Pareltjes van de Quran : Juz 28

“En wie in Allah gelooft,
Hij zal diens hart leiden.

 

Een overweging door Nouman Ali Khan
bij Juz 28, Surah 64, Vers 11


“Er is niemand die een ramp overkomt,
of deze gebeurt met het verlof van Allah.
En wie in Allah gelooft, Hij zal diens hart leiden.
En Allah is Alwetend over alle zaken.

We bevinden ons nu in de 28° Juz en dat is een heel moeilijke Juz om er een Ayah uit te kiezen, maar ik heb er een gekozen uit Surah at Taghabun. Ik herinner me nog dat ik, toen mijn leraar Abdul Sami’a het hierover had, zat te wenen. De elfde Ayah van Surah at Taghabun – dat is Surah nummer 64, waar Allah zegt: “Ma asaaba min musiebatin” – “Geen enkel onheil (welke soort ook) treft jou ooit…”

“Musieba” is “onheil”. Maar in het Arabisch betekent “asaaba” ook “mikken.” Door dit woord te gebruiken leert Allah ons dat er je nooit iets overkomt dat niet ook effectief voor jou bedoeld was. Het was specifiek op jou gericht en dat onheil heeft zijn doel geraakt. Een “musieba” hoeft niet altijd iets slechts te zijn. Het is iets waarvan Allah wilde dat het jou overkwam. 

En Allah laat je weten: “illa bi idhni Allaah”. Het woord “Ma” aan het begin is eigenlijk een weerlegging. Denk dus nooit dat het iemand anders dàn Allah is geweest die jou aandoet wat je nu meemaakt. Het is altijd Allah geweest. Het was Allah’s toestemming die mogelijk heeft gemaakt dat jou overkomt wat je nu overkomt. Goed of  slecht. Het was Allah’s Wil, rechtstreeks.

Als je niet tevreden bent met Allah’s Wil – wat we “maa sha Allah” noemen (wat Allah ook wil/bepaalt)… “Radietoe bi ‘llaahi, radietoe bi mashiati ‘llaah”: “Ik ben tevreden met de Wil van Allah.” Wat het ook is dat Allah bepaalt.

Of ik nu als gevolg daarvan lijd,
ofwel er overgelukkig door ben,
ik ben tevreden met de Wil van Allah!

Dat is ècht aanvaarden dat ik een slaaf van Allah ben, dat Hij mijn Meester is. Allah zegt: “Er is niet één enkel onheil dat jou raakt, tenzij dat het gebeurt met de toelating van Allah. “Waman yumin bi Allaah” – “En al wie doorheen die tegenslag zijn geloof kan handhaven…” Dat is een voorwaardelijke stelling. Weet je waarom het in de voorwaardelijk vorm staat? Omdat mensen hun geloof verliezen wanneer onheil hen treft. Dat is  wanneer je God in vraag gaat stellen. Dat is wanneer je je gaat afvragen: “Waarom doet Allah me dit aan? Als Hij van me houdt, als Hij me heeft geschapen en voor mij wil zorgen… Wat voor een Rahmaan is Hij dat Hij mij zoiets aandoet?!” Als dat gebeurt, heb je geen geloof meer. Allah zegt: “Al wie zijn geloof kan handhaven tijdens tegenslag…”

“… yahdi qalbahu!” Er is één geschenk dat, als je dat hebt je niets anders meer nodig hebt in het leven. Allah zal dat geschenk aan die persoon geven: “yahdi qalbahu” – “Hij zal  zijn hart leiden”. Er is niets dat meer waard is dan dit in deze wereld, dan dat Allah iemand  garandeert dat Hij hem leidt. Er is niets, helemaal niets, dat meer waard is.

Ik weet niet of ik leiding heb. Jij weet niet of je leiding hebt. Maar Allah zegt ons het volgende: “Als jij tegenslag doorstaat en je handhaaft? je versterkt je geloof in Allah, dan zal Allah jou de gave van èchte Imaan, echt geloof in je hart schenken. Het zal niet gewoon iets zijn dat je uit met je tong.”

“Yahdi qalbahu”: Hij zal zijn hart leiden, Hij zal zijn emoties leiden, Hij zal zijn geheugen leiden… Allah zal je gids worden in alles wat je doet. Yahdi qalbahu! Allah heeft niet eens gezegd “YahdiHIE” – “Hij zal HEM leiden”. Hij zei: “yahdi QALBAhu”. Hij zal zijn HART leiden.

Elke hartslag zal vervuld zijn van Zijn Leiding!

Elke hartenklop zal Allah gedenken. Dat is zo geweldig, zo verbazend! Alles van deze wereld aan één kant, en de Leiding van Allah IN HET HART VAN DE GELOVIGE (aan de andere). Yahdi qalbahu! En waar voelt iemand de pijn van tegenslag en verdriet? In hun hart! Waar voel je dat? In je hart! En Allah zal het verwijderen uit hun hart…

Mijn leraar vertelde ons wel eens het verhaal van een echtpaar dat slechts één kind had. Ze kregen dat kind pas op latere leeftijd. Op de dag van zijn diploma-uitreiking van het middelbaar… Hij had een bromfiets en op weg naar huis kreeg hij een ongeluk en stierf. Een jongen van achttien. Het was ergens in Pakistan. Een jonge kerel! En hij stierf. Zomaar.
Dat joch was hun leven, hun vreugde, hun trots! En de dag waarop hij afstudeert, krijgen ze het nieuws dat hij er niet meer is! Ze vervielen in een enorme depressie.Toen kwam de vader uiteindelijk een paar weken later bij zijn vrouw en hij zegt haar: 

“Weet je, Allah heeft ons  een speeltje gegeven. En Hij heeft ons er achttien jaar lang mee laten spelen. Het was van Hèm. Het was niet van ons. En Hij heeft terug genomen wat van Hem was… En in plaats van dankbaar te zijn omdat Hij ons achttien jaar lang van ons leven heeft laten genieten, doen we zo. We zouden dankbaar moeten zijn.”

Dit is echt onheil en handhaving van je geloof!
Dat is “geloof bewaren”.

Als onheil je treft, krijg je het gevoel: “Allah is me iets verschuldigd!” Zoals: “Allah is mij een goede gezondheid verschuldigd, Allah is me mijn kinderen verschuldigd, Allah is me mijn vrouw verschuldigd, Allah is mij mijn geluk verschuldigd, Allah is me mijn jog verschuldigd…”

Allah is jou helemaal NIETS verschuldigd. 
Jij bent Allah ALLES verschuldigd. 

Ik bezit deze vingers niet. Ik bezit dit gezicht niet. Ik bezit niet één tand. Ze zijn niet van mij! Het zijn Allah’s geschenken en Hij mag ze wegnemen wanneer Hij dat wil.  En als Hij dat doet, herinnert dat je eraan dat het niet van jou is, dat het niet van mij is. Als Hij wat dan ook wegneemt… De mensen die niet echt geloven dat Allah alles bezit, dat zijn degenen die hun geloof verliezen en zeggen: “Dat was van MIJ! Waarom heeft Hij het mij afgepakt?!” Als dit geloof je hart binnendringt, dan pas zal je de Ayaat begrijpen die zeggen: “Allah bezit alles in de hemelen en op aarde.” Het is ZO gemakkelijk om het te zeggen, he? Zo gemakkelijk om te zeggen,  dat alles in de hemelen en op aarde aan Allah toebehoort. Wat betekent dat in de praktijk voor jou en mij?

Het houdt in dat ik NIETS bezit!
Ik bezit niet eens mezelf!

Weet  je, als afsluiter, wat het is
dat we tegen mekaar zeggen wanneer we sterven?
“Inna lillaahie wa inna ileihi raaj’oen”
“We behoren toe aan  Allah en tot Hem keren we weer!”
Als mijn hele WEZEN aan Allah toebehoort,
hoe kan het dan dat een DEEL van mij,
of een geschenk in dit leven,
dan aan MIJ behoort?!
Als ik nog niet eens mezelf bezit?!
Dit is de toepassing van Imaan.

Deze Surah, Surat ut Taghabut, is de Surah over de vruchten van Imaan. Wat zijn de punten die een mens zich eigen maakt wanneer hij echt, werkelijk Imaan in Allah heeft? Echt vertrouwen op Allah? Dat is waar deze Surah over gaat. Dat is waarom dit één van mijn favoriete Ayaat in deze Surah is: “Wa man yumin bi Allaahi, yahdi qalbahu”

Ik bid dat Allah ons aller harten leidt
en ik sluit af met het slot van de Ayah: 
“Wa Allaahu bikoellie shayin aliem”
“En Allah weet heel goed alles  wat er gebeurt!”

Allah weet wat je meemaakt.
Het is niet dat hij het niet weet.
Hij is het die deze situatie heeft geschapen.
Hij is degene die jou ermee op de proef stelt.

Moge Allah, azza wadjal,
je kracht geven in jouw moeilijke tijden
en moge Allah jou het vermogen schenken
om je Imaan te handhaven en te versterken,
temidden van die waanzinnig moeilijke beproevingen,
zodat JIJ het geschenk krijgt
dat niemand anders ter wereld heeft zoals JIJ het hebt.
En dat is het geschenk van Leiding in je hart!

.

bron: http://www.quranweekly.com/juz-28-quranic-gems/

Het youtube-kanaal van Quran Weekly: http://www.youtube.com/user/QuranWeekly

.

Dit bericht werd geplaatst in Ramadan en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.