Milieubewustzijn in de Quran

 
 
Door Zaid Shakir 
 
 
Er rusten heel wat verplichtingen op de Muslims waardoor van ons wordt vereist dat we ons inzetten voor het behoud en de gezondheid van ons leefmilieu. Aan het begin van een periode waarin de kans op een milieuramp wellicht groter is dan die op een ander soort ramp is het meer dan ooit van belang dat we de bescherming van het milieu tot een van onze belangrijkste prioriteiten maken.
 
Tijdens een spreekbeurt die ik aan de “London School of Economics” gaf over Islam en het milieu, heb ik gezegd dat men – wanneer men kijkt naar de slechte reputatie die Muslim landen/staten hebben wat betreft hun houding tegenover milieuproblemen en naar het virtueel ontbreken van enige milieubeweging van betekenis in die landen –   hetvreemd kon vinden dat een Muslim over dit onderwerp komt spreken.
 
Dit gevoel wordt nog versterkt door het feit dat de verschillende Islamitische bewegingen die de belangrijkste tegenstanders zijn geworden van de regimes in die landen niets hebben wat zelfs maar lijkt op een milieuplan. Nochtans kan een welingelichte Muslim om verschillende redenen gemakkelijk spreken over de Islam en het milieu. Eerst en vooral wordt de Islam in de Quran omschreven als de godsdienst van de natuur. God verklaart: 
 
“Wend dan jouw aangezicht (O Moehammad) naar de godsdienst als een Hanîf.
(Volg) de natuurlijke aanleg die Allah in de mens geschapen heeft.
Er is geen verandering in de Schepping van Allah.
Dat is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen weten het niet.”
(De Edele Quran 30:30)
 
Nadat Hij ons had geschapen en ons door het instellen van de godsdienst op Hem had georiënteerd, heeft onze Schepper ons in een delicaat, ingewikkeld systeem geplaatst waarin ons succes – en uiteraard het voorbestaan van dat systeem – steunt op het al dan niet handhaven van het evenwicht tussen alle zaken. Hij zegt in de Quran:
 
“De Erbarmer. Hij heeft de Quran onderwezen.
Hij heeft de mens geschapen.
Hij heeft hem de duidelijke verklaring onderwezen.
De zon en de maan volgen de berekende banen.
En de struiken en de bomen knielen zich neer.
En Hij heeft de hemel opgeheven
en Hij heeft de weegschaal geplaatst.
Opdat jullie het evenwicht niet verstoren.
En houdt de weegschaal in evenwicht met rechtvaardigheid
en neemt niets van de weegschaal af.”

(De Edele Quran 55:1-9)
 
In deze groep verzengroep somt God enkele van Zijn Zegeningen voor de mensheid op. Hij begint met de vermelding van de Nobele Quran. Als Muslims geloven we dat de Quran de eeuwiige Boodschap van God aan de mensheid bevat. Zijn leiding bepaalt de wereldvisie van de gewetensvolle gelovige. God herinnert ons eraan:
“Gedenk de gunst van Allah aan jullie
en wat Hij aan jullie heeft neergezonden
van het Boek en deWijsheid waarmee Hij jullie onderwijst.
En vrees Allah en weet dat Allah over alle zaken Alwetend is.”

(De Edele Quran 2:231)
 
Daarna vermeldt Hij de schepping van de mens. Deze schepping wordt vermeld nà het onderricht van de Quran. Met andere woorden, God heeft ons welslagen al mogelijk gemaakt nog voor we effectief werden geschapen. Hieruit moeten we begirjpen dat God ons welslagen in de leven wenst. Dit is in overeensttemming met wat Hij heeft gezegd:
“Allah heeft jullie doen houden van het geloof
en Hij heeft het mooi gemaakt in jullie harten.
En Hij heeft jullie een afkeer doen hebben van ongeloof,
zware zonden en opstandigheid.”

(De Edele Quran 49:7)
 
Hij vermeldt dan dat Hij de mensheid duidelijke taal, welbespraaktheid, heeft geleerd. Hij heeft ons het vermogen gegeven om onze gedachten, emoties en gevoelens onder woorden te brengen. Imam al-Baydawi zegt in zijn commentaar op dit vers dat dit de mooiste aansporing voor de mens is om zijn dankbaarheid uit te drukken tegenover Allah voor Zijn Zegeningen.  Een persoon is misschien niet in staat om zijn waardering voor een gunst kenbaar te maken met een geschenk of een ander materieel bezit, maar het ontbreekt hem nooit aan de mogelijkheid om zijn dankbaarheid mondeling uit te drukken. Het is alsof God aan de mensheid zegt:
“Ik heb jullie geschapen, Ik heb jullie geleid
en Ik heb jullie de mogelijkheid geven om Mij te danken.”
 
Hierna somt Hij enkele van Zijn Zegeningen op, allemaal voorbeelden die we vinden in de natuur. Hij vermeldt hoe de zon en de maan hun vastgelegde banen volgen. De voorspelbaarheid van hun banen vergroot hun nut voor de mensheid, als wegwijzers, tijdsaanduiding en regelaars van de getijden en de winden.
 
“De sterren en de bomen buigen zich neer…” De sterren buigen door gewillig de Goddelijke Bepaling te aanvaarden die hun schikking in sterrenstelsels regelt. Deze constellaties zijn een sieraad aan de hemel en een bron van leiding voor de mensheid. De bomen doen het door te aanvaarden dat het hun lot is hun vruchten af te geven, betrouwbaar, uniform, in de daartoe aangewezen seizoenen. Deze regelmaat maakt de oogst mogelijk die de mensheid steeds weer voordeel brengt. De bomen absorberen ook koolstofdioxide uit de atmosfeer en helpen onze voorraad zuurstof op peil houden. Al deze processen steunen op weten die door God zijn uitgevaardigd.
 
“We hebben het firmament van de hemel hoog opgeheven en het evenwicht gevestigd…” God heeft de gunsten die Hij ons heeft geschonken bekroond door boven ons het wonderbaarlijke baldakijn van de hemel te verheffen, dat ons beschermt en de dieren en de planten, en dat helpt om de watervoorraden te bewaren die zijn opgeslagen in gletsjers en in de poolkappen. Daarop verkondigt Hij dat Hij “het evenwicht gevestigd” heeft. Het evenwicht dat hier wordt vermeld is een symbool voor de rechtvaardigheid die al onze transacties moet kenmerken. Die transacties moeten steunen op een systeem van billijke wederkerigheid en ze slaan ook op onze interactie met alles op aarde. Alles in deze Schepping geeft en neemt op een eerlijke manier: de planten, de dieren, de zeeën, de winden en de aarde. 
 
Ook mensen geven en nemen. Echter, we nemen vaak meer dan we nemen. Door dat te doen verdrukken we onze medemens, het land, de zee, de planten en beesten. Onze Schepper, die deze neiging maar al te goed kent, adviseert ons: “Daarom, bedriegt niet in het handhaven van het evenwicht.” Met andere woorden, neem niet meer dan je geeft! Want als je in deze belangrijke transctie sjoemelt, ontken je Mijn zegeningen. En als je Mijn zegeningen ontkent, dan ontneem ik ze je. Allah verkondigt hierover:
“Als jullie dankbaar zijn (voor Mijn zegeningen),
dan zullen Wij zeker jullie (genietingen) vermeerderen.
En als jullie ondankbaar zijn, voorwaar,
Mijn bestraffing is zeker hard.”
(De Edele Quran 14:7) 
 
Wat we in onze wereld vaststellen is het falen van de mens om dit evenwicht te beweren, en dit onvermogen heeft geleid tot onpeilbare gevolgen voor het land, de zee en alle schepselen die er leven. De Quran geeft ons een beschrijving vol inzicht van deze toestand wanneer hij verkondigt: 
“Verderf is op het land en in de zee zichtbaar
door wat de mensen hebben verricht,zodat Hij
hun een gedeelte van wat zij hebben verricht doet proeven.  
Hopelijk zullen zij berouw tonen.”
(De Edele Quran 30:41).
Quranexegeten hebben dit verderf beschreven als het opdrogen van de regen, het verdwijnen van de oogst van de zee en andere ecologisch relevante betekenissen.
 
Men kan gemakkelijk naar deze en gelijkaardige Islamitische onderrichtingen kijken en zich afvragen of ze zich ook in de praktijk hebben voorgedaan in Islamitische samenlevingen. Het antwoord is ja. De bescherming van de natuurlijke habitat, het welzijn van dieren en aanverwante verantwoordelijkheden werden vaak beheerd door aangestelde ambtenaren, leden van ’s werelds allereerste instelling voor milieubehoud.
Een voorbeeld: In zijn handleiding voor de ambtenaren in de Islamitische Staatsstructuur (‘Mu’id al-Ni’am wa Mubid al-Niqam’) adviseert Imam Taj al-Dien al-Subki de beambte die toezicht houdt op het pleisteren van de stadsmuren: “De persoon aan wie het pleisterwerk van de muren wordt toevertrouwd moet zich er eerst van verzekeren dat er geen dieren in leven waarvoor hij niet het recht heeft ze te doden, zoals kleine vogels en dergelijke. Zou hij dit doen, dan zou hij God verraden door deze dieren te doden.”
 
Zijn advies voor de de ambtenaren die begaan is met het beheer van de dieren luidt: “Het behoort tot de rechten van deze dieren dat u oprecht beng in uw dienstbaarheid aan hen. U moet de taak die u is toevertrouwd in verband met hen volledig vervullen. Zij hebben geen tongen waarmee ze bij u kunnen klagen (over misbruik), ze kunnen zich allen bij God beklagen.” Ambtenaren die waren belast met het toezicht over de bescherming van bossen en bomen werden eveneens aangemaand om zorgvuldig de rechten van deze levende wezens in acht te nemen.
 
In  het verleden hoorden de Muslims tot de leiders wat betreft het benutten van aarde, wind, zon, water en schaduw om ecologische systemen voor airconditioning, koeling, verwarming, energieproductie, landbouw en bouw te ontwikkelen. Deze systemen hielden goed rekening met de schade van de menselijke activiteit aan het ecosysteem. De positieve houding tegenover het milieu die hiervan het gevolg was, was geen uitzondering onder de pre-moderne volkeren.
 
Deze voorzichtige houding ten aanzien van het milieu wordt tegenwoordig gecounterd door een houding van vooruitgang, gulzigheid en verwaarlozing. Dit wordt mogelijk door het wereldwijde economische klimaat dat grote bedrijven toestaat zich ecologisch onverantwoord te gedragen. Deze verschuiving was aanleiding tot onvoorstelbaar misbruik van de grondstoffen van de aarde en de mens. Kern van dit misbruik is een economisch systeem dat steunt op onbeperkte groei, terwijl het onvoorstelbare verkwisting aanmoedigt. De eindige voorraden van onze planeet en haar beperkt absorptievermogen kunnen een dergelijk systeem niet lang volhouden. Tenzij wij veranderen, zal de enige vraag die ons nog overblijft zijn: “Zullen we onze verdoemenis bereiken door het uitputten van de beschikbare middelen of door te stikken in onze afval?”
 
Tot slot faalt het de huidige economische werking op drie punten. Eerst en vooral slaagt het er, zoals Herman Daleh en anderen aanduiden, niet in te verzien in de basisbehoeften van de hele bevolking van de planeet. Ten tweede slaagt ze eer niet in een aanvaardbaar niveau van biodiversiteit te handhaven. En ten derde verzekert ze geen houdbaar niveau van grondstoffen voor toekomstige generaties. Deze mislukkingen hebben elk hun eigen ecologische consequenties, waarvan de opwarming van de aarde slechts de meest zorgwekkende is.
 
Muslims, vooral hier in het Westen, hebben een belangrijke rol te vervullen in de aanpak van de groeiende ecologische crisis. Zoals we weten, bepalen de overkoepelende doelstellingen van de Islamitische Wetgeving (Maqasid ash-Shari’ah) dat de godsdienst werd ingesteld om zes zaken te beschermen: de godsdienst zelf, het leven, intellect, bezit, afstamming en eer. Als het milieu, dat ons leven in stand houdt en dat de belangrijkste bron van onze rijkdom is, wordt vernietigd, dan wordt de godsdienst doeltreffend uitgehold, aangezien er geen leven zal mogelijk zijn, geen afstamming of rijkdom om te  behoeden. Zelfs als we zouden rondhinken, nauwelijks overlevend in een giftige, ecologisch geruïneerde woestenij, dan zouden we onze eer hebben verloren, met een grote kans dat onze bezittingen en levens weldra volgen.
 
Hoe kunnen we veranderen?
Eerst en vooral moeten we als Muslims inzien
dat onze godsdienstige onderrichtingen
een waardevolle bron zijn van zinvol ecologisch bewustzijn.
Onze rijke geschiedenis levert ons veel briljante voorbeelden
die een basis kunnen vormen voor betekenisvolle strategieën
bij het ontwikkelen van alternatieve energiebronnen
en het organiseren van holistische gemeenschappen.
Ze kunnen eveneens een belangrijke richtingwijzer zijn
voor andere levensbelangrijke gebieden.
 
Ten tweede horen we te weten dat het niet nodig is
“het wiel opnieuw uit te vinden”.
Er zijn veel niet-islamitische groeperingen
die actief een grote waaier van milieuproblemen aanpakken.
We kunnen zowel leren van hun ervaringen
als hen vervoegen om hun werking te versterken.
 
Als we nu handelen, kunnen we heel wat rampen die op de loer liggen afwenden, zoals de opwarming van de aarde en de klimaatveranderingen die daarmee gepaard gaan en die nu al enorme schade aanrichten in onze wereld. Als we niet reageren, versnellen we slechts onze collectieve ondergang.
 
Iman Zaid Shakir hoort tot de meest gerespecteerde en invloedrijke Islamitische geleerden in het Westen. Als Amerikaanse Muslim, opgegroeid tijdens de strijd om mensenrechten, heeft hij in zijn werk dat op het geloof steunt zowel gevoeligheid verweven voor problemen rond racisme  en armoede alsook wetenschappelijke discipline. 
 
 
 
 
 
 
Dit bericht werd geplaatst in Foei Islam ?, Muslim zijn is... en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.