De zonsverduistering – hoe bidden?

  1. De zonsverduistering en zijn (vzzmh) alarm

Allah’s Boodschapper (vzzmh) ging rijden op de morgen van de dood van zijn zoon Ibrahiem (vzmh). Het was een uitzonderlijk warme dag en toen werd de zon verduisterd. Daarom keerde Allah’s Boodschapper (vzzmh) haastig terug van zijn uitstap – het was nog in de voormiddag. Hij ging langs de achterkant van zijn woning en kwam bevreesd (gealarmeerd) naar buiten. Hij had per vergissing de verkeerde mantel gegrepen voor hij de zijne vond en hij kwam naar buiten terwijl hij zijn mantel achter zich aan sleepte in de vrees dat het Uur was gekomen. Hij kwam naar de moskee, naar de plaats waar hij normaal stond om het gebed te leiden, en de mensen zegden: “Waarlijk de zon is verduisterd vanwege de dood van Ibrahiem.”
Daarom stuurde hij een omroeper uit die verkondigde: “As-Salaatu Jaami’ah! (gemeenschapsgebed!) en al snel doken de mensen op en vormden ze rijen achter hem. En (zijn) vrouwen kwamen uit de verblijven naar de moskee en de andere vrouwen verzamelden zich rond heM. Toen ging Allah’s Boodschapper (vzzmh) zijn gezellen voor in het gebed.

Featured image

  1. Het begin van het gebed
    (Salaat-ul-kusoof)

Hij (vzzmh) begon met de takbier en ook de mensen verrichtten de takbier. Daarop begon hij met de Faatiha van de Qur’an, waarna hij een lang stuk reciteerde – en dat deed hij luidop. Hij bleef lange tijd staan (ongeveer zo lang als de recitatie van Surah Baqarah), tot er werd gezegd: “Hij gaat geen Roekoe verrichten” en zijn gezellen begonnen te zwijmelen.

Asmaa heeft verteld:
“Ik kwam bij Aicha en trof er de mensen aan, staand. En zij was ook aan het bidden..Dus zei ik: ‘Wat is de reden voor dit gebed?’ en ze wees me met haar hoofd naar de hemel. Ik zei: ’Een teken?’  Zij zei: ‘Ja’. Dus maakte Allah’s Boodschapper het staande deel veel langer, zo lang dat ik bijna flauw viel. Daarom greep ik een waterkruik die naast me stond en begon water over mijn hoofd te gieten. Het staan duurde zo lang dat ik het gevoel kreeg dat ik moest gaan zitten. Toen wierp ik een blik op een vrouw die ouder was dan ik en ook op een vrouw die zieker was dan ik en ik bedacht: ‘Ik heb meer recht om geduld te oefenen met dit lange rechtstaan dan jullie’.”

  • De eerste Roekoe

Daarop ging hij (vzzmh) in Roekoe terwijl hij de takbier sprak, en hij maakte die Roekoe heel lang tot er werd gezegd: “Hij komt niet meer overeind uit die Roekoe”. De duur ervan leek op die van het staan.
Daarna kwam hij overeind uit de Roekoe en zei: “Sami’ Allaahu limah hamidah, Rabbanaa wa lakal hamd” en hij bleef zo staan. Hij knielde niet neer en opnieuw bleef hij heel lang staan – tot er werd gezegd: “hij gaat de buiging (Roekoe) niet verrichten. Het was minder lang dan de eerste keer en hij reciteerde een lang stuk, minder dan de eerste, maar lang. Zo lang dat iemand die was aangekomen nadat hij de Roekoe had verricht – en geen weet had van die eerste Roekoe – niet zou vermoeden dat hij al een Roekoe verricht had, omdat het staan zo lang duurde.

  • De tweede Roekoe

Daarna verrichtte hij de Roekoe terwijl hij de takbier uitsprak en hij maakte die Roekoe heel lang, tot er werd gezegd: “hij komt niet meer overeind.” Maar het was wel korter dan de eerste Roekoe.  Daarna kwam hij overeind en zei: “Sami’ Allaahu liiman hamidah, Rabbanaa wa lakal hamd” en hij maakte het staan erg lang, zodat er werd gezegd: “hij gaat niet knielen”. Hij hief zijn handen en verrichtte de tasbieh, dan de tahmied, en de tahliel en hij verrichtte de takbier en aanriep Hem.

  • De eerste Soedjoed

Daarop verrichtte hij (vzzmh) de takbier en knielde langdurig, zoals zijn Roekoe, tot men ging zeggen: “Hij komt niet meer overeind.” En Aicha zei: “Nooit heb ik een Roekoe of een knieling verrricht die langer duurde dan dit. Nooit.” Daarna sprak hij de takbier, richtte zijn hoofd op en ging dan zitten. En hij liet het zitten lang duren, tot er werd gezegd: “Hij gaat niet meer knielen”

  • De tweede Soedjoed

Dan zei hij de takbier en knielde (opnieuw), en hij maakte de knieling lang – maar korter dan de eerste knieling.

  • De tweede Rak’aat

Daarop zei hij de takbier en stond op en hij bleef lange tijd staan – maar minder lang dan de eerste keer voor de eerste Roekoe. En hij reciteerde een lang stuk, maar korter dan de recitatie toe hij de tweede keer rechtstond.

  • De eerste Roekoe

Daarop zei hij de takbier en ging in Roekoe, en hij liet de Roekoe lang duren, maar minder lang dan de eerste. Daarna zei hij de takbier en hief zijn hoofd weer op en zei: “Sami’ Allaahu liman hamidah, Rabbanaa wa lakal hamd.” En maakte het staan lang, maar korter dan de eerste keer – en hij verrichtte een lange lezing, maar korter dan de eerste.

  • De tweede Roekoe

Daarop richtte hij zijn hoofd op en zei: “Sami’ Allaahu liman hamidah, Rabbanaa wa lakal hamd”” en maakte het staan nog langer, tot er werd gezegd: “Hij gaat niet meer knielen.” Hij stapte achteruit en alle rijen achter hem bewogen eveneens achteruit, tot ze de vrouwen bereikten. Daarna ging hij weer vooruit en de rangen gingen mee voorwaarts tot hij terug stond waar hij eerst had gestaan.

  • De eerste en tweede soedjoed

Hierna knielde hij, en dat deed hij zoals in de eerste rak’aat, maar dan korter. En hij begon te wenen aan het einde van deze knieling en hij ademde zwaar en zei: “O Heer, had U niet beloofd dat U hen niet zou straffen terwijl ik nog bij hen ben? O Heer, had U niet beloofd dat U hen niet zou straffen terwijl ze om vergiffenis vragen? En wij vragen U om vergiffenis.”

  • De tasliem

Toen verrichtte hij tashahoed en daarom de tasliem en de zon was weer tevoorschijn gekomen en hij had vier rak’aat verricht met vier knielingen.

  1. De khutbah op de Minbar

Toen hij dan klaar was, beklom hij de Minbar en sprak tot het volk. Hij verheerlijkte Allah, loofde en prees Hem, en zei: “Wat het volgende aangaat: O mijn volk, in de tijden van de onwetendheid beweerden de mensen inderdaad: ‘Waarlijk, de zon en de maan worden enkel verduisterd bij de dood van een groot mens.’
Maar zij zijn veeleer twee grootse tekenen onder de tekenen van Allah. Zij worden niet verduisterd vanwege iemands overlijden en ook niet omwille van zijn leven maar Allah wekt er vrees mee onder Zijn slaven. Dus als je zo iets ziet, wend je dan tot Dhikr van Hem (Hem gedenken) en tot Zijn Du’a (smeekbeden) en tot Zijn istighfaar (vraag vergiffenis) en tot sadaqah (aalmoezen) en het bevrijden van slaven en gebeden in de moskeeën tot het wegtrekt.

(vervolg en bronnen op http://www.salafipublications.com/sps/downloads/pdf/IBD040004.pdf)

PS: Vergeef mogelijke fouten door “haast en spoed” om dit nog gepubliceerd te krijgen!

Dit bericht werd geplaatst in Sprokkels en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.