Pareltjes van de Quran : Juz 26

“Voorwaar, Wij hebben jou gezonden
als een getuige en een verkondiger
en een waarschuwer. Opdat jullie
in Allah en Zijn Boodschapper zullen geloven
en jullie hem helpen en hem eren
en Zijn Lof prijzen,
‘s ochtends en ‘s avonds.

Een overweging door Nouman Ali Khan
bij Juz 26, Surah 48, Ayah 8-9

We zitten aan de 26° Juz. Dit is spannend, we naderen het einde alhamdoli Allah en de Ayah voor vandaag hoort toe aan Surat al Fath. Surat ul Fath is de 48° Surah van de Quran. Dit is de 8° èn 9° Ayah van de Surah.

Iets wat ieder van jullie hoort te weten is dat Surah Muhammad (Surah 47), Surat ul Faht (Surah 48) en dan Surat ul Hujurat (Surah 49) alledrie samen een vrij omvattende cursus  vormen in de Quran  over  wat het betekent te geloven in de Profeet (vrede en zegeningen over hem) en wat het betekent om hem te respecteren en van hem te houden. Het is een cursus over onze relatie met de Profeet (vrede en zegeningen over hem), gebundeld op één plek en dat is 47-48-49.

Deze Ayah komt dus uit Surah 48 en gaat effectief over onze relatie met de Boodschapper. Om deze twee Ayaat goed te begrijpen, moet je het concept van Iltifaat begrijpen. “Iltifaat” betekent “overgang”. Stel je voor (en dat ik ook zo) dat ik in mijn lessen voor “The Dream program” (*) de broeders aan de ene kant heb en de zusters aan de andere. Ik kan dus zeggen: “Jullie! Doe dit en jullie, doe dat!” (telkens wijzend in een andere richting). Ik wijs naar twee entiteiten tegelijk. Of stel dat ik in een les ben. Iedereen is in de les en ik heb een T.A. (**). En ik zeg: “Jullie beginnen alvast en jij, hou ze in de gaten!”. Ik richt me dus tegelijk tot twee entiteiten en de ene is you in het enkelvoud (mijn T.A. is een enkele “jij”) en alle anderen vormen een you in het meervoud.

(nota van Mariam: in het Engels slaat “you” zowel op enkelvoud als meervoud – Nederlands heeft dat probleem niet. We zeggen jij en jullie – tenzij we heel beleefd “U” zeggen – maar je snapt hopelijk wel wat broeder Nouman hier bedoelt!)

Je moet dus begrijpen dat in deze twee Ayaat Allah in de eerste de Profeet (vrede en zegeningen over hem)  met you  aansprak, en in de tweede Ayah sprak Hij ieder van ons aan met you. Het is alsof Allah van boven neerkijkt en tegen de Profeet zegt: “Jij, doe dit” en “Jullie doen dat”. Maar het is en blijft één gesprek. Allah is de spreker die zich richt op zowel de Profeet (vrede en zegeningen over hem) en dan op ons in één beweging.

Hij zegt dus: “Inna arsalnaka shahidan wa mubashshiran wa nathieran” – “Zonder enige twijfel: Wij hebben jou gezonden als een getuige”. Hij zegt dat tegen de Profeet (vrede en zegeningen over hem): “Wij hebben jou gezonden als een getuige!” Dat is het beangstigende deel want als hij een getuige is, zal hij getuigenis afleggen. En hij zal getuigen over ieder die daar was!
Dat maakt de Sahaba doodsbang. Dus geeft Allah hen opnieuw hoop: “wa mubashshiran” – “en We hebben je gezonden als een brenger van goed nieuws!” Nu voelen ze zich weer aangemoedigd. “Wa nathieran” – “en We hebben je gezonden als een waarschuwer!”


De Rasoel (vrede en zegeningen over hem)
krijgt dus drie titels:
We hebben je gezonden als een getuige (1),
We hebben je gezonden als
een drager van goed nieuws (2)
en We hebben je gezonden
als een waarschuwer (3). 

En nu richt  Hij zich tot de Muslims. Tot op vandaag. Het slaat ook op ons: “Lituminoe bi Allaahi wa Rasoelihi”. Ik heb jou, Mohammad (vrede en zegeningen over hem), als een getuige, als brenger van goed nieuws en als een waarschuwer gezonden opdat jullie (wijst naar de camera, naar ons!) kunnen geloven in Allah en Zijn Boodschapper (vrede en zegeningen over hem)! Het is alsof Allah ons hier gebiedt hem te respecteren! Eerst sprak Hij met hem en dan zei Hij: “Zien jullie wat ik net met hem heb gedaan?


Zien jullie dat Ik hem zonet heb gezonden
als een Boodschapper naar jullie?!
Opdat jullie kunnen geloven
in Allah en Zijn Boodschapper!”

“Wa tu’azziroehoe” – wat een mooi woord! Wat een prachtig woord! Dus “jullie (moeten) hem eren, hem helpen, vanuit een overweldigend gevoel van respect voor hem.” Heb je ooit gezien – we zien dat niet vaak meer – dat een student komt aansnellen om de tas van de leraar te nemen. “Laat mij dat voor u dragen, mijnheer!” en hij neemt ze op. Of er komt een oude man in de moskee en hij trekt zijn schoenen uit: “Laat ons ze voor u op het rek zetten! Laat ons dat voor u doen!” Of je pa staat op het punt de bagage in de wagen te laden… “Pa, draag dat niet! Ik zal het wel voor je dragen!” Zo’n enorm gevoel van respect dat je iemand helpt, niet omdat ze hulp NODIG hebben maar omdat je het niet zou kunnen verdragen dat ZIJ iets moeten doen als JIJ er bent! Uit eerbied voor hen! Dat is “ta’azier”. Allah zegt: “Jij kan maar beter deze emotie voelen tegenover Mijn Boodschapper” (vrede en zegeningen over hem).


Zo’n verpletterend gevoel van respect
dat je stuwt om hem te helpen!

Maar hoe kunnen wij hem helpen?!
Hij is er niet meer!

Hij (vrede en zegeningen over hem) bevindt zich niet meer onder ons, dus hoe worden we dan geacht hem te helpen? Allah zal ons dat leren. De Du’a die de Profeet (vrede en zegeningen over hem) verrichtte – en die hij ons aanleerde: “Allahumma ansoer man nassara diena muhammadin” (salallaahu aleihi wassalam) – “O Allah help eenieder die de Dien van Muhammad helpt.” In Surat as Saff (61:14) zegt Allah ons: “man ansaari ila Allah” – “Wie gaat me helpen naar Allah?”, zei Isa. “Nahnu ansaaru Allaahi”, zeiden de Hawaariyoen.

Door de Dien van de Boodschapper te helpen, eren we werkelijk hèm. Stel je voor: telkens je iets doet voor Allah’s Dien…  Je denkt er niet alleen aan dat het je intentie is om Allah te behagen, azza wadjal, maar een onderdeel van een gewettigde intentie is ook dat je, vanwege dat overweldigende gevoel van respect en grootsheid voor Zijn Boodschapper (vrede en zegeningen over hem), je haast te doen wat je hoort te doen voor deze Dien: tu’azziroehoe.

Dan voegt Hij daaraan toe: “wa tuwaqqiroehoe”. Wist je dat “wiqr” betekent “last”? “Tuwaqqiroehoe” betekent dat je begrijpt dat hij een grootse persoonlijkheid is… Dat, als er over hem (vrede en zegeningen over hem) wordt gesproken, er een grootsheid is, een ernst, een gewichtigheid … Het is een belangrijke zaak! Het is niet een lichte persoon waarover wordt gesproken, niet een gewoon iemand waar het over gaat… Je gezicht, je emoties, je gedrag… dat alles verandert gewoon onmiddellijk wanneer je zijn naam hoort (vrede en zegeningen over hem): wa tuwaqqiroehoe. Je kan meer beter dàt doen!

Allah spreekt hier nog altijd tot Muslims!

We hebben jou, O Muhammad, gezonden met dit dit en dit (een getuige zijn, goed nieuws te brengen, een waarschuwer te zijn) zodat JULLIE, Muslims, hem dan maar beter ook eren! Eer hem en help hem vanuit dat motief van eerbied. En je kan maar beter een “big deal” maken van zijn naam (belangrijk vinden), van het vernoemen ervan. Je kan het maar beter tot iets belangrijks maken dat je hem respecteert, dat je ernstig bent als zijn naam wordt genoemd. Het mag geen kleinigheid voor je zijn.

“Wa tusabbihoehoe boekrata waasiela” – “EN je moet de perfectie van Allah verkondigen, dag en nacht!”  Subhaan Allah! Allah zegt: “Je kan maar beter geloven in Allah en Zijn Boodschapper. Dat is hoe de Ayah begon: “Ik heb hèm gezonden opdat jullie kunnen geloven in Allah en kunnen geloven in Zijn Boodschapper.” Daarna schakelde de Ayah om. Want het eerste wat werd vermeld in de Ayah was Allah, het tweede was de Boodschapper. Daarna wisselde de Ayah en begon te vertellen over de Boodschapper (vrede en zegeningen over hem): tu’azziroehoe wa tuwaqqiroehoe en dàn kwam de Ayah terug op Allah en eindigt weer met Allah: Wa tusabbihoehoe boekrata waasiela.

Dus je verkondigt Allah’s volmaaktheid
dag en nacht. Dag en nacht!

Nu…  wat betekent het dat dit hier aan het einde staat?

Deze waw (letter) kon een waw bayyaniyah zijn (grammatische term). Het is DOOR het tonen van respect en achting en ernst voor de relatie die je hebt met de Rasoel (vrede en zegeningen over hem) en door hem de eer en status te geven die hij verdient,…

Dat is een uitdrukking van je inzicht in wat het betekent om “tasbieh” van Allah te verrichten, om Allah’s volmaaktheid te verkondigen. Onderdeel van de tasbieh van Allah! Je kan dat pas bereiken als je respect betuigt voor Zijn Boodschapper (vrede en zegeningen over hem).

Als je Zijn Boodschapper niet respecteert
zal je niet in staat zijn
respect te hebben voor Allah.

Je zal niet in staat zijn Allah’s perfectie te verkondigen. Je zal niet weten wat dat betekent. Subhaan Allah en ik weet dat dit effectief klopt. Hoe meer ik omga met mensen van een ander geloof… Hun relatie met Allah is zo vreemd! Ze zeggen dingen over Allah die je je niet eens kan inbeelden als  Muslim! Je bent gewoon van streek als je dat hoort: “Hoe kan je zo over Allah praten?! Hoe kan je over God spreken op zo’n manier?!” En dan merk je de relatie die ze met hun Profeten hebben… “O, daar komt dat van! Jullie zijn niet in staat tasbieh voor Allah te hebben omdat jullie geen ta’asier en tawqier (zie boven) hebben voor jullie  Boodschappers!

Jullie voelen niet die eerbied en
gewichtigheid voor jullie Boodschappers
en dat verhindert dat jullie een goede
relatie met Allah hebben.
Dàt is wat we in deze Ayah leren!

Moge Allah ons maken tot degenen
die onze Boodschapper eerbiedigen,
vrede en zegeningen over hem,
en het grootste respect hebben
en een brandend verlangen
om zijn zaak te helpen
en om die zaak tot de onze te maken
vanuit dat gevoel van loyaliteit tegenover hem.

_______

(*) “The Dream Program” is een grondig programma waarbij studenten gedurende 9 maanden Arabisch leren – zowel begrijpend luisteren, als lezen en schrijven – in zowel het Klassiek Standaard Arabisch als het Modern Standaard Arabisch. Meer info : www.bayyinah.com/dream

(**) T.A. = Teacher’s Assistant – de leerling die de leerkracht helpt en soms “vervangt” voor toezicht.

.

Bron: http://www.quranweekly.com/juz-26-quranic-gems/

Het youtube-kanaal van Quran Weekly: http://www.youtube.com/user/QuranWeekly

.

Dit bericht werd geplaatst in Ramadan en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.