hem wensten te beramen, maakten Wij hen tot de allerlaagsten. En hij zei (toen hun pogingen mislukt waren): ‘Ik wend mij tot mijn Heer. Hij zal mij leiden. Mijn Heer, schenk mij (een zoon) van de rechtschapenen.’ Toen verkondigden Wij hem de verheugde tijding van een zachtmoedige jongen (Isma’iel).

Toen hij de leeftijd had bereikt waarop hij hem (Ibrahiem) kon helpen, zei hij: ‘O mijn zoon, voorwaar, ik heb in een droom gezien dat ik jou zal offeren. Zeg mij hoe jij daarover denkt.’ Hij zei: ‘O mijn vader, doe wat u is bevolen. U zult vinden dat ik, als Allah het wil, tot de geduldigen behoor.

Toen riepen wij tot hem: ‘O Ibrahiem! Waarlijk, jij hebt de droom in waarheid vervuld. Voorwaar, zo belonen Wij de weldoeners.’ Voorwaar, dat is zeker een duidelijke beproeving. En Wij gaven hem ter vervanging een groot offerdier. En Wij maakten voor hem (zijn goede naam) blijvend onder de lateren. Vrede zij met Ibrahiem. Zo belonen Wij de weldoeners. Voorwaar, hij behoort tot Onze gelovige dienaren.  (De Edele Quran 37:97-111)

Het was een van de beloningen voor dit offer dat Allah aan Ibrahiem het goede nieuws bracht van een tweede zoon, Is-haaq (Isaak):

En Wij verkondigden hem de verheugende tijding over (de geboorte van) Is’haaq, als een Profeet van de rechtschapenen.”  (De Edele Quran 37:112)

Volgens de Bijbel kwam het goede nieuws over Is-haaq toen Ibrahiem 99 jaar oud was en werd Is-haaq geboren toen hij 100 was (3). De Bijbel vergeet echter op dat moment het offer te vermelden en heeft het enkel over de besnijdenis van Ibrahiem en Isma’iel (vrede zij met hen) (4). De Heilige Quran verduidelijkt de realiteit: dat het een enorme demonstratie van onderwerping aan Allah was, onder de vorm van een offer, en niet zoiets kleins als de besnijdenis waardoor Allah zo tevreden was dat Hij Ibrahiem op wonderbaarlijke wijze nog een zoon schonk, ondanks het feit dat hij en Sarah allang hun vruchtbare leeftijd voorbij waren en Sarah haar hele leven onvruchtbaar was geweest (5).

Dit was de zwaarste van alle beproevingen die Ibrahiem en Isma’iel hebben doorstaan. Ze werd nog moeilijker door het feit dat Ibrahiem gedurende de 12-13 jaar van Isma’iels leven zoveel liefde en affectie in zijn zoon had geïnvesteerd en dat Isma’iel oud genoeg was om zijn eigen leven lief te hebben. De beproeving was voor vader en zoon makkelijker geweest indien Isma’iel een pasgeborene was geweest, op een moment dat de band tussen vader en zoon nog niet was gegroeid en de zoon zijn leven nog niet had kunnen genieten. Maar Allah koos het moeilijkste tijdstip uit voor deze beproeving, om zo het ware niveau van hun toewijding aan Allah’s tevredenheid te tonen.

Deze test toonde aan de wereld het volgende:

Ibrahiem en Isma’iel vertellen
niet alleen theorieën
over Allah als de Ene en Enige Schepper.
Hij is echter een reële Entiteit
in wie ze echt en oprecht geloven
en aan Wie ze zich graag
en gewillig onderwerpen.
In tegenstelling tot valse goden,
die niet weten dàt ze worden aanbeden
noch kunnen reageren
op de daden van hun aanbidders,
is de ware God zich volledig bewust
van wat Zijn slaven doen
en is er interactie tussen Hem en hen.
De Ene Ware God verwacht geen
rituele mensenoffers van de mens.
Mensen verliezen hun leven 
aan
rituele offers enkel en alleen vanwege
de leugens die worden verspreid door
degenen die de valse goden promoten.

Allah hield zoveel van hun voorbeeld van totale toewijding en overgave aan Zijn geboden, dat Hij het voor alle Muslims tot een vaste verplichting heeft gemaakt om, tot de Dag des Oordeels, Ibrahiems en Isma’iels instelling van totale overgave aan Allah te gedenken met een jaarlijkse viering van hun offer. Het belangrijkste doel hiervan is dat de Muslims – door de handeling te herhalen van het godsvruchtige offer van Ibrahiem en Isma’iel – alles opfrissen, begrijpen en zich eigen maken van wat het inhoudt wanneer ze zich “Muslims” noemen (d.i. gehoorzaam en onderworpen aan Allah).

Elk jaar weer moet Eid ul Adhaa ons eraan herinneren dat:

een levenswijze van totale onderwerping aan Allah
de kern is van wat het betekent een Muslim te zijn.

een Muslim gewillig zijn/haar meest dierbare bezittingen
(dingen, ideeën, gewoonten, verlangens…) opoffert
in gehoorzaamheid aan Allah.

een Muslimfamilie die haar geloof behoorlijk praktiseert
niet op een generatiekloof botst tussen de verschillende
generaties van Muslims. Een breuklijn tussen twee
generaties ontstaat enkel door de aanwezigheid
van niet-Islamitische gedragingen of houdingen
in een van beide generaties, of in beide.

Eid ul Adha niet zomaar een gelegenheid voor rituele feesten is,
maar een jaarlijks bijstellen van iemands levensstijl,
opdat ze er een wordt die is doordrenkt
van gehoorzaamheid aan Allah.

 

Moge Allah ons de geesteskracht schenken
en de wil om deze perfecte voorbeelden
van Ibrahiem en Isma’iel (vrede zij met hen)
na te volgen in elk aspect van onze dagelijkse strijd
om betere Muslims te worden, insh’Allah.

Gevonden op : http://www.islamicity.com/articles/articles.asp?ref=MI1210-5310&p=1
(Lees ook over de kracht van Ibrahiem’s gebed: http://noumanalikhan2dutch.wordpress.com/2011/12/02/de-laatste-tien-surahs-en-hun-verbanden/#more-68)
____________________
Voetnoten:
(1) Genesis 16:16 : En Abram was zes en tachtig jaren oud, toen Hagar Ismael aan Abram baarde.
(2) Genesis 17:1 : Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de Heere aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht!
(3) Genesis 17:19 : En God zeide: Voorwaar, Sara, uw huisvrouw, zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam noemen Izak; en Ik zal Mijn verbond met hem oprichten, tot een eeuwig verbond zijn zade na hem.
Genesis 21:5 : En Abraham was honderd jaren oud, als hem Izak zijn zoon geboren werd.
(4) Genesis 17:24 : En Abraham was oud negen en negentig jaren, als hem het vlees zijner voorhuid besneden werd.
Genesis 17:25 : En Ismael, zijn zoon, was dertien jaren oud, als hem het vlees zijner voorhuid besneden werd.
(5) Genesis 17:16-17 : Want Ik zal haar zegenen, en u ook uit haar een zoon geven; ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal: koningen der volken zullen uit haar worden! Toen viel Abraham op zijn aangezicht, en hij lachte; en hij zeide in zijn hart: Zal een, die honderd jaren oud is, een kind geboren worden; en zal Sara, die negentig jaren oud is, baren?
(Nederlandse Bijbelvertaling gecopieerd van http://www.online-bijbel.nl)
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Hajj - de grote Bedevaart en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.