Vreedzaam samenleven

In de rand van een conferentie over Islam en vrede in Dubai
vind je dit interview met Nouman Ali Khan die is om te spreken
over “Peaceful coexistence” – “Vreedzaam samenleven”.

GASTHEER (na een korte introductie)

Het lijkt me interessant en tegelijk ook een uitdaging
om de taalkundige wonderen van de Quran te duiden,
en dan nog in een andere taal. Hoe doet u dat?

NAK

Veel ervan heeft te maken met mijn eigen groei. Toen ik pas begon met de studie van het Arabisch om de Quran te kunnen verstaan, was mijn eerste indruk dat het Arabisch erg ingewikkeld is. Het is bepaald niet simpel. Naarmate ik er meer over leerde, zag ik in dat het een erg mathematische en systematische taal is. “Nahu” studeren lijkt op scheikunde studeren: zoals verschillende elementen reageren op elkaar, zo reageren ook verschillende woorden op elkaar. En “Sarf” studeren is alsof je bouwkunde en de verschillende materialen studeert. Zelfs architectuur van woorden. Dat zijn dus de technische studies die ik vanuit een wetenschappelijk oogpunt heb aangepakt, en zo werd het allemaal erg logisch en gemakkelijk te begrijpen.

Daarna komt dan de wetenschap van de “Balagah”(*) waarin de schoonheid van de taal schuilt. Zelfs dat is nog erg systematisch en methodisch. Als je een goede basis hebt in de oorspronkelijke wetenschappen (Nahu en Sarf) wordt de overstap naar meer gevorderde wetenschappen gemakkelijker.

Ik gaf vroeger les aan de lagere school, aan kleine kinderen. Ik geloof dat de meest effectieve leerkrachten deze zijn die les geven aan kinderen: hun aandacht vasthouden, iets gemakkelijk maken voor hen en zorgen dat ze het onthouden, dat is een fikse uitdaging. Dus bekeek ik dat alles ook zo: het is ingewikkeld, maar het is opgebouwd uit eenvoudige onderdelen. En als je me vraagt om dat gemakkelijke onderdeel uit te leggen in het Engels, dan kan ik dat. Maar wil je dat ik het geheel ineens uitleg, dan lijkt het moeilijk. Dus besloot ik tot de aanpak waarbij ik de leerstof verdeel in gemakkelijke stukken en die dan uitleg alsof ik het aan een kind uitleg. En, subhaan Allah, het werkte nog ook!

In het begin vertelde ik erover aan mijn leraars – de Arabische ulamaa die ik heb – dat ik les wilde geven over de “Balagha al Quraniya” in de Engelse taal. En ze zeiden: “Je bent gek! Dat is onmogelijk! Je moet Nahu kennen, je moet Sarf kennen, je moet Arabisch kunnen. Als je dat niet hebt, wie kan het dan snappen?”

GASTHEER

Het publiek moet dat allemaal kennen, he.
Ze hebben een zekere achtergrond nodig.

NAK

Dus dacht ik: “Wel, laat het me toch maar proberen. Laat me er wat mee experimenteren.“ Dat is wat ik deed en op basis van die ervaring, alhamdolillah, ben ik rondgetrokken met een klein programma dat “Divine Speech” heette (Goddelijk Taalgebruik). De bedoeling daarvan was om de aandacht te vestigen op de schoonheid van de Quran vanuit verschillende invalshoeken. Ik gebruik niet eens het woord “balagah” in mijn lessen. Ik zeg: “De Quran is literatuur. Literaire appreciatie van de Quran. Tja want wie in het publiek kent het woord “balagah”?
Ik gaf die lessen zowel aan moslim als niet-moslim publiek in de Verenigde Staten op zo’n 80-90 locaties, alhamdolillah. Dus dat programma alleen al werd bijgewoond door om en bij de 40.000 mensen. Walhamdolillah. En tot mijn verbazing waren er voor zover ik weet tijdens dat programma zeker 25-30 Shahada’s. Het was niet eens een Dawahprogramma. Ik vertelde enkel over de schoonheid van de Quran! Maar de mensen kwamen naar voren en spraken gewoon hun Shahada uit. Subhaan Allah!

GASTHEER

Gewoon door te luisteren naar die voorbeelden?
Gebruikt U in dat programma power point presentatie of andere leermiddelen?

NAK

Voor mijn eigen research gebruik ik véél materiaal. Mijn studie van een Ayah begint met iets als “Lisaan al Arab” en dat gaat zo maar door tot ik zelf de moderne werken lees van mensen als Dr Fadel Saleh al Samarrai, die opmerkelijk werk hebben verricht. Ik geloof echt dat mensen als hij Balagah Quranyia gemakkelijk maken om te verstaan – zelfs voor Arabieren. Ik gebruik dus veel van hun werk en probeer het te verwerken. Wanneer ik het vertaal in het Engels, vertaal ik niet enkel woorden maar ideeën. Elke taal heeft een eigen cultuur, dus het grootste deel van mijn werk bestaat niet uit research maar uit nadenken over hoe ik dat ga overbrengen.

GASTHEER

Dat is dus de echte uitdaging. En ik denk dat je daarnaast
ook andere programma’s hebt, seminars en enkele
websites om dit verder door te geven.

NAK

Dat klopt. Toen ik begon met mijn studie van de Quran zag ik in hoeveel verloren gaat in de vertalingen. Er is zoveel schoonheid en wijsheid die je onmogelijk kan weergeven wanneer je één zin in één zin vertaalt. Vanuit het perspectief van Aqidah weten we dat allemaal wel, maar ook praktisch gezien denk ik dat de prijs te hoog is. Bovendien besefte ik ook dat de mensen niet meer zoveel boeken lezen als vroeger. Nu kijken ze naar youtube video’s of TV. Die media zijn het meest populair. Dus heb ik gewerkt aan een videovertaling met uitleg. Een eenvoudige uitleg. En alhamdolillah hij is af. De hoofdbrok van mijn werk is nu dat ik materiaal aanmaak dat andere scholen en individuen kunnen gebruiken om in hun eentje over de Quran te leren. Dat is hoe ik Bayyinah.tv omschrijf.

Iets anders wat interessant is:  Ik ben begonnen met mijn dochter – ze is twaalf, nu – an-Nahu aan te leren, hier in Amerika, toen ze tien was. Tien à vijftien minuten per dag. Thuis. Maar ik besloot de lessen op te nemen zodat ook anderen er iets aan zouden hebben. En nu zijn er zo’n 20.000 mensen die van haar leren, subhaan Allah, van onze lessen!

GASTHEER

Dus het eigenlijke experiment was met uw eigen dochter?
Hoe goed doet ze het nu met de taal?

NAK

Echt wel goed. Ze verricht redelijk goed de Irab van een Ayah.

GASTHEER

Er zijn niet veel studenten Arabisch die dat aankunnen,
zelfs al zijn ze van Arabische afkomst.

NAK

Subhaan Allah!

GASTHEER

Nu, hoe kan het publiek dit zien als “wonderbaarlijk”?
Erkennen dat het literatuur is, verfijnde literatuur, is ook
voor een niet-moslim gemakkelijk.
Maar wat met het aspect dat het een mirakel is?

NAK

Dat heeft te maken met linguïstiek en met de manier waarop je het aanbrengt. Vaak brengen onze Tafassier en onze geleerden een erg krachtige gedachte aan. Maar als ik het lees, denk ik: “Ze beseffen zelf niet eens de kracht van hun eigen idee”. Het wordt namelijk niet voorgesteld op een provocerende manier. Het blijft dus hetzelfde concept. Maar wanneer ik het aanbreng…

Gewoon een voorbeeld:
Terwijl ik met jou praat – en we zijn slechts een paar minuten in gesprek – weet ik al niet meer wat ik 2 minuten geleden heb gezegd. Dat herinner ik me niet. Als je mij vraagt om mijn zin van daarnet letterlijk te herhalen, dan kan ik dat niet. Dat is onmogelijk. Als ik dus de woorden “nacht” en “dag” heb gebruikt, dan weet ik niet of ik misschien “dag en nacht” heb gezegd. Ik heb de volgorde misschien omgekeerd – maar dat herinner ik me niet.
In de Quran… Wanneer Allah het heeft over het hart: “Dhalika kitabu laa raiba fiehie – arraib fie’l kalb  – huddan lil muttaqien, al khudaa fie’l kalb, attaqwa fie’l kalb…” Dat gaat allemaal over het hart. Wanneer dan de Ayah “khattam Allaahu ala kulubihim wa ala sam’ihim“ komt, dan komen de “kulub” (harten) eerst omdat het onderwerp waar het om draait de “kulub” zijn.
Maar ga je dan naar Surat al Djaathiya (45:23): “(…) Wa khatama ala sam’i waqalbihi waj’ala ala basarihi  hishawa (…)” (En wiens oren en wiens hart Hij heeft verzegeld), dan vraag ik me af waarom Allah hier de volgorde verandert en je beseft:
Dit is de 23° Ayah. 15 Ayah’s eerder, in Ayah 8, heeft Allah gezegd: “Yasma’u ayaatillaahi tutla aleihi thumma yussirru mustakbirra ka an lam yasma’ha (…)” Wat is de misdaad die Hij aanklaagt? Dat hij niet luistert. Wanneer Allah het dus heeft over de straf, vermeldt Hij het gehoor eerst. Nu, ik herinner me niet wat ik 15 zinnen geleden heb gezegd. Voor een mens is het gewoon niet mogelijk zich dat te herinneren en om dit zo vol te houden tussen wat op één plek wordt gezegd en dan op een andere.

GASTHEER

Dus de inhoud is altijd verbonden met zijn context.

NAK

Inderdaad, en dit blijft zo door de hele Quran.

GASTHEER

Dit gaat dus zo de hele Quran door? Terwijl sommige verzen
toch met grote tussenpozen werden geopenbaard? Klopt dat?

NAK

Dat klopt. Voeg daar trouwens nog een ander probleem aan toe: wanneer ik iets schrijf, kan ik achteraf nog iets wijzigen, maar als ik spreek is het voorbij. Er is geen redactie van de tekst mogelijk. Het moet meteen kloppen. Dat alleen al…! Als je hierover praat met een taalkundige…!

GASTHEER

Sheikh, een van de belangrijkste onderwerpen vandaag is
“Vreedzaam Samenleven”. Wat is de basis hiervoor in de Islam?

NAK

Ik geloof dat de Islam ons meer dan één basis heeft gegeven voor vreedzaam samenleven. Het beste voorbeeld daarvan is het leven, in de praktijk van de Rasoel (vrede en zegeningen over hem). Een van de meest fascinerende punten in verband met het karakter van de Rasoel (vrede en zegeningen over hem) is het feit dat in de eerste openbaringen Allah ons heeft gezegd:

“Innaka la alaa khoeloeqin aziem”  (De Edele Quran 68:4)

Dat is toch wel opvallend, want Allah gebruikt zijn karakter en zijn manier van omgaan met de mensen als een bewijs voor het feit dat hij een Boodschapper is. Zijn khoeloeq of karakter was dus al 40 jaar bekend onder de mensen en die veertig jaar dienen in de Quran als bewijs. De Quran gebruikt hem dus niet als voorbeeld nà het begin van de Openbaring, maar al daarvoor.

Wat dit voor ons betekent, is dat de boodschap van de Quran dit karakter van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) nodig had om aan zijn volk te tonen wat het best mogelijke gedrag is. Als een “rolemodel” – een voorbeeld – voor zijn buren, zijn zakenpartners, zijn vrienden… De mensen kenden zijn karakter al. En, zoals we weten, de inwoners van Mekka waren niet snel van iets onder de indruk. Dus het feit dat zij hem “al Sadiq, al amien” noemden is niet niks!

Een ander punt, maar gelijklopend:
Het woord “co-existeren” (samen leven) betekent dat ik naast mijn buurman leef. Ik dood hem niet en hij doodt mij niet. Ik maak geen ruzie met hem en hij niet met mij. Maar volgens mij vraagt de Islam veel meer dan dat en verheft ze dit naar een veel  hoger niveau.

Samenleven tijdens een vliegtuigreis is dat ik niet stoot tegen de zetel van de persoon voor mij en dat hij geen koffie over me heen giet. Dat is “co-existentie”. Maar door het voorbeeld van de Boodschapper (vrede en zegeningen over hem) – hij is “Rahmata lil aalamien”, een teken van een van Allah’s kenmerken – heeft de Islam het idee verspreid van liefde voor de mensheid.

Gewoon “samen leven” volstaat dan niet meer.
Dit is iets wat volgens mij de meeste Moslims hebben vergeten;
Wanneer we een andere persoon zien, moet onze eerste gedachte zijn
dat we van hem moeten houden, van dit schepsel van Allah.

“Wa laqad karramnaa – en dan zegt Hij niet ‘al muslimien’ maar – bani Adam”

Als Allah hem eer toedicht, hoe kan ik dat dan niét doen?

Voor mij heeft het bestuderen van de Quran me meer respect gegeven voor alles, en alvast respect voor mensen in het algemeen. En als we dit aan de Muslims willen bijbrengen, denk ik dat we eerst en vooral moeten beginnen bij respect en liefde van Muslims voor andere Muslims. Eens we dat hebben bereikt, zal het vanzelf verder uitbreiden. Ik vind dat we de dag van vandaag onvoldoende eerbied hebben voor elkaar. We brengen te weinig geduld op voor elkaar. Hoe kan je geduldig zijn met je buurman als je het nog niet eens binnen je eigen familie kan opbrengen?
Het is dus echt wel een groot project. Maar zijn basis ligt in de Sirah van de Profeet (vrede en zegeningen over hem).

GASTHEER

Hoe verspreidt de Islam die gedachte en houding in de samenleving?

NAK

Voor mij worden alle waarden van de Islam verspreid aan de hand van de Quran. We keren ernaar terug bij elk van onze dagelijkse gebeden. En de leer en waarden van de Quran komen daarin keer op keer terug. Ik geef je een voorbeeld dat ik erg sterk vind:

Een groep christenen komt bij de Rasoel van Allah (vrede en zegeningen over hem). Ze zijn predikers, geleerden van het christendom, en willen begrijpen wat de Profeet (vrede en zegeningen over hem) allemaal vertelt. Maar zolang ze geen Moslim zijn, aanbidden ze Jezus. De Boodschapper (vrede en zegeningen over hem) brengt ze echter niet onder bij de een of de ander thuis of in een hotel. Hij geeft ze onderdak in al Masdjid al Nabawi, het hart van de Islam! En daar op die plek aanbidden ze dus Jezus! Zolang ze daar logeren zullen ze bidden, op hun eigen manier, maar dat is OK. Zelfs in de Masdjid al Nabawi liet de Profeet (vrede en zegeningen over hem) dit toe! Het is ongelooflijk.

Voor mij is dit voorbeeld zo krachtig vanwege
eerst en vooral de uitnodiging naar Allah’s huis
en het feit dat hij ze onderbracht op de meest geheiligde plek
en hen ook nog toestond te bidden op de manier die zij verkozen
terwijl de Da’wah aan de gang is, het gesprek en de discussie.

Dat is meer dan samen leven. Dit is gastvrijheid. Dus dit warme onthaal van de ander… Thuis in Amerika bijvoorbeeld ben ik eigenlijk heel goed bevriend enkele priesters, dominees van verschillende christelijke strekkingen, en ik ben zelfs bevriend met een rabbi. En het grootste deel van de tijd zijn we het oneens. We zitten bijeen en zijn het oneens. Maar toch zijn we goede vrienden. We praten en discussiëren. Wij gaan nergens heen. Ik zei hem dat ook: in Amerika vormen we een minderheid. Ik zei: “Wij gaan nergens heen en jullie gaan nergens heen. We kunnen maar beter leren om met mekaar samen te leven.” We zullen het nog steeds oneens zijn, we zullen nog niet zo snel één gemeenschap vormen, maar dat geeft niet. We kunnen nog altijd met elkaar praten en mekaar respecteren.

GASTHEER

Dat zijn de “mensen van het Boek” in het bijzonder.
U heeft daarnet een heel belangrijk punt vermeld.
U had het over onze eigen manier van omgaan (als Moslims) met elkaar.
Heeft U speciale suggesties voor ons om dat een plaats te geven in ons leven?
Kleine dingen die we kunnen veranderen, voor ons publiek hier en voor de jongeren?

NAK

Uiteraard. Ik reis alhamdolillah nogal veel en dan merk ik de verschillen. Wanneer we bijvoorbeeld aanschuiven in een rij, in een restaurant, en iemand komt binnen en zoekt een kans om voor te dringen in plaats van hun beurt af te wachten. Dit is me in een van de luchthavens overkomen in de rij voor de paspoortcontrole, en achter mij stond een broeder. Iedere keer wanneer ik me omdraaide probeerde hij een stap te zetten. Eerst stond hij naast mij en dan ineens al voor mij. En hij had ook nog twee vrienden en hij deed hen teken: “Proberen jullie het ook!” In plaats van boos te worden zei ik: “Ach weet je wat, Eid Mubarak. Ga maar voor.” Het is het niet waard.

Maar wij hebben een houding ontwikkeld waarbij ik eerst wil krijgen wat ik wil – vergeet de anderen! “Ik wil als eerste oversteken. Vergeet die wagen!” Of de autobestuurder denkt “vergeet die voetganger!” Of iemand zegt: “Laat mij eerst mijn eten bestellen en vergeet alle anderen!” Zelfs op een conferentie. De mensen willen de Sheikh ontmoeten. Ze duwen mekaar opzij om hem de hand te kunnen schudden. Maar de Islam leert je om respect te hebben voor iedereen. Je moet zacht in de omgang zijn voor iedereen. De Salaah zelf leert ons dat.
Denk nu eens wat er gebeurt wanneer mensen Hijr Aswat willen aanraken (**). Voor de duur van het gebed staat iedereen op één rij, losse schouders, perfecte discipline. Zodra de Salah voorbij is begint er een worstelwedstrijd! Waar is “wa yu’firoena ala an fussihim“ gebleven?
Muslims moeten hier dus voortdurend aan worden herinnerd in kleine aspecten van het leven.

Als je begint te eten, bied je broeder iets aan.
Wanneer je een vraag gaat stellen aan de leraar,
kijk dan eerst eens of andere studenten eerder een vraag hadden.
Gewoon een beetje Adab (***) Als we erin slagen dat te doen
in kleine zaken, dan lukt het ook in grote.

GASTHEER

We moeten dus beginnen met de jeugd.
Het is ook iets cultureels, niet alleen godsdienstig.
Kinderen imiteren, ze volgen voorbeelden.
Hierdoor wordt dit nog belangrijke voor de opvoeder en de ouders.

NAK

Zelfs cultureel gezien is dit moeilijk. Stel dat ik iedereen voor laat gaan wanneer ik in een rij wacht, dan kom ik nooit aan de beurt, niet? Dus wennen we eraan dat we moeten drummen en dringen, dat we onze zin willen krijgen en ons egoïstisch gedragen. Vooral wanneer de hele samenleving het doet. Je kan dit dus niet in je eentje bereiken. Het moeten komen van een heel gezin, dan een hele buurt, dan een hele gemeente,… maar het begint bij het gezin. Als een familie deze waarden kan toepassen, zullen de anderen volgen.

De eerste vorm van beleefdheid bij het samenleven die we moeten aanleren is deze tussen broers en zussen. Dat is geen kleinigheid. De eerste moord die we kennen in de mensheid gebeurde tussen broers. Wanneer broers en zussen jaloers zijn op mekaar, wanneer ze thuis ruzie maken, dan is dat een groot probleem – geen klein! Denk niet “het zijn maar kibbelende kinderen”. De grootste misdaden (…) zijn hieruit ontstaan: jaloezie tussen kinderen in een gezin. Dat is dus iets waaraan we van thuis uit kunnen verhelpen. Kijk maar naar de Ayaat. Allah had het over Habiel en Kabiel en daarna zei hij: “Anna maa katala annaasa jamie’an” wat betekent dat het impact heeft op de hele mensheid. Er schuilt dus heel wat verantwoordelijkheid in wat er thuis gebeurt.

GASTHEER

Dat is een erg diepe gedachte waaraan we duidelijk meer aandacht moeten besteden.
Hartelijk dank dat u erbij was.

 

Bron: https://www.youtube.com/watch?v=HXkqEHUjP3I

(*) Balagah: de welbespraaktheid van de Quran, het mooie taalgebruik

(**) Hijr Aswat: de Zwarte Steen van de Ka’ba

(***) Adab: goede manieren

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Foei Islam ?, Muslim zijn is... en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.