Wat doen we fout? (2 van 4)

Een eerste fout was ons gebrek aan wijsheid wanneer we iemand uitnodigen tot de Islam.  Allah gebruikt een fijne nuance: “Nodig uit tot het Pad van je Heer” laat ruimte voor groei. Het volstaat dat je start.

2/ We geven de indruk dat je ZO veel kennis nodig hebt!

We geven de indruk dat je zoveel kennis nodig hebt, dat je zoveel Fiqh nodig hebt en zoveel Aqidah en zoveel Islamgeschiedenis, zoveel Arabisch, zoveel Tafsir, en zoveel over zoveel zaken. En je moet zoveel geleerden kennen met al hun boeken en namen. En dan moet je nog eens al die duizenden Youtube-filmpjes bekijken ook, en nota’s nemen, en dan maak je uiteindelijk MISSCHIEN een kans op Jennah. En wat gebeurt er dan met die mensen? Ze geraken geïntimideerd, mens!

“Er is zoveel dat ik moet leren!
Ik weet daar niets van af,
maar ik ben niet goed genoeg
zolang ik niet àlles heb geleerd!”

Dan vraag ik je, denk hier eens over na. Dit is een van de allermooiste verhalen uit de Quran, dat van de jongemannen in de grot. Kennen jullie het verhaal?

De jongelui die Allah beschrijft leefden in een tijdperk na Isa (Jezus, vrede zij met hem), voor de komst van de Profeet (vrede en zegeningen over hem). Afgaand op de beste historische verslagen werden ze in hun grot ontdekt ongeveer 100 à 120 jaar voor de geboorte van de Profeet (vrede en zegeningen over hem). Dit was dus kort voor de tijd van de Profeet (vrede en zegeningen over hem).

Die jongemannen leefden in een tijdperk waarin er geen profeten waren en ze woonden in een dorp of stad waar zij de enige moslims waren. Alle anderen waren mushrikien. Deze jongeren zijn geen geleerden, ze hebben geen Sheikh die hen les geeft, ze hebben over geen enkel onderwerp idjaaza (diploma) – niets! Ze weten alleen maar dat ze niemand anders mogen aanbidden dan Allah. Meer weten ze niet. Ze beschikken over geen andere ilm dan dat! Dit is het enige wat ze weten en kijk… Sinds het begin van onze geschiedenis tot op de dag van vandaag zien we dat de de ulamaa, de geleerden van de Islam, hun leven lang het leven van jongemannen bestuderen – en erover schrijven – die niets anders wisten dan “Laa illaaha illa Allah”.

Die jongelui van de Grot,
die qua kennis onbeduidend zijn,
zijn helden voor de ulamaa van de Islam.

Oude mannen met grijze baarden hebben hun hele leven doorgebracht in de Islamitische bibliotheek. Die oude mannen bestuderen deze tieners! Denk daar eens over na… WIJ zijn het die alles zo ingewikkeld hebben gemaakt! WIJ zijn het die teveel van de mensen verwachten! We moeten snappen dat de eerste èchte vereiste is dat de mensen erkennen wie hun Rabb (meester) is. Meer niet. Dan begint hun tocht. Als je graag veel kennis wil opdoen, wijst dat erop dat je je al wat verder op het pad bevindt. En iemand die minder gemakkelijk iets bijleert – dat geeft niet, ze komen gewoon een beetje achter op het pad van kennis maar kunnen dan weer vèr voor jou uit lopen op het pad van oprechtheid. Iemand kan heel veel Arabisch kennen en daardoor arrogant zijn. En iemand anders snapt geen snars van het Arabisch… Wanneer hij de Fatiha reciteert: “elheimdoelileihie wraabieleileimien” (grappig uitgesproken Amerikaans accent)… En toch is zijn Fatiha waardevoller voor Allah dan die van de beste Qari! Dat kan gebeuren.

Vandaag sprak iemand me aan: “Broeder, ik heb een beetje last van stotteren. Telkens ik de Faatiha reciteer, heb ik een probleem met bepaalde letters. Wordt mijn Salaah nog wel aanvaard?” En ik zei hem: “Luister, jongeman. De Profeet (vrede en zegeningen over hem) hield van Bilal’s adhaan en Bilal kon de letter shien niet eens uitspreken! Hij zei telkens “Ass hadu Alllah illaaha illa Alllah…” en dat is iets waar de Boodschapper graag naar luisterde!”
Als er vandaag iemand in een moskee de microfoon zou grijpen en “Ass hadu Alllah illaaha illa Alllah” zou zeggen… “Haal die kerel daar weg, zeg! De adhaan werd niet aanvaard! We moeten de hele Salaah overdoen. Wie weet tot welke sekte die behoort.” We draaien door!

Nochtans nodigde de Rasoel van Allah (vrede en zegeningen over hem) Bilal (moge Allah tevreden zijn over hem) liefdevol uit, mèt zijn gebrekkige uitspraak! En hoe hard kunnen wij zijn voor mensen die geen perfecte Tajwied hebben: “Hoe wil je in Jennah geraken?! Je doet de ghunna niet eens goed! Je weet niets van qalqallah!” Dat is wat WIJ hebben gedaan, alsof Allah ons over die zaken meer gaat ondervragen dan over andere.

We hebben het pad moeilijk gemaakt doordat
we de nadruk teveel hebben gelegd op perfectie.

Natùùrlijk is Tajwied belangrijk. Maar weet je, als je hier dwangmatig obsessief in wordt – “bissmillah – nee bismillah… bissmillah, neeneenee bismillah!” en je houdt dat zo negen maanden vol, en dan: “Ik denk dat ik nu wel bismillah juist kan uitspreken” – dan heb je een probleem! Je obsedeert over iets waar de Sahaba niet zoveel tijd aan besteedden! Zij pakten de mensen niet hard aan!

Weet je, toen de Islam zich verspreidde en al die verschillende Arabische stammen de Islam aannamen? Het grootste deel van de Quran werd geopenbaard in het dialect van de Quraish en er waren Arabieren met een totaal ander accent. Er is een verhaal van een Sahabi die een nieuwe moslim de Quran aanleert en ze komen aan een Ayah waar “al mushrikien” in voorkomt. Hij laat de man dit voordragen en die zegt “al musrikien” – “al mushrikien!” “al musrikien” – “al mushrikien!” “al musrikien”… En de Sahabi zei: “Onthoud jij maar gewoon ‘al fudjaar’.” Ze namen het niet zo zwaar met de mensen.

Wij pakken de mensen hard aan,
maar onze erfenis is dat we barmhartig zijn
met de mensen en al helemaal met
mensen die de Islam aannemen.
We zetten ze zo zwaar onder druk dat ze uiteindelijk
de Dien gewoon opgeven, zeg! Ze vertrekken!
Ze willen er niets meer mee te maken hebben!

Dat is de tweede manier waarop we onze godsdienst moeilijk maken.
Nu de derde manier waarop we voor de mensen de deur naar Jennah dicht slaan…

(wordt vervolgd)
Link:
https://www.youtube.com/watch?v=90jLQCcz-Dc

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muslim zijn is... en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.