Wat doen we fout? (4 van 4)

Een eerste fout was ons gebrek aan wijsheid wanneer we iemand uitnodigen tot de Islam.  Allah gebruikt een fijne nuance: “Nodig uit tot het Pad van je Heer” laat ruimte voor groei. Het volstaat dat je start!
Een tweede vergissing is dat we teveel van mensen verlangen. We zetten ze zo zwaar onder druk dat ze uiteindelijk de Dien gewoon opgeven… Dat kan toch niet de bedoeling zijn!
Daar kwam dan bij dat we zo gemakkelijk de indruk geven dat bijna niemand naar Jennah gaat, dat je meer kans maakt op Jahannam dan Jennah…

Ik wil het nog over twee zaken hebben
waarvan ik vind dat moslims ze moeten horen
omdat het niet duidelijk genoeg wordt gezegd.

1/ Ten eerste:
“Wa la taqulu lima tasifu alsinatukumu ‘lkathiba
hatha halaalun wa hatha haraamun” (Quran 16:116)
“Verzin niet zelf iets. Gebruik niet zomaar lukraak de woorden halal en haraam!”
En wat doen wij? Kinderen gaan naar een islamitische school en een van hen eet kauwgum… “Geen kauwgum eten! Dat is haraam!” Een ander speelt videospelletjes… “Videospelletjes zijn haraam!” en nog, en nog… Wat je ook doet, het eerste dat uit zo’n kindermond komt is wat? “Haraam! Haraam! Haraam” En je moeten weten dat die kinderen dat niet zelf hebben bedacht. Dat hebben ze van hun ouders, van een cultuur waarin we zo graag nonchalant het woord “haraam” gebruiken voor alles en nog wat.

Trouwens, de Fuqahaa van de Islam,
die véél meer weten dan jij en ik,
zullen duizend keer nadenken
vooraleer ze iets haraam noemen!

En tegenwoordig gaat dat zo gemakkelijk: “Pief poef paf! Haraam haraam haraam!” Het gaat zover tegenwoordig dat alles haraam is tot bewezen is dat het halal is. “Waarom lach je in de masdjid? Dat is haraam! Waarom sta je zo? Dat is haraam!” O God! Weet je wat er gebeurt wanneer we dit doen? Je neemt iets wat Allah de mensen NIET heeft opgelegd maar waar JIJ ze mee wil belasten. JOUW versie van wat haraam is, JOUW versie van wat halal is – en die niet op het minste beetje grondige kennis steunt, waarover je niet eens met een fatsoenlijke Faqieh hebt gepraat. Jouw “onderzoek” heb je gedaan op Google! En je hebt niet eens alle zoekresultaten bekeken! Je hebt het artikel zelfs niet helemaal gelezen. Je raakte niet verder dan de eerste zin. Je kent de auteur niet eens! “Er staat ‘Sheikh’ dus het zal wel kloppen.” Je hebt geen idee!

Op een keer vertelde een van mijn leraars over een groep waar hij Hadithles aan had gegeven. Een van die studenten in die groep deed niets liever dan voor alles en nog wat daliel vragen. De Sheikh vertelde de studenten dat sommige zaken die mensen haraam noemen volgens de Fuqahaa helemaal niet haraam zijn. En die student, een jongeman, ging “amr bil maruf wa nahi anil munkar” doen tegenover een Sheikh en vroeg: “Waar is de daliel? Wat is het bewijs?” De Sheikh ging zitten en somde een hele resem namen op, zo’n twintig, en toen vroeg hij aan die student: “Ben je nu tevreden?” en die zei: “Ja.” De Sheikh antwoordde: “Jij aap! Ik heb net de namen van alle leerlingen in de klas opgesomd! Zwijg nu en luister!”

Mensen horen zo graag woorden – ze weten niet eens wat ze betekenen! Dit is oppervlakkige kennis! En dat is wat je gebruikt om een oordeel te vellen over anderen?! Dit is chaos! En weet je wat dit met ons doet? Een jongere heeft een of ander probleem, niet het meest fraaie, maar ook niet haraam. En wat zeg jij: “Wat je doet is haraam!” En hij denkt: “Pff… Ik zit al tot over m’n oren in haraam. Hier geraak ik toch nooit meer uit… Dan kan ik al evengoed erop los leven voor ik dood ga.”

Dat gebeurt omdat wij
wat haraam is ruim maken
en wat halal is zo beperkt.

En wat zegt Allah? Hij heeft ons ENKELE dingen gegeven waar we af moeten blijven, en de rest van deze aarde: “Khalaqa lakum maa fi’il ardi jamie’an – Hij is het die voor jullie alles heeft geschapen wat op aarde is.” (Quran 2:29) Wij hebben Allah’s Openbaring binnenstebuiten gekeerd. Omdat wij zo enggeestig zijn, hebben we die enggeestigheid toegepast op het Woord van Allah en op de onderrichtingen van Allah’s Boodschapper (vrede en zegeningen over hem). Op die manier maken we de mensen het leven zuur.

2/ Het laatste punt nu en dan ben ik klaar. Beloofd.
Dit punt is moeilijk om over te praten: oprechtheid.

Help me de volgende zin af te maken. Goed luid en duidelijk!
“Alles wat je doen met je doen omwille van…?” De zaal brult: “Allah!”
Heel goed! Maar dat is dus fout! Ik zal het je uitleggen voor je me afmaakt.

Er is een beroemde Hadith over een man die veel zonden had begaan. Hij was op reis en zag onderweg een hond die kwijlde van de dorst. Daarom gaf de man, die net zelf water ging drinken, zijn drinkwater aan de hond. Even later stierf de man. En waar kwam hij terecht? Hij ging naar Jennah!

Nu dan. Denk je dat hij voor hij het water aan die hond gaf zich eerst tot Allah heeft gewend? Heeft hij gezegd: “Yaa Allah het is alleen omwille van U dat ik die hond te drinken geef. Dit is mijn oprechte Ibada voor U!”? Maar nee! Hij had gewoon medelijden met die hond en gaf hem daarom wat te drinken. Hij handelde uit oprecht medelijden en barmhartigheid. Toch? Maar kan je ook maar enig bewijs bedenken dat dit omwille van Allah was?! Neen!

Salaah is omwille van Allah. Ibadah is omwille van Allah.
Quran reciteren is omwille van Allah.
Dat je de Boodschap van de Islam verspreidt is omwille van Allah.
Maar dat je van je moeder houdt doe je omdat ze je moeder is! Je zegt niet tegen haar: “Ik houd alleen van jou omwille van Allah, hoor! Want als het niet voor Hem was…!” Nee, pummel! Ze is je ma! De Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen over hem) heeft ons gezegd dat glimlachen naar je broeder een Sadaqah is. “Maar je moet ighlaas hebben!” Dus zodra je je broeder ziet … (trekt gek geconcentreerd gezicht) “Is mijn niyah duidelijk? Het is niet omdat ik je graag heb, maar omwille van Allah!” (en dan een enorme grijns/glimlach) Je hebt je broeder gewoon graag en je bent blij hem te zien! Dus glimlach je! En Allah noteert dat als een Sadaqah! Zelfs al had dat in jouw gedachten helemaal niets te maken met wie? Allah! Dit draait alleen om het feit dat je blij bent je broeder te zien! Je kust je kind. Dat is een daad van Ibadah. Je betoont je liefde tegenover je vrouw? Dat is een daad van Ibadah. Nu ja, sommigen van jullie moeten hier toch wel Allah in betrekken: “Allah ik kan het niet. Het valt me zo zwaar om vriendelijk te zijn voor haar, dus het is enkel en alleen voor U dat ik haar bloemen ga kopen. Niet omdat ik van haar houd of zo. Want als het niet voor Allah was geweest,…” (lacht)
Nee! Nee! Dat hebben we zo mis! Oprechtheid!
We houden zo van klinkende zinnen. We zeggen zo graag: “Alles wat je doet, moet je doen omwille van Allah!” Allah heeft dat niet gezegd! De Profeet (vrede en zegeningen over hem) heeft dat nooit gezegd. In de Quran en in de Sunnah van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) is OPRECHTHEID de voorwaarde. En je kan oprecht zijn tegenover je moeder, je kan oprecht zijn tegenover je leerkracht, je kan oprecht zijn tegenover je medemoslim en in sommige zaken moet je alleen en enkel oprecht zijn tegenover… Allah!

Maar àl je emoties moeten puur en oprecht zijn,
ongeacht op wie ze zijn gericht. Het mag niet gebeuren
dat je het ene zegt en het andere bedoelt.

Laat me je zeggen wanneer het je ontbreekt aan Ighlaas! Wanneer je wrok koestert tegen je broeder, je mag hem niet, maar als hij jouw richting uitkomt, zeg je: “Assalamu alykum”. Als je “assalamu alykum” zegt, zeg je eigenlijk dat er in je hart niets meer is dat tegen hem is. Zeg het dus niet als je het niet meent, want dan is het niet oprecht. Het feit dat Allah erop aandringt dat je het wèl zegt, is omdat Hij wil dat je verandert wat er in je hart leeft. Zeg dus niet zomaar “Salaam” en antwoord niet (in een knorrige toon) “wa alykum assalaam” want dat IS niet “wa alykum assalaam”!
“Wa alykum assalaam” betekent: “Alles is goed tussen ons! Ik hoop dat jij vrede ervaart in je leven, ik hoop dat Allah Zijn vrede over je stort, ik hoop dat je familie in vrede verkeert, dat alles om en rondom je vrede kent. En trouwens, ik verklaar dat ik vrede heb met jou, ik heb geen probleem met jou.” Dàt is “Salaam”!
Dàt is oprechtheid! Dat is wat we leren in de “Salaam”!

Waarom vertel ik jullie dit? Op mijn reizen ontmoet ik voortdurend jonge mensen. Een van hen kwam naar me toe en zei: – “Aghie ik heb een enorm probleem. Ik heb een job. Ik hou van mijn job. Ik doe mijn werk heel graag, maar het is Dunya. Ik moet ontslag nemen he, en de hele dag Islam studeren?” – En ik vroeg: “Hoezo?” – “Omdat alles wat we doen moet gebeuren omwille van Allah, maar ik doe mijn werk als ingenieur gewoon omdat ik het grààg doe!” Ik hou zo van bouwkunde en dus ben ik niet oprecht bezig omwille van Allah!” – “Broer, kalm aan! Ik heb er geen idee van wie jou dit heeft aangedaan, maar je hebt een ontwenningskuur nodig!”

De Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen over hem) heeft ons zelf verteld: “Al Kaasibu habibu Allaahi” – degene die hard werkt om een halal inkomen te verwerven is de geliefde van Allah! Hij werkt hard omdat hij graag hard werkt, omdat hij een mooi inkomen wil verdienen voor zijn gezin. Dat is op zich al een daad van Ibadah (aanbidding)! En dat is oprecht, want de manier waarop hij het verdient is oprecht, hij werkt eerlijk op zijn werk, hij is eerlijk tegenover zijn werkgever, hij heeft zijn loon ècht verdiend en heeft daar niet de hele dag islamfilmpjes over oprechtheid zitten bekijken.

Hij heeft zijn loon eerlijk verdiend en is oprecht begaan met het welzijn van zijn gezin. Dit beeld zit vol Ighlaas! Wij mogen dat niet verwerpen en het leven van de mensen ellendig maken door ze te laten denken dat zij niet over oprechtheid beschikken terwijl ze die wèl hebben!

Allah’s Dien is prachtig! Ze is mooi! Ze geeft je hoop!
Ze laat je beseffen dat àlles wat je doet waardevol kan zijn,
dat het wordt gewaardeerd door Allah, tot het allerkleinste toe!

Maar wat doen WIJ intussen?
Wij hebben deze godsdienst gemaakt
tot iets wat hard is, lelijk, onmogelijk…
Wat dit betreft zijn we misdadigers!

We moeten zelf ophouden met deze misdaad te plegen!
We moeten deze Dien haar schoonheid teruggeven.

Een laatste opmerking hierover, over hoe we onze Dien gemakkelijk moeten maken.
Is Allah in de Quran soms boos? Zeg het me. Is Hij soms kwaad in de Quran? Absoluut! Luister nu alsjeblief. Luister eerst naar dit malle voorbeeld en daarna vertel ik je over de Quran.

Ik heb zes kinderen. Een van de jongsten, Walid, heeft misschien iets uitgespookt. Hij heeft bijvoorbeeld met de kleurpotloden zijn naam op de muur geschreven. En ik kijf op hem: “Walid, waarom heb je dat gedaan? Waarom heb je de kleurtjes genomen? Je mag niet op de muur schrijven!” Ik roep tegen hem. En mijn dochter zegt: “Ja Walid! Waarom heb je dat gedaan!” En ik kijk naar mijn dochter en zeg: “Excuseer?! Sinds wanneer ben jij mama beer?! IK ben de vader. Ik heb het recht om boos te zijn. Jij bent een klein kuikentje en jij moet je plaats kennen!” Snappen jullie wat ik hiermee zeg?

In de Quran wordt Allah boos omdàt Hij Allah is. Hij heeft het recht om zich kwaad te maken. Maar wat doen de mensen? Ze nemen die Ayaat (mv van Ayah) waarin Allah kwaad is en zeggen: “Ja! Allah is kwaad dus ik ook!” Het allergrootste voorbeeld in dit soort zaken is onze Boodschapper (vrede en zegeningen over hem) die ons het evenwicht hierin heeft geleerd. We zitten in de kersttijd, dus het past zelfs goed om het hier te vermelden:

Wanneer iemand zegt: “Allah heeft zich een zoon genomen” – hoe boos wordt Allah daarvan? De hemel davert, ze staat op het punt uiteen te scheuren en de aarde breekt bijna open (Takadu assamawatu yatafattarna minhu wa tanshaqqu alard – Quran 19:90)! De hemel scheurt bijna omdat iemand zegt dat Allah een zoon heeft. Dit maakt Allah ziedend! Het maakt Hem extreem woedend! Maar wanneer dezelfde christenen die dat zeggen op bezoek komen bij de Boodschapper (vrede en zegeningen over hem) brengt hij hen onder… waar? In welk hotel? Al masdjid an Nabawi! En wanneer ze tot Jezus bidden, waar doen ze dat? In Al masdjid an Nabawi, met de toestemming en de gastvrijheid van Allah’s Boodschapper. Want Allah heeft het recht om kwaad te worden, maar het werk van de Boodschapper is liefdevolle Dawah!

Er is een verschil tussen die twee en een moslim moet dat verschil begrijpen.

Je mag de woede van Allah
niet tot jouw woede tegenover de mensen maken.
Je hebt dat recht niet! Jij niet en ik niet.
Dat recht ligt in de handen van Allah.

We moeten het evenwicht in deze Ummah herstellen. Dat kan enkel gebeuren als we terugkeren naar en goed nadenken over onze traditie. We kunnen het ons niet veroorloven om slechts oppervlakkig in te gaan op één enkele Ayah van de Quran, op één enkele Hadith van de Profeet (vrede en zegeningen over hem). Er zijn te veel mensen die problemen hebben met woede en depressie en die beweren in de naam van de Islam te spreken. Ze lezen de Ayaat van Allah door de lens van hun depressie en woede en ze doen alsof dàt de juiste manier is om deze Ayaat te begrijpen. Dat is niet eerlijk tegenover het Boek van Allah en dus moeten we de oprechtheid tegenover het Boek van Allah herstellen, oprechtheid tegenover het woord van de Boodschapper (vrede en zegeningen over hem) in de manier waarop WIJ denken over Allah en in de manier waarop we anderen helpen over Allah te denken.

Moge Allah ieder van ons helpen
om deze verantwoordelijkheid op te nemen
en moge Hij de volgende generatie maken
tot een voorbeeld van hoop en
terugkeer naar de Dien van Allah

in de geest waarin ze werd bedoeld.

Link: https://www.youtube.com/watch?v=90jLQCcz-Dc

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muslim zijn is... en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.