Pareltjes van de Quran : Juz 19

“Had ik maar een Weg genomen
met de Boodschapper! 

Een overweging door Nouman Ali Khan
bij Juz 19, Surah 25 , Vers 27-30

“En (gedenkt) de Dag waarop de onrechtvaardige
op zijn handen bijt, terwijl hij zegt:
“Had ik maar een Weg genomen met de Boodschapper!
Wee mij! Had ik maar niet zo’n ongelovige
als boezemvriend genomen.
Voorzeker, hij heeft mij doen afdwalen
van de Vermaning nadat die tot mij gekomen was.
En de Satan is de mensen ontrouw!”
En de Boodschapper zei: “O mijn Heer,
voorwaar, mijn volk heeft deze Koran achtergelaten.”

Alhamdolillah, wij zijn bij de 19° Juz en ik lees jullie een stukje voor uit Surat ul Furqaan. Dit zijn de Ayahs 27 en verder. “De Dag waarop de onrechtvaardige op zijn handen zal bijten…”, dat is een uitdrukking van enorme spijt. En hij zegt: “Ya laytanie ittakhathtu ma’ alRassoelie sabiela” – “Had ik maar een Weg genomen aan de zijde van de Boodschapper!” Hij zegt niet eens: “Had ik maar in de Boodschapper geloofd”, maar: “Had ik maar een Weg aan de zijde van de Boodschapper genomen.”

Wat zijn enkele van de wijsheden achter
het vermelden van de Weg, van het Pad?

De Dag des Oordeels komt eraan. Deze persoon staat aan de verkeerde kant. Hij ziet de volgelingen van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) op weg naar het Paradijs, met hem aan het hoofd. En hij vraagt zich af: “Waarom ben ik dààr niet? Hoe komt het dat ik dàt pad niet heb genomen? Waarom heb ik niet in DIT leven een weg genomen die leidde naar dàt pad op weg naar Jennah… Ik was zo stom dat ik dat niet heb gevolgd.” Hij drukt dus zijn spijt daarover uit.

De Ayah vestigt ook de aandacht op het feit dat geloven in de Profeet (vrede en zegeningen over hem), hem liefhebben, hem respecteren, hem eren, … Dat is allemaal fantastisch, maar het is niet voldoende! Je moet ook zijn Pad, zijn Weg bewandelen. Je moet zijn Pad volgen, je moet dàt leven leiden! Je moet zijn leer aanvaarden als onderrichtingen die slaan op jouw levensstijl. Hem enkel respecteren volstaat niet (vrede en zegeningen over hem). Het echte bewijs van liefde en achting voor hem is dat zijn instructies méér voor ons betekenen dan wat wij willen doen, snap je. Dus zegt hij: “Ik wou dat ik een levensstijl had aangenomen die liep aan de zijde van, in overeenstemming mer deze Boodschapper (vrede en zegeningen over hem).

En dan geeft hij zijn vrienden de schuld: “Ya waylata laytanie lam attakhith foelaanan khaliela” – “O mijn God, het allerergste is mij overkomen! Had ik toch maar niet die kerel als vriend genomen, je weet wel, die daar, hoe-heet-ie-ook-weer?” “Hoe-heet-ie-ook-weer”, dat is de vertaling van het Arabische “Foelaanan”, zeg maar “Wat is zijn gezicht? Wat is zijn naam?” Ik weet niet eens meer hoe hij heette, maar ik trok destijds voortdurend met hem op. We brachten veel tijd samen door. Hij is het die me zei dat Islam stom is: “Wie volgt dat nou? Waarom laat je je in met dat volk? Laat die mensen toch! Ze zijn dom, ze weten niet eens hoe ze van het leven moeten genieten. Godsdienst is voor idioten! Wees verstandig!”… En op de Dag des Oordeels kan je je zijn naam niet eens meer herinneren! Je weet niet eens meer hoe hij heette. Wanneer je de Boodschapper vermeldt: “ar Rassoel” – “dé Boodschapper”, alsof je wéét wie hij is. En wanneer je je vriend noemt met wie je zoveel tijd doorbracht, die de reden is waarom je de levenswijze van de Profeet niét hebt gekozen, dan kan je je zijn naam niet meer herinneren… Je noemt hem “Foelaan”, wat in oud-Engels wordt vertaald als “so and so” (*), “wie hij ook was” en wat ik heb vertaald als “hoe heet hij ook weer”. “Ik  wou dat ik hem niet als vriend had genomen!”

“Laqad adallanie ‘anie adhdhikri ba’da idh jaanie” – “Die kerel heeft mij doen afglijden en heeft me misleid, weg van de Vermaning, de Quran, nadat die tot mij was gekomen.” Dat betekent dat deze persoon wèrd blootgesteld aan de ware godsdienst. Ze waren zelfs Muslims, maar ze wilden er niet de levensstijl van volgen. Zelfs de vermaningen kwamen: ze kwamen langs andere goede vrienden, ze kwamen van een Khutbah die ze zo nu en dan bijwoonden. Maar ze gaven er niet om.

“Wa kaana ashShaytaanu li’l insaani khathoela” – En de duivel, de Sjaitaan, vooral als het om de mens gaat, is “khathoel”. In het Arabisch wordt “khathoel” gebruikt voor een vriend die zich gedraagt alsof hij je vriend is, tot het gepaste moment. Dan glipt hij weg. En jij blijft achter. Dat is wat Sjaitaan met jou zal doen: hij leidt je helemaal tot aan de Hel, en dan probeert-ie weg te lopen. “Khathoela”. En dit is hier de scène van de Dag des Oordeels, niet? Deze persoon heeft spijt omdat hij niet samen is met degenen die onderweg zijn naar het Paradijs, met de Profeet (vrede en zegeningen over hem).
Hij ziét de Profeet van ver. Nu geeft Allah de Profeet (vrede en zegeningen over hem) de kans om te spreken. En er staat dat hij zich omkeert naar deze mensen, die mensen die zo’n spijt hebben, die wensen dat ze naast hem zouden kunnen lopen. Dus zij zouden kunnen hopen dat de Profeet (vrede en zegeningen over hem) als hij zich omkeert iets zal zeggen dat hen zal redden. Want we weten dat de Profeet “shafa’a” kan doen, dat hij mag voorspreken.

Dus, wat gaat hij zeggen?! Dan zegt Allah: “Wa qala alRassoeloe: ya rabbie inna qauwmie ittakhathoe hadha’l Quraana mahjoera”. Hij zegt dat de Boodschapper zal zeggen: “Mijn Meester, deze natie van mij, deze groep van mij, dit deel van mijn volk…” Dat kan slaan op de Quraysh die niet in de Profeet (vrede en zegeningen over hem) geloofden, maar het beperkt zich niet tot hen! Ze kunnen ook leden van deze Ummah zijn! Ook dat is klassieke tafsier: leden van deze Ummah die niets gaven om het Boek van Allah, om Allah’s onderrichtingen, maar zichzelf toch Muslims noemden. Muslim van naam, door erfenis, weet je wel. Gewoon omdat het zo is doorgegeven met een Muslim naam. Over hen zegt Allah: “Dit zijn de mensen die de Quran namen…” HADHA ‘l Quran, DEZE Quran. Hij zegt niet eens “die” Quran, maar DEZE Quran, omdat de Quran nabij is, hij is toegankelijk. Het is niet alsof je grote hindernissen moet overwinnen om erbij te komen. En Hij zegt: “Ze namen hem en ze lieten hem in  de steek, ze verlieten hem.” Beeld je nu de mensen in tegen wie Allah’s Boodschapper hier getuigt. Hij getuigt over hen dat ze de Quran niet ernstig konden nemen.

Jij en ik moeten de Quran ernstig nemen.

Ik weet dat we worden geacht boodschappen van hoop te verspreiden, en van optimisme, maar we moeten ook eerlijk zijn tegenover elkaar. Deze aangelegenheid… Dit is een zaak van verlossing! Jij en ik, of we het nu aanvaarden of niet, of we een leven leiden dat gebaseerd is op de eigenlijke realiteit en hoe alles zal verlopen op de Dag des Oordeels…

Het maakt niet uit of we het ons aantrekken of niet,
de Dag des Oordeels komt er toch aan.

Of je erin gelooft of niet, het komt er toch aan.
Of je vast in deze Ramadan of niet, het komt er toch aan.
Of je bidt of niet, het komt er toch aan.
Of je Allah gehoorzaamt in alles wat je doet
of niet, het komt er toch aan…

Je kan er niet aan ontsnappen. Je wil erover nadenken of je wil er niet over nadenken? Dat verandert niets aan de realiteit. Het komt er nog altijd aan. En wij zullen er nog altijd moeten staan. Het enige wat we op dit moment hebben is Allah’s Boek en mekaar om er elkaar aan te herinneren. En de grote nalatenschap van onze Profeet (vrede en zegeningen over hem) om mekaar te vermanen en te zeggen:

“Laten we onze zaken op orde stellen!
We willen niet aan de verkeerde
kant belanden op die Dag! 

Moge Allah ons laten horen tot degenen die een Pad hebben gevolgd aan de zijde van de Boodschapper (vrede en zegeningen over hem) in DIT leven, zodat we op de Dag des Oordeels samen mèt hem het Paradijs kunnen binnengaan!

(*) wordt ook wel eens in Nederlandse vertalingen overgenomen als “die en die”

.

bron: http://www.youtube.com/watch?v=T_DMb8o32c8

Het youtube-kanaal van Quran Weekly: http://www.youtube.com/user/QuranWeekly

.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Ramadan en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.