Omgaan met handicap

Een persoon met een gebrek
heeft bij Allah een belangrijke plaats
en de beloning voor degene
die iemand met een gebrek helpt
is eveneens groot.

Spreker : Omar Suleiman.

Vaak vraag ik aan mensen over welk onderwerp, waar ze tot nu nog niets over hebben gehoord, ze graag zouden horen tijdens een khutbah (vrijdagspreek) of een halaqa (les, spreekbeurt). En altijd is er wel iemand die zegt: “Ik heb een autistisch kind, hoe ga ik daarmee om? Hoe zit het met mensen met een handicap? Wat te denken over de zorg voor mensen met een gebrek? Wat is de beloning daarvoor? Staat daarover iets in de Sunnah?” Of de vraag om erg achterhaalde culturele visies aan te pakken. Ik heb gehoord dat families die doof zijn, blind, mentaal niet helemaal in orde te horen krijgen: “Dat is wat Allah bedoelt. Dus je bent vervloekt!”. Dat is niet wat we geloven! 

We geloven dat dit beproevingen zijn van Allah (Subhaanahu wa ta’ala).

De Profeet (Salah Allaahu aleihi wa salaam) heeft ons verteld dat de gelovige niet wordt geraakt door een vorm van stress, door een vorm van angst, door eender welke vorm van ziekte – zelfs niet door een prikje van een doorn – zonder dat Allah (Subhaanahu wa ta’ala) iets wegneemt van zijn zonden.  Het is duidelijk een middel om iemand te verheffen. Het is een manier waarop iemand door Allah (Subhaanahu wa ta’ala) wordt gezuiverd.

Hoe ging de Profeet (Salah Allaahu aleihi wa salaam) met die situaties om?

Wel, we kunnen overal in de Quran voorbeelden vinden van mensen voor wie werd gezorgd. Ayyub (Profeet Job), bijvoorbeeld. De Profeet Ayyub (vrede zij met hem) was meer dan tien jaar lang bedlegerig en Allah (Subhaanahu wa ta’ala) prees de manier waarop zijn vrouw voor hem zorgde, hoe ze hem diende en verpleegde doorheen al die jaren dat hij door die ziekte op de proef werd gesteld.

Ten tijde van de Profeet (Salah Allaahu aleihi wa salaam) stellen we vast dat er blinde Sahaba waren. De andere Muadhin – niet Bilal (moge Allah tevreden zijn over hem) – Abdullah ibn Umm Maktum (moge Allah tevreden zijn over hem) was blind. De Profeet (Salah Allaahu aleihi wa salaam) deed alles wat hij kon om ervoor te zorgen dat hij zich op elke mogelijke manier een lid van de Ummah voelde, dat hij zich niet als een buitenbeentje of onbehaaglijk zou voelen. Wanneer er een veldslag was – en uiteraard kon de man niet meevechten door zijn blindheid – liet de Profeet (Salah Allaahu aleihi wa salaam) hem daarom de vlag dragen.

Er is zelfs een beroemde Hadith waarin Abdullah ibn Umm Maktum aan de Profeet (Salah Allaahu aleihi wa salaam) vraagt of hij als blinde naar de Moskee moet komen, aangezien dat niet altijd gemakkelijk is. De Profeet (Salah Allaahu aleihi wa salaam) vroeg hem of hij de Adhan kon horen. De Profeet (Salah Allaahu aleihi wa salaam) riep hem dus terug en zei: “Als je de Adhan hoort, dan moet je die oproep beantwoorden.” Sommige Ulama (geleerden) stellen dat hij dat zei opdat hij zich niet uitgesloten zou voelen, opdat hij zich niet anders dan de anderen zou voelen. Hier wordt dus niet alleen een Hukm gevestigd, een regel uitgevaardigd dat je verplicht bent naar de moskee te komen als je de Adhan hoort. Het is eigenlijk een genade van de Profeet (Salah Allaahu aleihi wa salaam) dat Abdullah ibn Umm Maktum op elke mogelijke manier deel moet uitmaken van de Ummah, net als alle andere mensen.

We vinden ook het verhaal van een man met de naam Amr ibn al-Jamuh (moge Allah tevreden over hem zijn), een van de Ansaar van Medina. Hij was een oude man en hij hinkte heel erg. Wanneer hij zich aanmeldde voor de strijd, zei de Profeet (Salah Allaahu aleihi wa salaam): “Allah (Subhaanahu wa ta’ala) heeft het je gemakkelijk gemaakt. Hij heeft je verontschuldigd. Je hoeft niet mee.” En de man zei: “Ga je mij de beloning van Allah en van de Boodschapper van Allah (Salah Allaahu aleihi wa salaam) ontzeggen? En misschien gunt Allah het me wel dat ik een martelaar word?” Amr ibn al-Jamuh nam deel aan de strijd en hij werd een martelaar. En de Profeet (Salah Allaahu aleihi wa salaam) zei: “Ik heb Amr ibn al-Jamuh in Jennah zien rondwandelen zonder te hinken.” Eigenlijk liet hij daar verstaan dat Allah hem vanwege zijn toewijding de volledige controle over zijn lichaam had gegeven en hem had ontdaan van zijn handicap.

Rasoel Allah (Salah Allaahu aleihi wa salaam) stond er ook op om het de Sahaba die dergelijke gebreken hadden gemakkelijk te maken. Er is het voorbeeld van de Sahabi met de naam Arfaja. Zijn neus was tijdens een veldslag afgehakt. Je kan je wel voorstellen hoe hij er zonder neus uitzag. Deze overlevering komt uit de Sunnah Nasa’i. Hij maakte een neus van zilver. Maar dat zilver had een slechte geur. Hij kwam bij de Profeet (Salah Allaahu aleihi wa salaam) en bekloeg zich over zijn zilveren neus en vroeg aan Rasoel Allah (Salah Allaahu aleihi wa salaam): “Zou ik in de plaats ervan een gouden neus kunnen krijgen?” De Profeet (Salah Allaahu aleihi wa salaam) zei: “Ja, natuurlijk.”

Rasoel Allah (Salah Allaahu aleihi wa salaam) zorgde dus voor die gezellen en er waren veel metgezellen die later in hun leven problemen kregen. Hassan ibn Thabit werd blind. Zo vinden we veel gezellen. Abdullah ibn Abbas (moge Allah tevreden zijn over hem). En de gemeenschap zorgde voor hen. Er school zelfs een zekere vorm van wedijver in de zorg voor de gehandicapten, en dan vooral voor degenen die in de minder toegankelijke delen van Medina leefden. De metgezellen probeerden erheen te gaan, deze mensen te dienen en voor hen te zorgen.

We gaan nu nog een stap verder.
Dit is waar ik eigenlijk mijn punt wil maken.
Wanneer we het hebben over de beloning
om voor deze mensen te zorgen…

Ten eerste: als je kijkt naar alle Ahadith waarin de Profeet (Salah Allaahu aleihi wa salaam) het heeft over de beloning voor een bezoek aan of de zorg voor de zieken, dat is fenomenaal! 70.000 engelen vergezellen je op de weg heen en terug voor dat ziekenbezoek!

De Profeet (Salah Allaahu aleihi wa salaam) heeft verteld dat op de Dag des Oordeels Allah (suhbaananhu wa ta’ala) tegen iemand zal zeggen: “O die en die! Ik was ziek en je hebt me niet bezocht.” En die persoon zal zeggen: “Yaa Allah, hoe kon ik U bezoeken? Hoe kan het dat U ziek zou zijn? Hoe had ik U kunnen bezoeken?” Allah (Subhaanahu wa ta’ala) zal zeggen: “Wist je dan niet dat die en die ziek was? Was je hem gaan bezoeken, dan had je Mij bij hem aangetroffen.”

Allah (Subhaanahu wa ta’ala) heeft effenaf gezegd
dat Hij bij de zieke aanwezig is!

De Hadith is langer dan dat en heeft het over verschillende mensen met verschillende noden. Maar precies bij de zieke zegt Hij: “Je zou Me bij hem hebben aangetroffen.” Subhaan Allah, door hem te gaan bezoeken! De Profeet (Salah Allaahu aleihi wa salaam) heeft dit gebruik aangemoedigd en het is iets wat zwaar wordt beloond.

Als je iemand in je familie hebt die gehandicapt is, of je kent een gehandicapte, dan schuilt er beloning in een bezoek aan die persoon, er schuilt in een beloning in de zorg voor die persoon. Al helemaal wanneer die persoon bij jou thuis leeft.

Stel dat je zo een kind hebt… Beeld je dit in!
Je wordt beloond voor elke dag!
Allah (Subhaanahu wa ta’ala) is bij die persoon aanwezig.

Denk je dat Allah (Subhaanahu wa ta’ala) je offers dan niet ziet? Als Allah de offers looft van ouders die geen autistisch kind hebben of kinderen met andere gebreken, wat denk je dan zelf dat Hij over de ouders van een autistisch kind denkt? En Allah weet heel goed welke offers je brengt. Denk je dan niet dat Allah (Subhaanahu wa ta’ala) dat allemaal ziet en je ervoor zal belonen?!

Je moet begrijpen dat dit in het bijzonder geldt voor wie iemand heeft met een zo mogelijk nog erger gebrek, iemand “voor wie de pen is opgeheven”: ze zijn niet eens meer aansprakelijk voor hun daden. Allah (Subhaanahu wa ta’ala) heeft je een persoon uit Jennah gegeven om voor te zorgen! Je hebt iemand uit Jennah, zonder zonden, onder je hoede. Zou je dan niet net heel graag voor die persoon zorgen, zodat die op de Dag des Oordeels misschien zelfs voor je kan pleiten? Dat hij kan zeggen: “Mijn mama heeft voor me gezorgd toen niemand anders naar me omkeek en ik niet eens in staat was haar iets terug te geven. Mijn moeder, mijn vader, mijn broer of zus, die bepaalde persoon verzorgde me, hield van me en leefde met me mee.”

Je hebt een mens uit Jennah onder je hoede!
Wat wil je nog meer van dit leven
dan dat je mag zorg dragen voor een persoon uit Jennah
die bij het Laatste Oordeel voor jou kan tussenkomen?

Het is echter zeker zo dat we als gemeenschap onze houding in verband hiermee moeten aanpassen, insha Allah, dat we initiatieven moeten opzetten in verband met de zorg voor gehandicapten en dat we ten strijde moeten trekken tegen sommige erg, heel erg, ongevoelige en domme noties en stigmata waarmee verschillende culturen een gehandicapte en zijn omgeving belasten.

We vragen Allah (Subhaanahu wa ta’ala) dat Hij ons zegent met een open hart dat begaan is met de zorg voor mensen in nood. En we vragen Allah (Subhaanahu wa ta’ala) om ons op de Dag des Oordeels samen te brengen met degenen die Hem nabij zijn en van wie Hij houdt, zodat we bij hen horen.

Allahhumma Ameen. JazakAllahu Khayran,
Wa salamu alaikum wa rahmatullah wa barakatah.

Bron: http://www.quranweekly.com/loving-people-with-disabilities/

Subhaanahu wa ta’ala: de Verhevene, de Geprezene
Salah Allaahu aleihi wa salaam: zegeningen van Allah over hem, en vrede.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muslim zijn is... en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Omgaan met handicap

  1. Pingback: Beproevingen en tegenslagen | Vrouwen in de Islam

Reacties zijn gesloten.