De verdraagzaamheid van de Profeet (vzzmh)

Ieder zijn godsdienst

De manier waarop de Profeet (vrede en zegeningen over hem) met andere godsdiensten omging kunnen we het best omschrijven aan de hand van het volgende Quranvers:

“Aan jullie jullie godsdienst, aan mij de mijne.” (De Edele Quran 109:6)

Het Arabische Schiereiland was ten tijde van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) een gebied waarin verschillende geloofstradities vertegenwoordigd waren. Er waren Christenen, Joden, Zoroastrianen, polytheïsten en anderen die zich niet met een bepaalde godsdienst vereenzelvigden. Wanneer we kijken naar het leven van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) kunnen we daaruit heel wat voorbeelden afleiden die ons een beeld geven van de enorme tolerantie die hij aan de dag legde tegenover mensen met een andere godsdienst.

Om die tolerantie te kunnen begrijpen en beoordelen moeten we kijken naar de periode waarin de Islam een echte staat was, met de specifieke wetten die de Profeet (vrede en zegeningen over hem) in overeenstemming met de richtlijnen van de godsdienst had vastgelegd. Ondanks het feit dat we veel voorbeelden van die verdraagzaamheid van de Profeet vinden tijdens de dertien jaar van zijn verblijf in Medina, is het mogelijk dat men ten onrechte zou denken dat dit enkel was omdat hij het profiel van de Moslims en de sociale status van de Islam wilde bijschaven. Daarom zal deze discussie worden beperkt tot de periode die begon met de migratie van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) naar Medina, en dan vooral de tijd nadat de grondwet (charter van Medina) was vastgelegd.

 

De Sahifah (Charter van Medina)

Het beste voorbeeld van de verdraagzaamheid die de Profeet (vrede en zegeningen over hem) betoonde aan andere godsdiensten is wellicht de grondwet zelf, door de eerste historici “Sahifah” genoemd. (1) Toen de Profeet (vrede en zegeningen over hem) migreerde naar Medina, betekende dit het einde van zijn rol als louter religieuze leider. Hij werd nu het politieke hoofd van een staat, geregeerd door de regels van de Islam. Die staat had nood aan duidelijke wetten om de harmonie en stabiliteit te verzekeren in een samenleving die tot dan had geleden onder decennialange oorlogen en om een vredig samenleven te verzekeren tussen Moslims, Joden, Christenen en polytheïsten. Daarom vaardigde de Profeet (vrede en zegeningen over hem) een “grondwet” uit die in detail de verantwoordelijkheden opsomde van alle partijen die in Medina verbleven, hun verplichtingen tegenover elkaar en bepaalde beperkingen voor ieder van hen. Alle betrokkenen moesten naleven wat in het verdrag stond en elke inbreuk erop werd beschouwd als verraad aan de staat.

Een Natie

Het eerste artikel van die grondwet stelde dat alle inwoners van Medina – zowel de Moslims als de Joden, Christenen en afgodenvereerders die het pact waren aangegaan – “één natie vormen met uitsluiting van alle anderen”. Iedereen werd beschouwd als lid en burger van Medina, ongeacht zijn godsdienst, ras of afstamming. Mensen met een ander geloof werden even goed beschermd tegen schade en gevaar als Moslims, volgens een ander artikel van het verdrag: “Aan de Joden die ons volgen hoort hulp en gelijkwaardigheid toe. Zij zullen niet worden geschaad en hun vijanden zullen niet worden geholpen.” Voorheen had elke stam haar eigen allianties en vijanden binnen en buiten Medina. De Profeet (vrede en zegeningen over hem) verzamelde al die verschillende stammen in één regering die bovendien alle eerder gesloten pacten en allianties tussen de individuele stammen respecteerde. Alle stammen dienden te handelen als één geheel, los van hun individuele allianties. Elke aanval tegen een andere godsdienst of stam werd beschouwd als een aanval tegen de hele staat èn de Moslims.

Het leven van de aanhangers van andere godsdiensten in de Moslimsamenleving kreeg een beschermde status. De Profeet (vrede en zegeningen over hem) heeft gezegd:

“Al wie een persoon doodt die een pact heeft met de Moslims
zal nooit de geur van het Paradijs opsnuiven.” (Saheeh Muslim)

Aangezien de Moslims de bovenhand hadden, waarschuwde de Profeet (vrede en zegeningen over hem) heel streng voor de slechte behandeling van mensen van een ander geloof. Hij zei:

“Hoed u! Al wie wreed is en hardvochtig tegenover
een niet-Moslim minderheid,
of die hun rechten kortwiekt
of hen zwaarder belast dan ze aankunnen, of die iets van hen wegneemt
tegen hun wil: Ik (Profeet Muhammad) zal deze persoon
aanklagen op de Dag des Oordeels.
” (Abu Dawud)

Ieder zijn Eigen Godsdienst

In een ander artikel van het verdrag staat: “De Joden hebben hun godsdienst en de Moslims hebben die van hen.” Daarmee wordt duidelijk dat iets anders dan tolerantie niet werd getolereerd en dat – ondanks het feit dat ze allen lid waren van eenzelfde samenleving – ieder zijn eigen godsdienst had waaraan niet mocht worden geraakt. Iedereen had het recht zijn eigen geloofsovertuiging in alle vrijheid en ongehinderd te volgen, en provocatie werd niet geduld.

Er zijn nog veel andere bepalingen in dit verdrag die we kunnen bespreken, maar we benadrukken hier vooral het artikel dat verklaart: “Mocht er een geschil of controverse ontstaan dat aanleiding kan geven tot onrust, dan moet dit worden verwezen naar God en Zijn Boodschapper.” Deze clausule stelde dus dat alle inwoners van de staat een hoger gezag moeten erkennen en dat in aangelegenheden die betrekking hadden op de verschillende stammen en godsdiensten het recht niet werd uitgeoefend door individuele leiders maar door het staatshoofd zelf, of door zijn officiële vertegenwoordigers. Het was echter voor individuele stammen die niet Moslim waren wel toegestaan om voor hun persoonlijke aangelegenheden hun eigen religieuze geschriften en geleerden te raadplegen. Ze konden echter ook, wanneer ze dat zelf verkozen, aan de Profeet (vrede en zegeningen over hem) vragen te oordelen over hen en hun probleem. God zegt in de Quran:

“(…) Als zij naar jou komen, oordeel dan rechtvaardig tussen hen
of weiger tussen te komen…”
(De Edele Quran 5:42)

Hier stellen we vast dat de Profeet (vrede en zegeningen over hem) elke godsdienst toestond om in hun eigen zaken te oordelen volgens hun eigen geschriften, zolang die niet in tegenspraak waren met de bepalingen van de grondwet, een pact dat instond voor het grotere belang van een vreedzame samenleving.

Religieuze Autonomie en Politiek

Er zijn nog heel wat andere voorbeelden voorhanden uit het leven van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) die niet met de Sahifah te maken hebben en die vanuit de praktijk een beeld geven van de verdraagzaamheid van de Islam tegenover andere godsdiensten.

Vrijheid van Godsdienstige Bijeenkomsten en Religieuze Autonomie

Vanwege de toelating in de grondwet waren de Joden volledig vrij om hun godsdienst te beleven. Tijdens het leven van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) hadden de Joden hun eigen school, “Bait-ul-Midras” waar ze de Torah reciteerden, hun aanbidding verrichtten en onderwijs gaven.

De Profeet (vrede en zegeningen over hem) heeft in veel brieven aan zijn zendelingen benadrukt dat godsdienstige instanties moeten worden ontzien. Hier, in een brief aan zijn gezant naar de religieuze leiders van Sint-Catharina op de Berg Sinai, die de Moslims om bescherming had gevraagd:

“Dit is een boodschap van Muhammad ibn Abdullah, als een verdrag met hen die het Christendom aanhangen, dichtbij of veraf. We zijn met hen. Waarlijk, ikzelf, de dienaars, de helpers en mijn volgelingen verdedigen hen omdat de Christenen mijn burgers zijn. En bij God, ik verzet me tegen alles wat ze niet graag hebben. Ze mogen tot niets worden gedwongen. Ook mogen hun rechters niet van hun taak worden ontheven en mogen hun monniken niet uit hun kloosters worden verdreven. Niemand mag een huis van hun godsdienst vernielen, het beschadigen of er iets uit weghalen en naar het huis van een Moslim brengen. Wie iets hiervan zou doen, zou het verbond van God verbreken en ongehoorzaam zijn aan Zijn Profeet. Waarlijk, zij zijn mijn bondgenoten en worden door mijn Charter beschermd tegen alles wat ze haten. Niemand mag hen dwingen te reizen of hen verplichten te strijden. De Moslims moeten voor hèn vechten. Wanneer een Christen vrouw trouwt met een Moslim, mag dit niet gebeuren zonder haar toestemming. Ze mag er niet van worden weerhouden om naar haar kerk te gaan voor het gebed. Hun kerken staan onder bescherming. De herstelling ervan mag niet worden verhinderd, noch de heiligheid van hun verbonden. Tot de Laatste Dag (het einde der tijden) mag niemand van het volk (Moslims) ongehoorzaam zijn aan dit verbond.” (2)

Zoals we zien, bestond dit Charter uit meerdere clausules die alle aspecten van de mensenrechten behandelden, ook onderwerpen zoals de bescherming van minderheden onder Islamitisch bewind, vrijheid van eredienst en bewegingsvrijheid, vrijheid om eigen rechters aan te stellen, het recht op bezit en het onderhouden van hun eigendommen, vrijstelling van militaire dienst en het recht op bescherming in tijden van oorlog. Een andere keer ontving de Profeet (vrede en zegeningen over hem) een delegatie van zestig Christenen uit de regio van Najran (dat destijds deel uitmaakte van Yemen) in zijn moskee. Toen het tijd was om te bidden, wendden zij zich naar het oosten en verrichtten hun gebed. De Profeet (vrede en zegeningen over hem) beval dat ze met rust werden gelaten.

Politiek

We vinden in het leven van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) eveneens voorbeelden waarbij hij met andersgelovigen samenwerkte in de politieke arena. Zo selecteerde hij een niet-Moslim, Amr-ibn Umaiyah-ad-Damri, om als ambassadeur naar Negus, de koning van Ethiopië, te worden gezonden.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de verdraagzaamheid van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) tegenover andere godsdiensten. De Islam erkent de pluraliteit in godsdiensten op aarde en geeft elk individu het recht te kiezen welk pad hij voor waar houdt. Godsdienst mag niet – en mocht ook nooit voorheen – aan iemand worden opgedrongen tegen zijn wil. Deze voorbeelden uit het leven van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) zijn een praktische uitdrukking van de Ayah uit de Quran die deze religieuze verdraagzaamheid aanmoedigt en een handleiding schetst voor de interactie van Moslims met mensen van een ander geloof. God zegt:

“… Er is geen dwang in de godsdienst…” (De Edele Quran 2:256)

 

 

VOETNOTEN
(1) “Madinan Society at the Time of the Prophet” (De Samenleving van Medina ten Tijde van de Profeet), Akram Diya al-Umari, International Islamic Publishing House, 1995
(2) “Moslim and Non-Moslims, Face-to-Face” (Moslim en niet-Moslims, van aangezicht tot aangezicht), Ahmad Sakr. Foundation for Islamic Knowledge, Lombard IL.

 

AUTEUR: M. Abdulsalam (IslamReligion.com)

BRON: http://d1.islamhouse.com/data/en/ih_articles/single2/en_The_Tolerance_of_the_Prophet_towards_Other_Religions.pdf

MEER OVER HET CHARTER VAN MEDINA?https://mariaminislam.wordpress.com/2011/06/03/het-%E2%80%9Ccharter-van-medina%E2%80%9D-en-pluralisme/

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Muslim zijn is... en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.